Traditioneel naar modern (Maatschappijwetenschappen vwo), les 1: Uitleg

VERANDERING · MODERNISERING

Traditioneel naar modern

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over rationalisering, individualisering en institutionalisering als processen van traditioneel naar modern, voor het vwo-examen maatschappijwetenschappen (E1, 19.1-19.3). Inclusief Weber, bureaucratisering, Durkheim en paradigma's. Staatsvorming en globalisering staan in een andere les.

Onderdelen in deze les

VERANDERING · MODERNISERING

Traditioneel naar modern

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: E1 (19.1-19.3). Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

VERANDERING · MODERNISERING

Wat ga je kunnen?

Ik kan rationalisering, individualisering en institutionalisering beschrijven, herkennen in een casus en toepassen op de ontwikkeling van traditioneel naar modern.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is er anders aan jouw leven dan aan dat van mensen in een dorp in 1700?

Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: techniek, school, internet, zelf kiezen, regels, wetenschap, kerk, familie, vrijheid, klok. Groepeer ze in: hoe we dingen doen (efficiëntie, wetenschap), hoeveel we zelf kiezen (vrijheid, zelfstandig) en vaste regels en gewoonten (school, wetten). Dat zijn de drie processen van deze les (syllabus 19.1-19.3). Hoofdconcept: verandering. Staatsvorming, democratisering en globalisering (E2) en de paradoxen van de moderne samenleving (E3, E4) komen in andere lessen.

Betaalautomaat bij een zelfscankassa in een supermarkt

VERANDERING · MODERNISERING

Wat is rationalisering?

  • Rationalisering: de werkelijkheid ordenen en systematiseren, zodat ze voorspelbaar en beheersbaar wordt.

  • Middelen worden doelgericht ingezet voor zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten.

  • Efficiënt (doelmatig) is zonder verspilling, effectief (doeltreffend) is het doel echt bereiken.

  • Een zelfscankassa werkt met vaste stappen en registreert elke scan.

Syllabus 19.1: rationalisering is het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken. Doelmatig is efficiënt, doeltreffend is effectief. Veelgemaakte fout: efficiënt en effectief door elkaar halen. Efficiënt gaat over de middelen, effectief over het resultaat. Kernconcept rationalisering hoort bij het hoofdconcept verandering. Image credit: Agaath / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Ploegen met een paard, een werkwijze uit de tijd vóór de machines (foto 2025)

VERANDERING · MODERNISERING

Van gewoonte naar wetenschap

  • Vroeger stuurden ingesleten gewoontes, godsdienstige tradities en doorgegeven handigheid het denken en doen.

  • Technisch vernuft en wetenschappelijk denken verdrongen traditionele opvattingen en handelswijzen.

  • Het begon vooral in het Westen rond de 17e eeuw en versnelde na de industriële revolutie.

  • Weber: mensen gingen geloven dat alles berekenbaar is, de onttovering van de wereld.

Syllabus 19.1: in de premoderne tijd werd het denken en doen veel meer geleid door ingesleten gewoontes, godsdienstige tradities en van generatie op generatie overgedragen praktische handelingswijsheden. De ontwikkeling zette vooral in de westelijke wereld in en begon ongeveer in de 17e eeuw; na de industriële revolutie kwam ze in een stroomversnelling. Max Weber noemde dit de onttovering van de wereld: mensen geloofden dat alles berekenbaar en daardoor voorspelbaar was en dat geen geheimzinnige, magische krachten de gang van zaken bepaalden. De foto toont ploegen met een paard, een werkwijze uit de tijd voor de machines (hedendaagse foto). Vraag aan de klas: welke gewoontes stuurden vroeger het werk op het land? Veelgemaakte fout: denken dat rationalisering vroeger niet bestond. Het gaat om de toename en de vergaande verandering sinds de late middeleeuwen. Image credit: Herman.vandenbroeck / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Arbeiders aan de lopende band bij Ford, Highland Park, 1913

VERANDERING · MODERNISERING

Rationalisering op alle terreinen

  • Economie: boekhouding en investeren, gericht op rentabiliteit: berekenbare en bestendige winst.

  • Arbeidsdeling: elke werker doet één handeling, zoals aan de lopende band.

  • Wetenschap en kunst: experimenten en logica, perspectief in de schilderkunst, muziek in notenschrift.

  • Bestuur: bureaucratisering: algemene regels zonder aanzien des persoons, banen op grond van bekwaamheid.

Syllabus 19.1: rationalisering kenmerkt de overgang van een traditionele naar een kapitalistische economie; niet winst als zodanig maar rentabiliteit (berekenbare en bestendige winst) is het kenmerk. Arbeidsprocessen worden zo ver mogelijk gedifferentieerd. Vrijheid van beroep en bedrijf: gildes en hun toelatingsregels beperken niet meer wie mag produceren. In de wetenschap worden logische afleidingen en experimentele bewijsvoering belangrijk, in de kunst perspectief en notenschrift. In politiek en bestuur is rationalisering veelal bureaucratisering: regels en protocollen worden vastgelegd en gearchiveerd, de leider moet zich aan de wet houden, regels gelden zonder aanzien des persoons (gelijke gevallen, gelijke behandeling) en gunsten en relaties spelen geen rol bij het toekennen van banen. De foto toont de lopende band bij Ford in 1913. Veelgemaakte fout: rationalisering beperken tot techniek en fabrieken. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

Een baan gaat naar de best opgeleide, niet naar een kennis. Welk proces?

