Klas 1 - kwintaal 4 - Schrijven en presenteren

Kwintaal 4
Schrijven: samenvattend interviewverslag en recensie over leesboek twee van je leeslijst
Presenteren van het journaal in duo's
Literatuurgeschiedenis: Karel ende Elegast
Lezen: Boek 3 van je leeslijst
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 50 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Kwintaal 4
Schrijven: samenvattend interviewverslag en recensie over leesboek twee van je leeslijst
Presenteren van het journaal in duo's
Literatuurgeschiedenis: Karel ende Elegast
Lezen: Boek 3 van je leeslijst

Slide 1 - Tekstslide

Lesprogramma kwintaal 4
Schrijfopdrachten
  • Nieuwsbericht
  • Interview
  • Recensie bij je tweede leesboek

Presenteren in duo's
  • Journaal maken en presenteren van drie schrijfopdrachten

Cijfer kwintaal 3: 50% schrijfvaardigheid (je kiest één geschreven tekst en levert deze in voor een cijfer)
                                    50% duopresentatie (drie artikelen kiezen, van elke tekstsoort één) 
Lezen
  • Leesboek 2 van je leeslijst: over dit boek schrijf je een recensie
  • Leesboek 3 lezen van je leeslijst
  • Literatuurgeschiedenis: Karel ende Elegast


Blokuur:
Leesboek mee

Elke les:
Schrift, pennen voor de schrijfopdrachten
Lesboek Talent

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Lesplanning
Lesuur 1
Interview uitwerken: inleiding schrijven

Lesuur 2


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

HUISWERK
Deze week neem je zelf een interview af.
Het interview gebruik jeom een verslag t e schrijven (nieuwsbericht of column).
Je interviewt één echt persoon.

Dat kan zijn:
een ouder/verzorger    een docent     een familielid     iemand uit je omgeving

Voorwaarde:
De persoon moet iets kunnen zeggen over jouw onderwerp (ervaring, mening, reactie).

Je gebruikt je verbeterde vragenlijst uit de les.
Neem het interview af
Verzamel materiaal voor je verslag:  de naam van de geïnterviewde, minstens 2 citaten (letterlijke uitspraken), de belangrijkste standpunten of ervaringen. Neem je interview op (video of geluidsopname) maar vraag wel om toestemming!

Slide 6 - Tekstslide

Interview + verslag 
Je interviewt een persoon die een interessant beroep of hobby heeft.
Dit mag een bekende zijn, bijvoorbeeld een familielid (geen klasgenoot)

Slide 7 - Tekstslide

- INTERVIEWVERSLAG SCHRIJVEN -

Twee soorten verslagen:
  • Letterlijk interviewverslag: Je schrijft het interview precies na zoals het gezegd is. Alles komt erin: de vragen én de antwoorden, woord voor woord.
.
  • Samenvattend interviewverslag: Je schrijft op waar het interview over ging in je eigen woorden. 

In je samenvattende interviewverslag gebruik je ook letterlijke uitspraken (citaten). In je verslag moeten minstens twee citaten staan.



Slide 8 - Tekstslide

- Citeren -

Je schrijft precies op wat iemand heeft gezegd en zet dat tussen aanhalingstekens („ … ”). Zo laat je zien dat het niet jouw woorden zijn, maar die van een ander.
Voorbeeld:
Bruno Mars zegt: “Ik vond het vroeger heel spannend om op te treden.”

Je gebruikt citaten om je verslag duidelijker en geloofwaardiger te maken.

Slide 9 - Tekstslide

Waar moet het interview aan voldoen?
Verhaalvorm: een lopend verhaal in de hij/zij-vorm.
Dus niet vragen met de antwoorden
Voorbeeld:




Slide 10 - Tekstslide

Interview uitwerken
Als je een interview uitwerkt tot een artikel, begin je met een inleiding. Daarin vertel je bijvoorbeeld wie je hebt geïnterviewd en waarom.

In het middenstuk verwerk je de informatie uit het interview in samenhangende alinea’s. Je neemt dus niet letterlijk de vragen en antwoorden over, maar beschrijft wat de geïnterviewde heeft verteld. Als je hebt doorgevraagd, voeg je de hoofdvraag en de vervolgvraag samen tot één logisch geheel.
 
Je kunt in het slot vertellen wat je van het interview vond, bijvoorbeeld dat je het heel leuk vond om deze persoon te interviewen, of wat je ervan hebt geleerd.

Slide 11 - Tekstslide

Interview uitwerken
Als je het interview hebt opgenomen, kun je beter niet precies uittypen wat de geïnterviewde heeft gezegd. Mensen die praten, gebruiken vaak spreektaal: ze maken hun zinnen bijvoorbeeld niet af, of gebruiken vaak woordjes die niet zoveel betekenen, zoals 'ehhhh' of 'nou, kijk.'

