Situatie:Je bent op de afdeling van mevrouw de Vries. Tijdens jouw dienst merk je het volgende:
Mevrouw de Vries is onrustig en loopt steeds heen en weer in de kamer.
Ze zegt dat ze pijn in haar rug heeft, maar kan niet goed uitleggen waar precies.
Tijdens het ontbijt eet ze bijna niets en weigert ze koffie.
Ze klaagt over het geluid van de televisie, die te hard staat.
Normaal is mevrouw rustig en eet ze goed.
Opdracht:
Schrijf een rapportage van 5–7 zinnen over wat je hebt waargenomen.
Let op:
Schrijf objectief, zonder je eigen mening.
Gebruik de verleden tijd.
Benoem alleen belangrijke en relevante feiten.
Probeer aan te geven wat je hebt gedaan of hoe je hebt gereageerd.
Voeg één zin toe waarin je een advies of vervolgactie noteert voor de collega die jouw dienst overneemt.