Traditioneel naar modern (Maatschappijwetenschappen vwo), les 2: Examentraining

VERANDERING · MODERNISERING

Examentraining

Traditioneel naar modern: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met acht vragen: een proces herkennen in een casus, traditioneel en modern vergelijken, een paradigma toepassen en individualisering beoordelen.

Onderdelen in deze les

VERANDERING · MODERNISERING

Examentraining

Traditioneel naar modern: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

VERANDERING · MODERNISERING

Wat ga je kunnen?

Ik kan de drie processen herkennen in een casus, traditioneel en modern vergelijken, een paradigma toepassen en individualisering beoordelen.

Deze slide heeft geen instructies

VERANDERING · MODERNISERING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: vraagt de vraag om herkennen, vergelijken, toepassen of beoordelen?

  • 2. Zoek: de aanwijzing in de casus: meten en efficiëntie, zelf kiezen, of vaste regels en patronen.

  • 3. Koppel: noem het begrip letterlijk en geef de omschrijving in eigen woorden.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, uitleg. Bij vergelijken noem je beide kanten.

Deze slide heeft geen instructies

VERANDERING · MODERNISERING

Vraagtype 1: een proces herkennen

  • Je krijgt een korte casus en noemt het proces.

  • Rationalisering: meten, doelmatig, wetenschappelijk, bureaucratie.

  • Individualisering: zelf kiezen, minder afhankelijk van instituties.

  • Institutionalisering: waarden en regels worden vaste patronen.

Deze slide heeft geen instructies

Een fabriek splitst werk in vaste stappen en meet de tijd per stap. Welk proces?

A

Rationalisering

B

Individualisering

C

Institutionalisering

D

Mechanische solidariteit

Syllabus 19.1: ordenen, meten en doelmatig organiseren. Verwachte fout: institutionalisering kiezen vanwege de vaste stappen; het kernmotief hier is meten en efficiëntie.

Gewoonten worden regels in een club. Proces?

Goed antwoord: institutionalisering, want waarden en regels worden vastgelegd in standaardgedragspatronen die gedrag en relaties reguleren (19.3). Verwachte fout: rationalisering noemen omdat er regels zijn.

VERANDERING · MODERNISERING

Vraagtype 2: traditioneel en modern

  • Beschrijf beide kanten van de verandering.

  • Rationalisering: van gewoonte en traditie naar berekening en wetenschap.

  • Solidariteit: van gelijkvormigheid naar afhankelijkheid.

  • Gebruik de gegevens uit de casus.

Deze slide heeft geen instructies

Van weerspreuken naar bodemmetingen en berekende opbrengst: welke verandering?

A

Van persoonlijke vrijheid naar gedeelde regels

B

Van berekenbaar naar magisch denken

C

Van traditionele gewoonte naar rationele berekening

D

Van doelrationeel naar op gewoonte gebaseerd handelen

Syllabus 19.1: gewoonte en traditie maken plaats voor wetenschappelijk denken en berekening. Verwachte fout: de richting omdraaien.

In een dorp doet bijna iedereen hetzelfde werk. Welke solidariteit past hierbij?

A

Organische solidariteit, gebaseerd op afhankelijkheid

B

Mechanische solidariteit, gebaseerd op gelijkvormigheid

C

Mechanische solidariteit, gebaseerd op afhankelijkheid

D

Organische solidariteit, gebaseerd op gelijkvormigheid

Syllabus 19.1: mechanisch bij geringe arbeidsdeling (traditioneel), organisch bij afhankelijkheid (modern). Verwachte fout: de twee begrippen omdraaien.

VERANDERING · MODERNISERING

Vraagtype 3: een paradigma toepassen

  • Je past een paradigma toe op rationalisering.

  • Functionalisme: functiedifferentiatie en solidariteit.

  • Conflictparadigma: ongelijke opbrengsten en vervreemding.

  • Rationele actor: actoren bereiken doelen beter.

Deze slide heeft geen instructies

Marit monteert alleen deurkrukken en voelt geen band met de auto. Welk begrip?

A

Onttovering van de wereld

B

Bureaucratisering

C

Organische solidariteit

D

Vervreemding

Syllabus 19.1: vervreemding door sterke differentiatie van arbeidsprocessen, het conflictparadigma. Verwachte fout: organische solidariteit kiezen: dat gaat over afhankelijkheid, niet over het gevoel geen controle te hebben.

Conflictparadigma over rationalisering: wat?

Goed antwoord: de welvaart steeg, maar de opbrengsten zijn ongelijk verdeeld (ongelijkheid), en sterke arbeidsdeling leidt tot vervreemding (19.1). Verwachte fout: alleen de gestegen welvaart noemen, dat is een functionalistisch of neutraal gezichtspunt.

VERANDERING · MODERNISERING

Vraagtype 4: individualisering beoordelen

  • Je beoordeelt een standpunt of een bron.

  • Positief: vrijheid, emancipatie, mobiliteit.

  • Negatief: minder integratie, egoïsme, eenzaamheid.

  • Let op: voor welke groep geldt de bron?

Deze slide heeft geen instructies

Opiniestuk: 'Door alle keuzevrijheid voelt niemand zich nog verantwoordelijk voor de buurt.' Standpunt?

A

Individualisering als emancipatieproces

B

Rationalisering als voorspelbaar maken

C

Institutionalisering als zekerheid geven

D

Individualisering als negatief proces

Syllabus 19.2: eenzaamheid en losraken van bindingen horen bij de negatieve beoordeling. Verwachte fout: individualisering als emancipatie kiezen.

Een enquête onder Utrechtse studenten meldt eenzaamheid. Wat volgt niet?

A

Dat sommige studenten zich eenzaam voelen

B

Dat heel Nederland hierdoor eenzamer wordt

C

Dat eenzaamheid in deze groep voorkomt

D

Dat de enquête iets zegt over studenten

Syllabus 19.2 (kanttekening): bewijs verschilt per groep en regio, dus generaliseren kan niet. Vaardigheid A3: representativiteit. Verwachte fout: de uitkomst voor alle Nederlanders laten gelden.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een proces herkennen

2

Traditioneel en modern vergelijken

3

Een paradigma toepassen

4

Individualisering beoordelen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

VERANDERING · MODERNISERING

Tips voor op het examen

  • Noem het proces letterlijk en haal een aanwijzing uit de casus aan.

  • Bij vergelijken beschrijf je beide kanten: de traditionele én de moderne.

  • Bij een paradigma noem je ook het gevolg dat dat paradigma ziet.

  • Bij een bron: voor welke groep geldt ze? Generaliseer niet te snel.

Deze slide heeft geen instructies