Als je een interview uitwerkt, moet je spreektaal omzetten in schrijftaal:
  • Vat lange antwoorden samen. 
  • Maak korte zinnen die beginnen met een hoofdletter en eindigen met een leesteken. 
  • Gebruik geen woordjes die niets betekenen, zoals 'uh' of 'zeg maar'.

Slide 12 - Tekstslide

De opmaak
  • Gebruik een witregel tussen inleiding, middenstuk en slot én na de antwoorden in het middenstuk.
  • Zorg ervoor dat duidelijk is welke informatie bij elkaar hoort. 
  • Je kunt delen van de tekst groeperen met tussenkopjes. De vragen zelf neem je niet letterlijk over, maar verwerk je in de tekst, zodat het artikel prettig en logisch leest als één geheel.
  • Plaats eventueel een foto van de geïnterviewde bij de tekst.
  • Noteer ten slotte een passende titel boven de tekst. Je kunt deze zelf bedenken, maar je kunt ook een geschikt citaat uit het interview gebruiken.

Slide 13 - Tekstslide

INTERVIEWVERSLAG SCHRIJVEN
Lees de theorie door op blz. 162 - 163
Verdiep je in het onderwerp van degene die je wil interviewen: interessant beroep of hobby

Slide 14 - Tekstslide

FORMULEREN
Variëren in woordkeuze:
Dat betekent dat je niet steeds dezelfde woorden gebruikt. Je wisselt woorden af, zodat je tekst leuker en beter leest.

Voorbeeld:
In plaats van steeds “zei hij” kun je ook schrijven: vertelde hij, legde hij uit of antwoordde hij.

Slide 15 - Tekstslide

Waar moet het interview aan voldoen?
Inleiding, middenstuk & slot
  • In de inleiding vertel je wie je interviewt. 
  • Je maakt de lezer in de inleiding nieuwsgierig 
  • Middenstuk – Kern: wat doet de persoon precies? Uitleg over hobby of beroep etc.
  • Slot: wat vond je opvallend? wat heb je geleerd? 
  • Je sluit af met een laatste pakkende zin.

De interviewvragen zijn verwerkt tot een samenvattend verslag met daarin minimaal twee citaten.

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen:
Schrijven van een inleiding

Aan het einde van de les:
  • heb ik mijn geïnterviewde duidelijk voorgesteld;
  • heb ik uitgelegd waarom deze persoon interessant is;
  • heb ik een pakkende inleiding geschreven

Slide 17 - Tekstslide

INTERVIEWVERSLAG
- STAP 1 -
Markeer in je eigen interview:

🔵 De DRIE belangrijkste antwoorden
⭐ Iets opvallends of verrassends
❌ Informatie die niet echt nodig is voor je verslag



timer
5:00

Slide 18 - Tekstslide

INTERVIEWVERSLAG
- STAP 2 -
Schrijf eerst kort in steekwoorden:
Inleiding
Wie?
Waarom geïnterviewd?
Wat maakt deze persoon interessant?

Middenstuk
Wat doet hij/zij?
Hoe is hij/zij begonnen?
Wat zijn leuke/moeilijke kanten?
Welke eigenschappen zijn nodig?

Slot
Wat vond jij opvallend?
Wat heb je geleerd?


timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

INTERVIEWVERSLAG
- STAP 3 -
INLEIDING UITWERKEN - DUO OPDRACHT
Een goede inleiding:
  • trekt de aandacht door een pakkende openingszin;
  • maakt duidelijk waar het interview over gaat, de persoon wordt duidelijk geïntroduceerd;
  • bevat alleen relevante informatie;
  • maakt de lezer nieuwsgierig naar je interviewverslag;
  • Samenhang en variatie in zinsbouw

Voorbeeldinleidingen – Vergelijk en bespreek
Lees de voorbeeldinleidingen en bespreek deze met elkaar
Maak de opdrachten van het werkblad





timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide

INTERVIEWVERSLAG
- STAP 4 -
INLEIDING UITWERKEN 
Schrijf nu je eigen inleiding (versie 1). Je schrijft deze op papier (niet op de laptop)
Klaar? Vergelijk je inleiding met één van de sterke voorbeelden.

Wissel je inleiding uit met je buur. Geef elkaar feedback.
Verbeter je inleiding.

timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

STARTOPDRACHT
IN DUO'S
Leerdoel: ik kan vragen en antwoorden omzetten naar een kort samenvattend interviewverslag.

