RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Risico, verzekeren en beleggen
Examenstof economie vwo
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Risico, verzekeren en beleggen
Examenstof economie vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: G1, G4, G5. Image credit: Wil540 art / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan risico, verzekeren en beleggen analyseren met verwachte waarden, risicoaversie, averechtse selectie, moral hazard, aandelen en obligaties.
Deze slide heeft geen instructies
Waarmee loop jij risico, en wat doe je ertegen?
Verwacht: fiets, telefoon, sporten, sparen. Groepeer in: kleine kans met grote schade, en grote kans met kleine schade. Haak later aan bij verzekeren en beleggen.
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Auto onder een omgevallen boom na een windstorm, Brooklyn (New York) 2026
Onzeker voorval en risico
Een onzeker voorval kan gebeuren, zoals storm of diefstal. Het risico heeft een aard en een omvang.
De aard: wat er mis kan gaan en voor wie, zoals schade aan je auto.
De omvang: de kans en de grootte van de schade, samen het verwacht schadebedrag.
Meer uitkomsten: tel op kans x schade, dus een gewogen gemiddelde.
G1.1. Voorbeeld: smartphone, 15% kans op 200 euro (scherm) en 2% kans op 900 euro (total loss): 0,15 x 200 + 0,02 x 900 = 30 + 18 = 48 euro. Veelgemaakte fout: de uitkomsten ongewogen middelen. Image credit: Wil540 art / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Risicoaversie
Risicoaversie is de mate waarin iemand onzekerheid wil mijden. Een risicoavers persoon wil liever zekerheid.
Een risiconeutraal persoon let alleen op het verwacht bedrag en wil geen vergoeding voor risico.
Kans 1% op brand met 200.000 euro schade: verwacht schadebedrag 2.000 euro. Een risicoavers persoon betaalt gerust 2.600 euro premie.
Transactiepartners verschillen in risicoaversie: een verzekeraar met veel klanten is vrijwel risiconeutraal.
Zo verschuift een verzekering risico van de risicoaverse verzekerde naar de verzekeraar.
G1.2 en G4.1. Controle: 0,01 x 200.000 = 2.000. Op intertemporele ruil kwam risicoaversie kort voor; hier verdiepen we met kansen. De verzekeraar is bijna risiconeutraal omdat zijn totale schade door spreiding voorspelbaar is. Veelgemaakte fout: denken dat een risicoavers persoon nooit risico neemt.
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Brandweer blust een brand aan de Oudegracht, foto Regionaal Archief Alkmaar
Kosten en risico voor beide partijen
De verzekerde betaalt een premie (kosten) en krijgt zekerheid. Hij sluit af als die meer waard is dan de premie.
De verzekeraar: premie = verwacht schadebedrag + uitvoeringskosten + winstopslag.
10.000 klanten, 2% kans op 1.500 euro: 30 euro per klant. Plus 6 euro kosten en 4 euro winst: premie 40 euro.
Spreiding over onafhankelijke risico's maakt de schade voorspelbaar; een storm treft velen tegelijk.
G4.2. Controle: 10.000 x 0,02 = 200 schades; 200 x 1.500 = 300.000; : 10.000 = 30; 30 + 6 + 4 = 40. Stappen van de verzekeraar: kans schatten, verwacht schadebedrag berekenen, kosten en winst erbij, premie vaststellen. Veelgemaakte fout: denken dat de premie gelijk is aan het verwacht schadebedrag. Image credit: Joop Elsinga / Regionaal Archief Alkmaar, Wikimedia Commons, CC0
Een scooter: kans 8% op 250 euro schade, 2% op 1.500 euro schade, anders geen. Wat is het verwacht schadebedrag?
30 euro
50 euro
20 euro
875 euro
0,08 x 250 = 20 en 0,02 x 1.500 = 30, samen 50. Verwachte fouten: maar één uitkomst meetellen (20 of 30) of ongewogen middelen (875).
