INFORMATIE · ASYMMETRIE
Examentraining
Asymmetrische informatie: zo pak je examenvragen aan
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Examentraining
Asymmetrische informatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Screven-Jenkins Regional Library System / DPLA, Wikimedia Commons, publiek domein
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan principaal-agentsituaties analyseren, contracten op prikkels beoordelen en passende maatregelen kiezen.
Deze slide heeft geen instructies
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie is principaal, wie is agent en wat wil elk van beiden?
2. Zoek: welke informatie mist de principaal, en speelt dat voor of na het contract?
3. Benoem: averechtse selectie (voor) of moral hazard (na), met een argument uit de casus.
4. Kies of reken: welk contract, welke prikkel of welke toezichthouder past, en wat levert het de agent op?
Deze slide heeft geen instructies
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Vraagtype 1: belangen van partijen
Zoek in de casus wie een ander iets laat doen, en wie meer weet.
Beschrijf per partij het eigen belang: dat zijn de tegengestelde belangen.
Een principaal wil resultaat; een agent let ook op zijn eigen inkomen, gemak of risico.
Deze slide heeft geen instructies
Een gemeente (opdrachtgever) laat een aannemer een school bouwen voor een vaste prijs. Welk belang van de aannemer botst met dat van de gemeente?
Hij heeft geen eigen belang en voert de wens uit
Hij houdt meer winst over met goedkoper materiaal
Hij wil een duurdere school bouwen dan gevraagd
Hij wil dat de gemeente streng controleert
Bij een vaste prijs is elke euro die hij aan materiaal bespaart extra winst voor de aannemer, de gemeente wil kwaliteit: tegengestelde belangen. Verwachte fout: denken dat de belangen gelijk zijn omdat beide de school af willen hebben.
Een bank leent 200.000 euro aan een startende ondernemer, die meer weet over zijn eigen plan dan de bank. Wie is de principaal?
De bank is agent, de ondernemer is principaal
Beide partijen zijn principaal, want beide leggen geld in
Er is geen agent, want de lening heeft een vaste rente
De bank is principaal, de ondernemer is agent
Kredietgever is principaal, kredietnemer agent: de kredietgever vertrouwt geld toe aan de ondernemer en ziet niet alles. Verwachte fout: de ondernemer als principaal zien omdat hij het initiatief neemt.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Vraagtype 2: averechtse selectie of moral hazard
Vraag eerst: speelt het probleem voor of na het sluiten van het contract?
Voor het contract: de principaal kan geschikte en ongeschikte agenten niet onderscheiden.
Na het contract: de agent verandert zijn gedrag, omdat de principaal dat niet ziet.
Noem altijd de informatie die de principaal mist.
Deze slide heeft geen instructies
Een dakdekker krijgt een vast bedrag per dak. De eigenaar ziet niet hoe zorgvuldig hij werkt; hij werkt slordiger. Wat is dit?
Averechtse selectie: de dakdekker heeft een voorsprong
Averechtse selectie: de eigenaar kiest een slechte dakdekker
Geen probleem: beide partijen weten even veel
Moral hazard: zijn gedrag verandert na het contract
Slordiger werken na het sluiten van het contract, zonder dat de eigenaar het ziet: moral hazard. Verwachte fout: averechtse selectie kiezen omdat de dakdekker meer weet; de informatievoorsprong is er bij beide, het moment bepaalt de naam.
Vul in
Een bank vraagt alle starters dezelfde rente en kan niet zien wie risicovol is. Veilige starters haken af. Dat is averechtse selectie: het speelt voor het contract.
De bank mist informatie over de kredietnemer voor het contract: averechtse selectie. Verwachte fout: moral hazard kiezen omdat het om een lening gaat.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Vraagtype 3: een contract beoordelen op prikkels
Vraag bij elk contract: wat levert extra inspanning de agent op?
Reken de uitkomst voor de agent bij hoge en lage inspanning, na aftrek van de moeite.
De agent kiest de hoogste uitkomst voor zichzelf; de principaal houdt over wat overblijft.
Deze slide heeft geen instructies
Een medewerker krijgt 4.000 euro vast plus 10% van de brutowinst. Hoog: 40.000 euro brutowinst, 1.000 euro moeite. Laag: 25.000 euro, geen moeite. Wat kiest ze?
Laag: 4.000 euro tegen 3.000 euro bij hoog
Hoog: 7.000 euro tegen 6.500 euro bij laag
Hoog: 8.000 euro tegen 6.500 euro bij laag
Laag: 6.500 euro tegen 6.000 euro bij hoog
Hoog: 4.000 + 4.000 - 1.000 = 7.000. Laag: 4.000 + 2.500 = 6.500. Zij kiest hoog. Verwachte fouten: de bonus vergeten (4.000 tegen 3.000) of de moeite niet aftrekken (8.000).
Hoe beperk je moral hazard bij managers?
Goed: koppel de beloning aan het resultaat voor aandeelhouders, bijvoorbeeld een bonus of aandelen, liefst op de lange termijn, en/of controleer via een contract of toezicht. Verwachte fout: alleen 'meer controle' noemen zonder prikkel of contract.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Kantoor van de Autoriteit Financiele Markten, Amsterdam
Vraagtype 4: onderpand en toezicht
Kies de maatregel bij het probleem: contract en prikkel, onderpand of toezicht.
Onderpand beperkt het verlies van de kredietgever en prikkelt de kredietnemer.
Een toezichthouder controleert alle aanbieders, wat één principaal zelf niet kan.
AFM: gedrag en informatie. DNB: soliditeit. ACM: concurrentie en consumenten.
Image credit: drooderfiets / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Een bakker leent 50.000 euro. De bank eist zijn bakkerij als onderpand. Wat is het belangrijkste effect?
De bank weet nu alles over de plannen van de bakker
De bakker hoeft de lening niet meer terug te betalen
De bank verliest minder en de bakker loopt zelf risico
De informatieasymmetrie verdwijnt volledig
Onderpand beperkt het verlies bij wanbetaling en prikkelt tot zorgvuldigheid; het maakt de bank niet beter geïnformeerd. Verwachte fout: denken dat onderpand het informatieprobleem oplost.
Beleggers kunnen zelf niet controleren of een bank gezond is. Welke maatregel past bij dit probleem?
Een toezichthouder als DNB controleert de banken
Elke belegger krijgt een bonus bij hoge winst van de bank
Banken moeten meer verbergen voor hun klanten
De bank krijgt meer onderpand van de beleggers
DNB controleert de soliditeit van banken, zodat beleggers dat niet allemaal zelf hoeven te doen (lagere transactiekosten). Verwachte fout: een prikkel kiezen die bij de bank hoort, niet bij de beleggers.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Belangen van partijen
Averechtse selectie of moral hazard
Een contract beoordelen op prikkels
Onderpand en toezicht
Gebruik de uitkomst om te kiezen waar je mee oefent.
INFORMATIE · ASYMMETRIE
Tips voor op het examen
Noem altijd de informatie die de principaal mist en het moment: voor of na het contract.
Reken bij prikkelcontracten de uitkomst voor de agent uit, na aftrek van moeite, en vergelijk beide keuzes.
Bij een standpuntvraag: geef een argument voor en een tegen, kies en leg de keuze uit.
Schrijf bij 'leg uit' een keten: oorzaak, gevolg, gevolg voor de principaal.
Deze slide heeft geen instructies