Maak samen het werkblad
  • Opdracht 1 – Haal de kernwoorden uit de antwoorden
  • Opdracht 2 - Van vraag en antwoorden naar één alinea
  • Opdracht 3 - Schrijf samen een kort samenvattend verslagje


timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide

Middenstuk
Structuur van het middenstuk:
Alinea 1: Wat doet de persoon precies?
Alinea 2: Hoe is hij/zij begonnen?
Alinea 3: Leuke en moeilijke kanten + eigenschappen

Elke alinea heeft één hoofdgedachte.
Gebruik signaalwoorden: Eerst - Daarnaast - Ook - Verder - Tot slot

Gebruik maximaal 1 of 2 korte citaten.
Kies alleen een citaat als de woorden van de geïnterviewde echt iets toevoegen.


Vraag: Wat voor werk doe je precies?
Antwoord: Ik ben dierenarts. Ik behandel vooral huisdieren, zoals honden en katten.

Vraag: Waarom ben je dierenarts geworden?
Antwoord: Ik hield vroeger al veel van dieren. Ik wilde ze graag beter maken als ze ziek waren.

Vraag: Wat vind je het leukste aan je werk?
Antwoord: Dat dieren weer beter worden. En dat baasjes blij zijn als hun dier geneest.

Vraag: Wat is moeilijk aan je werk?
Antwoord: Soms kan ik een dier niet redden. Dat vind ik verdrietig.
Mevrouw De Vries is dierenarts en behandelt vooral honden en katten. Ze koos voor dit beroep omdat ze dieren graag wil helpen. Het geeft haar veel voldoening wanneer een ziek dier weer beter wordt.
Toch is haar werk niet altijd makkelijk. Soms kan ze een dier niet redden. Dat vindt ze, zoals ze zelf zegt, “echt heel verdrietig.” 

Slide 23 - Tekstslide

SLOT
Het slot is het laatste stukje van je tekst. Hier rond je je verslag netjes af.

Je:
laat zien wat het belangrijkste was uit het interview
geeft kort aan wat daaruit blijkt
voegt géén nieuwe informatie toe

In je slot beantwoord je eigenlijk deze vraag:  Wat laat dit interview zien of wat heb je geleerd?


Door dit interview wordt duidelijk dat het werk van een dierenarts niet alleen leuk is, maar ook zwaar kan zijn. Je hebt niet alleen kennis nodig, maar ook doorzettingsvermogen en inlevingsvermogen. Het interview geeft zo een eerlijk beeld van wat dit beroep echt inhoudt.

Slide 24 - Tekstslide

KORTE OEFENING 
-EEN GOED MIDDENSTUK SCHRIJVEN-
Maak de volgende opdrachten in duo's:
  • Opdracht 1 – Maak er een verslagzin van*
  • Opdracht 2 – Verbeter de saaie zin 
  • Opdracht 3 – Maak twee zinnen van de informatie
  • Opdracht 4 - Verbeter een saai verslag

*Kies bij opdracht 1 jullie beste zin en schrijf deze op het bord

SCHRIJF OF HERSCHRIJF JE MIDDENSTUK

timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

FEEDBACKRONDES
FEEDBACKRONDE 1 - Vorm
FEEDBACKRONDE 2 - Inhoud
FEEDBACKRONDE 3. Formulering
FEEDBACKRONDE 4. Taal- en Spelfouten


Bewaar je feedbackformulier goed om je tekst te herschrijven.

timer
3:00

Slide 26 - Tekstslide

FEEDBACKRONDES
FEEDBACKRONDE 1 - Algemeen
FEEDBACKRONDE 2 - Titel en inleiding
FEEDBACKRONDE 3 - Middenstuk en slot
FEEDBACKRONDE 4 - Spelling en formuleren


Bewaar je feedbackformulier goed om je tekst te herschrijven.

timer
3:00

Slide 27 - Tekstslide

Klas 1 Recensie schrijven

Slide 28 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik weet wat een recensie is
  • Ik weet waar een goede recensie aan moet voldoen
  • Ik kan een recensie beoordelen

Slide 29 - Tekstslide



Voorbeeld 
van een boekrecensie





https://www.hebban.nl/recensie/bartoszjk-over-oorlogswinter

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

DUO - Opdracht 1
timer
10:00

Slide 32 - Tekstslide

Recensie
Klaar met je interviewverslag?
Dan werk je aan je bouwplan van je recensie.
Interviewverslag
Schrijf je definitieve versie van je interviewverslag. 
Einde van het eerste lesuur lever je deze in.


