VERANDERING · MODERNISERING
Traditioneel naar modern
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
VERANDERING · MODERNISERING
Traditioneel naar modern
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: E1 (18.1-18.3). Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
VERANDERING · MODERNISERING
Wat ga je kunnen?
Ik kan rationalisering, individualisering en institutionalisering herkennen in een casus en uitleggen hoe ze samenhangen met de ontwikkeling van traditioneel naar modern.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is er anders aan jouw leven dan aan dat van mensen in een dorp in 1700?
Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: techniek, school, internet, zelf kiezen, regels, wetenschap, kerk, familie, vrijheid, klok. Groepeer ze op het bord in: hoe we dingen doen (efficient, wetenschap), hoeveel we zelf kiezen (vrijheid, zelfstandig) en vaste regels en gewoonten (school, wetten). Dat zijn de drie processen van deze les. Hoofdconcept: verandering. Gezin, verzuiling en ontzuiling en politieke instituties staan al in andere lessen: verwijs daarnaar als leerlingen ze noemen.
Betaalautomaat bij een zelfscankassa in een supermarkt
VERANDERING · MODERNISERING
Wat is rationalisering?
Rationalisering: de werkelijkheid ordenen en systematiseren, zodat ze voorspelbaar en beheersbaar wordt.
Middelen zet je doelgericht in, voor zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten.
Efficiënt (doelmatig): zonder verspilling. Effectief (doeltreffend): het doel echt bereiken.
Een zelfscankassa werkt met vaste stappen en registreert elke scan.
Syllabus 18.1: rationalisering is het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken. Doelmatig is efficiënt, doeltreffend is effectief. Veelgemaakte fout: efficiënt en effectief door elkaar halen. Efficiënt gaat over de middelen (weinig verspilling), effectief over het resultaat (doel bereikt). Kernconcept rationalisering hoort bij het hoofdconcept verandering. Image credit: Agaath / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Ploegen met een paard, een werkwijze uit de tijd vóór de machines (foto 2025)
VERANDERING · MODERNISERING
Van gewoonte naar wetenschap
Vroeger leidden gewoontes, godsdienstige tradities en doorgegeven handigheid het denken en doen.
Technisch vernuft en wetenschappelijk denken verdrongen traditionele opvattingen en handelswijzen.
Het begon in de westerse wereld, ongeveer in de 17e eeuw, en versnelde na de industriële revolutie.
Rationalisering is kenmerkend voor modernisering.
Syllabus 18.1: in de premoderne tijd werd het denken en doen van mensen veel meer geleid door ingesleten gewoontes, godsdienstige tradities en van generatie op generatie overgedragen praktische handelingswijsheden. Rationaliseringsprocessen waren kenmerkend voor modernisering. De ontwikkeling zette vooral in de westelijke wereld in en begon ongeveer in de 17e eeuw; na de industriële revolutie kwam het in een stroomversnelling. De foto toont ploegen met een paard (een hedendaagse foto): een werkwijze die hoort bij de tijd voor de machines. Vraag aan de klas: welke gewoontes of tradities stuurden vroeger het werk op het land? Veelgemaakte fout: denken dat rationalisering vroeger niet bestond. Het gaat om de toename en de vergaande verandering sinds de late middeleeuwen. Image credit: Herman.vandenbroeck / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Arbeiders aan de lopende band bij Ford, Highland Park, 1913
VERANDERING · MODERNISERING
Rationalisering in de praktijk
Processen werden op alle terreinen doelmatig georganiseerd, bijvoorbeeld in fabrieken met een lopende band.
De uitkomsten werden gemeten: wat levert het op voor de ingezette middelen?
De verhouding tussen doelen en middelen werd een belangrijk criterium om processen te beoordelen.
Het gaat niet alleen om fabrieken: alle soorten sociale processen werden zo georganiseerd.
Syllabus 18.1: de gemeenschappelijke deler van alle veranderingen was de toename van doelmatige productieprocessen op alle terreinen van de samenleving. Alle soorten sociale processen werden doelmatig en doeltreffend georganiseerd en de uitkomsten werden gemeten; de verhoudingen tussen doelen en ingezette middelen speelden een cruciale rol bij de beoordeling. De foto toont de lopende band bij Ford in 1913. Vraag: welke andere plekken (school, ziekenhuis, kassa) werken volgens vaste, gemeten stappen? Veelgemaakte fout: rationalisering beperken tot techniek en fabrieken. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
Een bakkerij meet met een stopwatch hoe lang elke stap duurt en schrapt stappen die tijd kosten. Welk proces zie je?
Individualisering
Rationalisering
Institutionalisering
Gewoontevorming
Syllabus 18.1. Aanwijzingen in de casus: meten en schrappen om efficiënter te werken. Dat is het doelgericht inzetten van middelen. Verwachte fout: institutionalisering, omdat er vaste stappen zijn. Maar het gaat hier om meten en efficiëntie, niet om het vastleggen van waarden en regels.
Vul in
Wie zonder verspilling werkt, is efficiënt. Wie het doel echt haalt, is effectief. Zo'n aanpak hoort bij rationalisering, dat sinds de 17e eeuw in het Westen groeide.
