VZ - 22/23 - 1.3 Onderwijs

Maatschappijleer
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Maatschappijleer

Slide 1 - Tekstslide

1.3 Onderwijs

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je leert welke doelen de overheid op het gebied van onderwijs heeft.
  • Je leert hoe die doelen tot uiting komen in de inrichting van het onderwijs.
  • Je leert wat er beter kan op het gebied van onderwijs.

Slide 3 - Tekstslide



Onderwijs


Twee belangrijke doelen van de overheid op het gebied van  onderwijs:
  • Burgerschapsvorming
  • Zorgen  voor voldoende hoogopgeleide werknemers.
  • Gelijke kansen voor iedereen om zich te ontwikkelen en ongelijkheid terugdringen.

Slide 4 - Tekstslide

Burgerschapsvorming
  • Onderwijs brengt groepen in de samenleving met elkaar in contact en draagt bij aan de onderlinge verbinding
    (sociale cohesie).
  • School bereid je voor op deelname aan de maatschappij

Slide 5 - Tekstslide

Goed opgeleide beroepsbevolking
Belangen:
  • Het draagt bij aan de welvaart, omdat onze burgers zich blijven ontwikkelen. 
  •  Hogere arbeidsparticipatie zorgt voor meer inkomsten voor onze overheid
  • Ons welzijn hangt samen met een goed opgeleide beroepsbevolking (vanwege aanpak grote maatschappelijke vraagstukken)

Goed opgeleid betekent niet allemaal HBO of WO! Vakmensen zijn schaars!

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Kansengelijkheid
  • Onderwijs is het middel om mensen een eerlijke kans te geven zich te ontwikkelen. 
  • Meritocratisch ideaal = een samenleving waarbij inzet en talenten bepalend zijn voor je maatschappelijke positie.
    Is in de loop der tijd het ideaal geworden.
  • Maatschappelijke positie = je beroep, inkomen, vermogen en genoten opleiding >> ook wel sociaal-economische status (SES). 

Slide 8 - Tekstslide

Kansengelijkheid
Je kansen zijn afhankelijk van:
  • Aangeboren verschillen (fysieke of mentale kwaliteiten)
  • Omgeving
  • Sociaal kapitaal = je netwerk - familie, vrienden en kennissen
  • Cultureel kapitaal = enerzijds tastbaar - bijv. boeken of instrumenten die thuis zijn , anderzijds niet tastbaar - bijv. opleiding ouders, uitjes etc.

    Mensen met veel sociaal en cultureel kapitaal hebben doorgaans meer privileges (voorrechten die je kansen vergroten) >>>> ongelijkheid!

Slide 9 - Tekstslide

Onderwijs biedt kansen
Onderwijs is 1 van de manieren om sociale ongelijkheid te verminderen.
  • Opleiding biedt baankansen 
  • Maakt je minder afhankelijk
  • Onderwijs heeft zelfs een positief effect op je levensverwachting / gezondheid. 

Slide 10 - Tekstslide

Wat kan beter?
  • Onderadvies en overadvies >> gebaseerd op vooroordelen.
  • Vroege selectie op basisschool >> te vroeg?
  • Grote kwaliteitsverschillen tussen de onderwijsinstellingen (alle niveaus).
  • Doorstromen tussen niveaus gebeurt weinig >> uit angst voor slechte beoordeling (scholen). 

Slide 11 - Tekstslide

Aan de slag:
Maak opdracht 1 t/m 7 van paragraaf 3.

Klaar?
Kijk de opdrachten van paragraaf 2 na.

Slide 12 - Tekstslide