 

Slide 33 - Tekstslide

DUO - Opdracht 1
  • Opdracht 1 - in duo's  (gebruik werkblad 2)
  1. Zoek de definitie van een recensie op
  2. Doel van de recensie: noteer in kolom 2 van het werkblad
  3. Welke onderdelen bevat een recensie (kolom 3)
  4. Do's en Don'ts van een recensie
  5. Kies op https://www.hebban.nl/ of scholieren.com een recensie van een boek dat jij hebt gelezen

Lees elk een voorbeeld van een recensie en noteer voor jezelf op Werkblad 2: 
  • Wat opvalt aan hoe de recensie eruitziet.
  • Wat opvalt aan de inhoud van de recensie.
  • Het taalgebruik van de recensent.

 
timer
10:00

Slide 34 - Tekstslide

RECENSIE
 Duo-opdracht 1: Checklist voor het schrijven van een recensie
Werk samen om een schema te maken met alle belangrijke punten voor het schrijven van een recensie. Gebruik daarvoor werkblad 2  

Na de checklist gebruik je de handleiding en het bouwplan om je recensie te schrijven.

timer
15:00

Slide 35 - Tekstslide

Recensie
Vorige les hebben jullie:
  • recensies beoordeeld
  • criteria van een recensie vastgesteld
  • begin gemaakt met het schrijven van je eigen recensie over je leesboek 

Deze les zorg je dat je eerste versie van je recensie af is.

Slide 36 - Tekstslide

Bouwplan recensie

Slide 37 - Tekstslide

Recensies beoordelen
DUO-OPDRACHT
  1. Lees de recensie (1 t/m 3)
  2. Maak daarna de opdrachten van het werkblad
  3. Samenvatting van de beste recensie: Welke zinnen zou je schrappen als je maar 5 zinnen mag gebruiken? 
timer
5:00

Slide 38 - Tekstslide

Feedback geven
RONDE 1
  • Markeer de zinnen met een mening en
onderbouwing
  • Markeer de zinnen met beoordelings-woorden en onderbouwing
RONDE 2
  • Vul de kolommen in: inhoud 
RONDE 3
  • Vul de kolommen in: structuur 
RONDE 4
  • Vul de kolommen in: taalverzorging 


timer
5:00

Slide 39 - Tekstslide

Recensie schrijven
  1. Gebruik het bouwplan voor het schrijven van je recensie
  2. Schrijf je recensie
  3. Geef feedback aan je buurman/buurvrouw
  4. Herschrijf je recensie


Klaar? Werk aan de presentatie (journaal) van de schrijfopdrachten



Slide 40 - Tekstslide

SCHRIJFOPDRACHTEN
  • Zorg dat de drie schrijfopdrachten af zijn (ik controleer of je alle  schrijfopdrachten gedaan hebt) 
      NIEUWSBERICHT - INTERVIEWVERSLAG - RECENSIE
  • Kies één van je schrijfopdrachten uit die je in wil leveren voor een cijfer
  • Tijdens de les schrijf je deze schrijfopdracht op JDW-papier en lever je    deze in.
Klaar? Maak alvast een begin met je presentatie. Maak een mindmap: welke schrijfopdrachten kiezen jullie en wat wil je daarover vertellen.

Slide 41 - Tekstslide

Klas 1 journaal presenteren

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

LESPROGRAMMA
Lesuur 1
  • Jeugdjournaal kijken
  • Van schrijfopdracht naar nieuwsitem
  • Script schrijven 

Lesuur 2
  • Lezen in je leesboek

Slide 47 - Tekstslide

Jeugdjournaal
Kijkvragen:



  • Hoe begint het journaal?
  • Hoe worden onderwerpen aangekondigd?
  • Wat voor taalgebruik hoor je? (formeel/informeel)
  • Hoe schakelen ze tussen onderwerpen?
  • Wat doet de presentator precies?

Slide 48 - Tekstslide

Tekst -> Journaal
  • Wat is het verschil tussen een tekst lezen en een journaal presenteren?
  • Gebruik de 5w+1-methode
  • Wees creatief om je recensie en interviewverslag tot een nieuwsitem te maken
  • Verbind de onderdelen met elkaar, bijvoorbeeld: en dan nu..., 

Neem jullie teksten erbij
Markeer de kern (belangrijkste info)
Schrap alles wat niet nodig is
Herschrijf in spreektaal
Zet het in scriptvorm
Oefen hardop


















Schrijven
Journaal
Lange zinnen
Korte zinnen
Veel details
Kerninformatie
Uitgebreid
Duidelijk en direct
Geen publiek
Gericht op kijker

Slide 49 - Tekstslide

Script
Wie zegt wat?
In welke volgorde?
Overgangen (heel belangrijk!)

Bijvoorbeeld:
“Goedenavond, welkom bij het journaal van…”
“Dan nu naar onze verslaggever…”
“Wat vond u ervan?”
Schrijf alles letterlijk uit. 

De presentatie doe je wel uit je hoofd!


Slide 50 - Tekstslide