Asymmetrische informatie (Economie vwo), les 3: Terugblik quiz

INFORMATIE · ASYMMETRIE

Quiz

Terugblik: Asymmetrische informatie

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz met twaalf vragen over transactiekosten, informatieasymmetrie, principaal en agent, prikkels, onderpand en toezicht.

Onderdelen in deze les

INFORMATIE · ASYMMETRIE

Quiz

Terugblik: Asymmetrische informatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Screven-Jenkins Regional Library System / DPLA, Wikimedia Commons, publiek domein

Een bedrijf betaalt een advocaat 3.000 euro om een leveringscontract op te stellen en te onderhandelen. Wat zijn deze kosten voor het bedrijf?

A

Productiekosten van het product zelf

B

Transactiekosten die bij de ruil horen

C

Onderpand voor de leverancier

D

Een prikkel voor de leverancier

Een contract opstellen en onderhandelen: transactiekosten. Verwachte fout: productiekosten.

In welke situatie is sprake van informatieasymmetrie?

A

Aannemer kent de echte duur, opdrachtgever niet

B

Twee bakkers vragen dezelfde prijs voor brood

C

Beide partijen kennen prijs en kwaliteit even goed

D

De koper kan de kwaliteit zelf eenvoudig keuren

De aannemer heeft een informatievoorsprong. In de andere opties hebben beide partijen dezelfde informatie of kan de koper zich die eenvoudig verschaffen.

Zet op volgorde: de automarkt

1

Kopers kunnen goede en slechte auto's niet onderscheiden

2

Alleen slechte auto's blijven over

3

Eigenaren van goede auto's trekken zich terug

4

Kopers bieden een gemiddelde prijs

De keten uit de uitleg: onvolledige informatie, gemiddelde prijs, goede verkopers vallen af, slechte blijven over.

Vul in

Een principaal laat een agent werken; als de agent meer weet en andere belangen heeft, ontstaat het risico op moral hazard na het contract.

principaal
agent
moral hazard
onderpand
toezichthouder

Principaal laat agent werken; na het contract: moral hazard.

Aandeelhouders willen dat de manager ook aan de lange termijn denkt. Welk contract past het best?

A

Een hoge bonus op de winst van dit jaar

B

Een vast salaris, ongeacht de prestaties

C

Een bonus deels in aandelen, pas na drie jaar uit te keren

D

Een boete voor elke gemiste vergadering

Aandelen die pas later vrijkomen koppelen de manager aan de waarde op lange termijn. Een bonus op de winst van dit jaar stimuleert kortetermijndenken, een vast salaris geeft geen prikkel.

Een ondernemer biedt zijn woning als onderpand voor een krediet. Wat is het gevolg voor het risico op moral hazard bij zijn gedrag?

A

Het neemt toe: hij heeft meer geld om mee te gokken

B

Het neemt af: hij verliest zelf iets bij een mislukking

C

Het blijft gelijk: onderpand verandert zijn belangen niet

D

Het verdwijnt: de bank ziet nu al zijn gedrag

Onderpand is een prikkel: de ondernemer loopt zelf risico en gaat zorgvuldiger om met het krediet. Het gedrag blijft onzichtbaar voor de bank, dus het risico verdwijnt niet.

Welke taak past bij de ACM?

A

De rente op spaargeld vaststellen

B

Banken verplichten onderpand te geven

C

De bonus van managers bepalen

D

Concurrentie bewaken en consumenten beschermen

De ACM is toezichthouder op concurrentie en consumenten. De andere taken horen niet bij een toezichthouder.

Noem een nadeel van een bonus op jaarwinst.

Goed: de agent richt zich op de korte termijn (onderhoud en onderzoek uitstellen) of neemt te veel risico, ten koste van de lange termijn. Verwachte fout: 'te duur' zonder koppeling aan gedrag.

Zorgvuldig werken: 80% kans op 100.000 euro opbrengst. Slordig: 50% kans. Hoeveel verwachte opbrengst verliest de vermogensverschaffer bij slordig werken?

A

50.000 euro

B

80.000 euro

C

20.000 euro

D

30.000 euro

Zorgvuldig: 0,8 x 100.000 = 80.000. Slordig: 0,5 x 100.000 = 50.000. Verschil 30.000. Verwachte fouten: 50.000 (de verwachte opbrengst bij slordig) of 20.000 (kans op mislukking bij zorgvuldig).

Een webwinkel betaalt vervoerders een vast bedrag per pakket, ongeacht de kwaliteit. De betrouwbare vervoerders vinden dat te weinig en haken af. Wat is dit?

A

Moral hazard: de vervoerders werken na het contract slordig

B

Averechtse selectie: de betere agenten blijven weg

C

Een prikkel die de vervoerders motiveert

D

Transactiekosten van het zoeken naar een vervoerder

Het gaat om wie meedoet, dus om selectie voor het contract. Verwachte fout: moral hazard kiezen omdat de beloning vast is.

Waarom lost een contract de informatieasymmetrie nooit helemaal op?

A

Een wet verbiedt prikkels in een contract

B

Na het contract delen beide partijen alle belangen

C

De principaal ziet niet alles, en controleren kost geld

D

Een contract werkt alleen bij een lening van een bank

Gedrag en inspanning zijn vaak niet volledig te meten; opstellen en controleren geeft transactiekosten. Verwachte fout: denken dat een contract alle problemen oplost.

Vul in

Als kopers en verkopers onvolledige informatie hebben, ontstaan transactiekosten; de AFM is een toezichthouder voor financiële markten.

onvolledige informatie
transactiekosten
toezichthouder
onderpand
prikkel

Onvolledige informatie geeft transactiekosten; AFM is toezichthouder.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

INFORMATIE · ASYMMETRIE

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen wat informatieasymmetrie is, hoe een principaal-agentrelatie werkt en hoe contracten, prikkels, onderpand en toezicht de problemen verminderen.

Deze slide heeft geen instructies