Syllabus 18.1. Verwachte fout: efficiënt en effectief omwisselen.
Een student alleen op zijn kamer in een studentenhuis
VERANDERING · MODERNISERING
Wat is individualisering?
Individualisering: individuen vergroten in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden.
Meer dan vroeger moeten mensen hun leven zelf plannen en inrichten.
Veel mensen zijn minder afhankelijk van gezin, sociale klasse, kerk, arbeid en huwelijk.
Het individu komt als sociale eenheid op de voorgrond. Het gezin verdwijnt niet.
Syllabus 18.2: individualisering is het proces waarbij individuen in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten. Veel mensen hebben hun afhankelijkheid van traditionele instituties zoals gezin, sociale klasse, kerk, arbeid of huwelijk verminderd. Dit betekent niet dat sociale structuren zoals de gezinsstructuur verdwijnen, maar dat het individu als nieuwe sociale eenheid op de voorgrond treedt. Verwijs voor het gezin naar de les over gezin en samenlevingsvormen en voor kerk en verzuiling naar de eerdere les over bindingen. Veelgemaakte fout: individualisering gelijkstellen aan egoïsme of aan het verdwijnen van het gezin. Image credit: Willem van de Poll / Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
VERANDERING · MODERNISERING
Zelf kiezen en zelf verantwoordelijk
Van individuen wordt meer dan vroeger verwacht dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen en sociale betrekkingen.
Maatschappelijke posities worden minder toegeschreven op basis van afkomst.
Traditionele instituties blijven bestaan, maar sturen denken en gedrag minder vanzelfsprekend.
Jongeren kunnen bij de overgang naar volwassenheid niet terugvallen op voorgeschreven patronen.
Door sociale en geografische mobiliteit zijn veel mensen losgekomen van hun herkomstmilieu en geboorteplaats.
Syllabus 18.2: van individuen wordt veel meer dan vroeger verwacht dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen en voor het aangaan van sociale betrekkingen. De betekenis van traditionele sociale instituties verandert, omdat het individu zich minder vanzelfsprekend en eenduidig door hun conventies laat leiden. Maatschappelijke posities worden minder dan vroeger aan een persoon toegeschreven op basis van afkomst. Voor jongeren geldt dat zij, meer dan vroeger, zelfstandigheid moeten tonen zonder terug te vallen op voorgeschreven patronen en handelingsmodellen. Veelgemaakte fout: toegeschreven en verworven positie omdraaien. Toegeschreven is: je krijgt je positie door afkomst.
VERANDERING · MODERNISERING
Positief of negatief?
Positief: een emancipatieproces met meer individuele vrijheid, een eigen weg gaan en genieten van het leven.
Negatief: minder maatschappelijke integratie en toenemend egoïsme.
Negatief: mensen raken los van anderen en groepen en voelen zich eenzamer.
Dezelfde ontwikkeling beoordeel je dus op twee manieren. Kijk bij een bron naar het standpunt.
Syllabus 18.2: individualisering wordt zowel als positief als negatief proces gezien. Positief: emancipatieproces, toename van individuele vrijheid, de vrijheid om een eigen weg te gaan en de wil om veelal onbeperkt van het leven te genieten. Negatief: vermindering van maatschappelijke integratie, toenemend egoïsme, een losgeslagen verzelfstandiging in de zin van het losraken van bindingen met andere mensen en groepen, en een toename van eenzaamheid. Laat leerlingen een eigen voorbeeld bij beide kanten bedenken. Veelgemaakte fout: één kant als de enige juiste zien. In het examen moet je beide kunnen toelichten.
Wat verandert er bij individualisering aan maatschappelijke posities?
Ze worden minder toegeschreven op basis van afkomst
Ze worden strenger vastgelegd door kerk en gezin
Ze worden vooral bepaald door de geboorteplaats
Ze worden doelmatiger verdeeld door de overheid
Syllabus 18.2. Verwachte fout: denken dat individualisering posities willekeurig maakt. De syllabus zegt: minder toegeschreven op basis van afkomst.
Geef een plus en min van individualisering.
Goed antwoord: een positief gevolg (meer individuele vrijheid, een eigen weg gaan, emancipatie) en een negatief gevolg (minder maatschappelijke integratie, meer egoïsme of eenzaamheid). Verwachte fout: twee keer dezelfde kant noemen.
Verkeerslichten en zebrapaden op het Wilsonsplein in Haarlem, 1991
VERANDERING · MODERNISERING
Wat is institutionalisering?
Institutionalisering: waarden en regels worden vastgelegd in standaardgedragspatronen.
Die patronen reguleren het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties.
Voorbeeld: bij groen licht rijd je door. Iedereen kent en volgt dat patroon.
Veel patronen worden onbewust: je hoeft niet elke dag opnieuw alles uit te onderhandelen.