Vul in
Een risicoavers persoon betaalt een premie die hoger mag zijn dan het verwacht schadebedrag, voor de zekerheid.
Risicoaversie maakt een premie boven het verwacht schadebedrag acceptabel.
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Gestolen fiets: alleen het achterwiel hangt nog aan het slot, Polen
Solidariteit en risicomanagement
Solidariteit: laag risico betaalt mee voor hoog risico. Verplicht: iedereen dezelfde premie.
Risicomanagement: maatregelen die kans of schade verkleinen, zoals een goed slot of rookmelder.
Slot van 20 euro: kans op diefstal van 10% naar 5% bij 600 euro schade. Verwacht schadebedrag van 60 naar 30.
Bij volledige dekking en gelijke premie merkt de verzekerde dat niet: verplichte solidariteit verzwakt risicomanagement.
G4.3. Controle: 0,10 x 600 = 60; 0,05 x 600 = 30; besparing 30 is meer dan 20, dus zonder verzekering loont het slot. Met gelijke premie voor iedereen en volledige dekking gaat de besparing naar de verzekeraar en de gemeenschap. Veelgemaakte fout: denken dat verzekerden juist voorzichtiger worden. Image credit: FunctioningMemberOfSociety / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Auto op zijn kop na een ongeluk, Bergerac (Frankrijk)
Averechtse selectie
Bij asymmetrische informatie weet de verzekerde meer over zijn eigen risico dan de verzekeraar.
Averechtse selectie: vooral mensen met hoog risico sluiten een verzekering af, voordat het contract start.
Verloop: de premie is voor iedereen gelijk, mensen met een laag risico haken af, de gemiddelde schade per verzekerde stijgt, de verzekeraar verhoogt de premie.
Middelen: een verplichte verzekering of een collectieve verzekering, bijvoorbeeld via een werkgever.
G4.4. Averechtse selectie gaat over wie zich verzekert, voor het contract. Hier alleen bij verzekeren; principaal-agentrelaties komen in een latere les. Veelgemaakte fout: averechtse selectie en moral hazard omdraaien. Image credit: Guillaume Champeau / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Moral hazard beperken
Moral hazard: na het afsluiten wordt de verzekerde minder voorzichtig, omdat de verzekeraar de schade betaalt.
Eigen risico: je betaalt een deel van de schade zelf. Schade 800 euro, eigen risico 200 euro: de verzekeraar betaalt 600 euro.
Bonus-malussysteem: elk schadevrij jaar verlaagt de premie (bonus), een schade zet hem terug (malus).
Voorbeeld: 500, 450, 400 en 350 euro bij 0, 1, 2 en 3 schadevrije jaren; bij schade terug naar 500 euro.
Beide maatregelen geven de verzekerde een eigen belang bij voorzichtig gedrag.
G4.5. Moral hazard is gedrag na het afsluiten. Controle: 800 - 200 = 600. Een vereenvoudigde ladder; echte ladders verschillen per verzekeraar. Veelgemaakte fout: eigen risico en bonus-malus noemen als middel tegen averechtse selectie.
Zet de gevolgen van averechtse selectie op volgorde
Volgorde van het verloop op de dia.
Een rookmelder kost 15 euro en verlaagt het verwacht schadebedrag met 40 euro. Premie en dekking staan vast. Wat doet een verzekerde die alleen op geld let?
Hij koopt hem: 40 euro besparing is meer dan 15 euro
Hij koopt hem: verplichte solidariteit dwingt hem
Hij koopt hem niet: hij merkt de besparing zelf niet
Hij koopt hem niet: 15 euro is meer dan 40 euro
De besparing komt niet bij de verzekerde terecht; dat is het effect van verplichte solidariteit op risicomanagement.
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Beurs van Berlage aan het Damrak, Amsterdam, 2019
Beleggen: risico en rendement
Beleggen: je zet geld in voor een onzekere opbrengst. Rendement = opbrengst : inleg x 100%.
Opbrengst is koerswinst plus dividend of rente. Vooraf reken je met het verwacht rendement.
60% kans op +10% en 40% kans op -5%: 0,6 x 10 + 0,4 x -5 = 4% verwacht rendement.
Hoger risico gaat samen met hoger verwacht rendement: risicoaverse beleggers eisen een vergoeding.
G5.1. Controle: 6 - 2 = 4. Risico is hier de spreiding van de mogelijke uitkomsten. Veelgemaakte fout: het negatieve rendement vergeten mee te wegen. Image credit: Warren LeMay / Wikimedia Commons, CC0
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Aandeel van de Maastrichtsche Spijker- en Draadnagelfabriek, 1905
Aandelen
Een aandeel is mede-eigendom van een bedrijf. De houder is aandeelhouder.
Opbrengst: dividend (deel van de winst, niet vast) en koerswinst of koersverlies.
Bij faillissement worden eerst de schuldeisers betaald: de aandeelhouder loopt het meeste risico.
Daarom: hoog risico en hoog verwacht rendement.
G5.2. Dividend hangt af van winst en besluit van het bedrijf. Veelgemaakte fout: dividend zien als vaste rente. Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, publiek domein
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Obligatie van 100 frank van de stad Antwerpen, 1903
Obligaties
Een obligatie is een lening aan een overheid of bedrijf. De obligatiehouder is schuldeiser.
Je krijgt vaste rente en aflossing aan het eind van de looptijd.
Risico: wanbetaling. Een staatsobligatie is veiliger dan een bedrijfsobligatie en brengt minder op.
Verdeel je je geld over beide, dan is het verwacht rendement het gewogen gemiddelde.
G5.2. Obligatie: lager risico, lager verwacht rendement dan aandeel. Gewogen gemiddelde: gewicht x verwacht rendement per soort. Veelgemaakte fout: denken dat een obligatie risicovrij is. Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, CC0
Belegging A levert zeker 3% op. Belegging B: 50% kans op +20% en 50% kans op -4%. Verwacht rendement van B?
8%
16%
12%
10%
0,5 x 20 + 0,5 x -4 = 10 - 2 = 8. Fouten: 20 - 4 (16), tekens negeren (12), verlies vergeten (10).
Vul in
Een aandeel is mede-eigendom van een bedrijf en levert dividend op. Een obligatie is een lening met vaste rente.
Aandeel: dividend en koerswinst. Obligatie: vaste rente en aflossing.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Verwacht schadebedrag en rendement berekenen
Risicoaversie en premie
Averechtse selectie en moral hazard
Aandeel en obligatie vergelijken
Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.
Geef een eigen voorbeeld van moral hazard.
Goed: gedrag na het afsluiten wordt minder voorzichtig doordat een ander de schade betaalt, bijvoorbeeld een fiets niet op slot zetten. Fout: een voorbeeld van averechtse selectie geven.
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Begrippen (1/2)
risico en onzeker voorval: Een voorval met een aard en omvang: kans maal schade.
risicoaversie: Mate waarin iemand zekerheid verkiest boven onzekerheid.
verwacht schadebedrag: Kans x schade, bij meer uitkomsten het gewogen gemiddelde.
premie: Prijs van de verzekering: verwacht schadebedrag + kosten + winstopslag.
solidariteit: Laag risico betaalt mee voor hoog risico; verzwakt risicomanagement.
Deze slide heeft geen instructies
RISICO · VERZEKEREN, BELEGGEN
Begrippen (2/2)
averechtse selectie: Vooral hoog risico sluit af; middel: verplicht of collectief verzekeren.
moral hazard: Minder voorzichtig gedrag na afsluiten; middel: eigen risico, bonus-malus.
rendement: Opbrengst : inleg x 100%; hoger risico, hoger verwacht rendement.
aandeel: Mede-eigendom, dividend en koerswinst, hoog risico.
obligatie: Lening met vaste rente, lager risico dan een aandeel.
Deze slide heeft geen instructies