Syllabus 18.3: institutionalisering is het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaardgedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. Het worden vaak onbewuste handelingspatronen. De verkeerslichten op de foto zijn een voorbeeld van een standaardpatroon dat het gedrag van iedereen regelt. Het begrip sociale institutie (een complex van min of meer geformaliseerde regels) kent de leerling al uit domein D; politieke instituties staan in de les over politieke instituties en representatie. Veelgemaakte fout: institutionalisering opvatten als het opnemen van mensen in een instelling. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Noord-Hollands Archief / Wikimedia Commons, CC0
VERANDERING · MODERNISERING
Waarom is dit nuttig?
Mensen vinden de waarden en normen nuttig en houden zich er meestal aan.
Het geeft zekerheid in het alledaagse handelen en meer ruimte en tijd voor nieuwe activiteiten.
Het gaat om het 'hoe' én het 'waartoe' van je handelen, en dat geeft zin.
Mensen herkennen een betekenisvolle structuur, die deels hun beeld van de werkelijkheid bepaalt.
Er ontstaan vaak organisaties die zich richten op de standaardpatronen.
Syllabus 18.3: de waarden en normen hebben voor mensen een zekere geldigheid, men vindt ze nuttig en hoeft niet iedere dag alle handelingen met anderen uit te onderhandelen. Het geeft zekerheid, ruimte en tijd om zich met nieuwe activiteiten bezig te houden. Het gaat niet alleen om het hoe maar ook om het waartoe, en dat geeft zin aan het handelen. De institutionalisering bepaalt ook voor een deel het beeld van de werkelijkheid, en er ontstaan vaak organisaties rond de standaardpatronen (denk aan scholen, sportbonden, kerken). Veelgemaakte fout: institutionalisering alleen als beperking zien. De syllabus benadrukt zekerheid en zin.
Kerkgangers verlaten de kerk op Marken, Hemelvaartsdag 1921
VERANDERING · MODERNISERING
Van traditioneel naar modern
De drie processen gelden als typerend voor westerse samenlevingen in hun ontwikkeling: modernisering.
Een traditionele samenleving: gewoontes, godsdienstige tradities en toegeschreven posities.
Een moderne samenleving: wetenschap en techniek, zelfstandige individuen, doelmatige processen.
De processen versterken elkaar en lopen door elkaar heen.
Syllabus 18: de kandidaat kan beschrijven hoe rationalisering, individualisering en institutionalisering worden beschouwd als typerend voor de ontwikkeling van westerse samenlevingen van traditioneel naar modern. Deze dia combineert wat de syllabus bij 18.1 en 18.2 zegt over de premoderne tijd (gewoontes, godsdienstige tradities, toegeschreven posities, afhankelijkheid van gezin en kerk) met de moderne kenmerken. De foto toont kerkgangers op Marken in 1921, een voorbeeld van een sterke band met een traditionele institutie. Vraag: waaraan zie je op de foto dat de kerk een rol speelde in het dagelijks leven? Veelgemaakte fout: denken dat traditionele instituties in een moderne samenleving verdwijnen. Ze blijven bestaan, maar sturen minder vanzelfsprekend. Image credit: August F.W. Vogt / Wikimedia Commons, publiek domein
Vul in
Bij institutionalisering worden waarden en regels vastgelegd in standaardgedragspatronen, zodat je niet elke dag alles hoeft te uitonderhandelen met anderen.
Syllabus 18.3.
Welke samenleving past bij toegeschreven posities en ingesleten gewoontes?
Een moderne samenleving
Een samenleving zonder instituties
Een traditionele samenleving
Een samenleving met veel mobiliteit
Syllabus 18.1 en 18.2. Verwachte fout: moderne samenleving kiezen omdat er ook in een moderne samenleving gewoontes bestaan. De vraag gaat over wat typerend is.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Rationalisering
Individualisering
Institutionalisering
Van traditioneel naar modern
Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.
Welk proces zie jij het meest in je eigen leven? Leg uit.
Goed antwoord: een proces (rationalisering, individualisering of institutionalisering) met een concreet voorbeeld uit het eigen leven en de koppeling aan de omschrijving, bijvoorbeeld zelf je studie kiezen (individualisering) of het schoolrooster met vaste regels (institutionalisering). Verwachte fout: alleen een voorbeeld noemen zonder het proces te benoemen.
VERANDERING · MODERNISERING
Begrippen (1/2)
rationalisering: het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid om haar voorspelbaar en beheersbaar te maken, met doelgericht ingezette middelen
efficiënt: doelmatig: zonder verspilling van middelen
effectief: doeltreffend: het doel echt bereiken
individualisering: individuen vergroten in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden
toegeschreven positie: een maatschappelijke positie die je krijgt op basis van afkomst
Deze slide heeft geen instructies
VERANDERING · MODERNISERING
Begrippen (2/2)
institutionalisering: waarden en regels worden vastgelegd in standaardgedragspatronen die gedrag en relaties reguleren
traditionele samenleving: samenleving waar gewoontes, godsdienstige tradities en toegeschreven posities het handelen sturen
moderne samenleving: samenleving met wetenschap, techniek, zelfstandige individuen en doelmatige processen
modernisering: de ontwikkeling van traditioneel naar modern in westerse samenlevingen
Deze slide heeft geen instructies