A

Individualisering in politiek en bestuur

B

Rationalisering in politiek en bestuur

C

Mechanische solidariteit tussen gelijken

D

Een terugkeer van toegeschreven posities

Syllabus 19.1: bij bureaucratisering spelen gunsten en relaties geen rol; bekwaamheid en meetbare vaardigheden wel. Verwachte fout: terugkeer van toegeschreven posities kiezen: juist dat verdwijnt hier.

Vul in

Rationalisering in bestuur heet bureaucratisering: regels gelden voor iedereen zonder aanzien des persoons, en gunsten spelen geen rol.

bureaucratisering
zonder aanzien des persoons
vervreemding
arbeidsdeling

Syllabus 19.1. Verwachte fout: onttovering of vervreemding invullen; dat zijn andere begrippen.

VERANDERING · MODERNISERING

Rationalisering vanuit drie paradigma's

  • Functionalisme: arbeidsdeling en specialisering zijn functiedifferentiatie, en de waarde van elke eenheid wordt meetbaar.

  • Durkheim: mechanische solidariteit rust op gelijkvormigheid, met weinig arbeidsdeling (traditioneel).

  • Organische solidariteit rust op afhankelijkheid, door veel arbeidsdeling (modern).

  • Conflictparadigma: de welvaart steeg, maar de opbrengsten zijn ongelijk verdeeld en de differentiatie leidt tot vervreemding.

  • Rationele actor-paradigma: actoren beheersen het proces beter en handelen steeds meer doelrationeel om eigen doelen te bereiken.

Syllabus 19.1. Functionalisme: specialisering en arbeidsdeling zijn belangrijke functiedifferentiatie; Durkheim onderscheidt mechanische solidariteit (gelijkvormigheid, geringe arbeidsdeling in de traditionele samenleving) en organische solidariteit (afhankelijkheid). Conflictparadigma: nadruk op het ontstaan van ongelijkheidsverhoudingen; opbrengsten niet gelijk verdeeld; sterke differentiatie van arbeidsprocessen leidt tot vervreemding: het gevoel geen controle te hebben over het eigen werk en de verbondenheid met het product te verliezen. Rationele actor-paradigma: door rationalisering kunnen actoren het proces steeds beter beheersen om eigen doelen te bereiken (doelrationeel handelen). Veelgemaakte fout: mechanisch en organisch omdraaien: mechanisch hoort bij gelijkvormigheid, organisch bij afhankelijkheid.

Een student alleen op zijn kamer in een studentenhuis

VERANDERING · MODERNISERING

Wat is individualisering?

  • Individualisering: individuen vergroten in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden.

  • Mensen zijn minder afhankelijk van gezin, sociale klasse, kerk, arbeid en huwelijk en plannen hun leven meer zelf.

  • Sociale posities worden minder toegeschreven op grond van afkomst.

  • Het individu komt als sociale eenheid voorop; het gezin verdwijnt niet, maar verandert van betekenis.

Syllabus 19.2: individualisering is het proces waarbij individuen in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten (Elias). Veel mensen verminderden hun afhankelijkheid van traditionele instituties als gezin, sociale klasse, kerk, arbeid of huwelijk. Sociale structuren verdwijnen niet, maar het individu treedt als nieuwe sociale eenheid op de voorgrond, en de betekenis van traditionele instituties verandert. Posities worden minder dan vroeger toegeschreven op basis van afkomst. De foto toont een student alleen op zijn kamer. Veelgemaakte fout: individualisering gelijkstellen aan egoïsme of aan het verdwijnen van het gezin. Image credit: Willem van de Poll / Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

VERANDERING · MODERNISERING

Individualisering: waardering en kanttekening

  • Van individuen wordt meer verwacht dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen en voor het aangaan van sociale betrekkingen.

  • Jongeren kunnen bij de overgang naar volwassenheid niet terugvallen op voorgeschreven patronen.

  • Positief: een emancipatieproces met meer individuele vrijheid, een eigen weg gaan en meer sociale en geografische mobiliteit.

  • Negatief: minder maatschappelijke integratie, toenemend egoïsme, losraken van bindingen en meer eenzaamheid.

  • Kanttekening: het empirisch bewijs verschilt per groep, cohort, periode, land en regio en geldt niet overal even sterk.

Syllabus 19.2: individualisering wordt zowel positief als negatief gezien. Positief: emancipatieproces, toename van individuele vrijheid en meer mobiliteit. Negatief: teloorgang van maatschappelijke integratie, toenemend egoïsme, losraken van bindingen met mensen en groepen en meer eenzaamheid. Kanttekening: empirisch bewijs komt niet overal even sterk naar voren; er is reden onderscheid te maken tussen groepen, cohorten, perioden, landen, regio's en levenswijzen, en onderzoek levert zelden universeel geldige wetmatigheden op. Dat is een bruikbaar punt bij vragen over representativiteit en generaliseren. Veelgemaakte fout: één kant als de enige juiste zien.

Welk paradigma benadrukt bij rationalisering ongelijk verdeelde opbrengsten?

A

Het conflictparadigma

B

Het functionalisme

C

Het rationele actor-paradigma

D

Alle drie even sterk

Syllabus 19.1: het conflictparadigma benadrukt ongelijkheidsverhoudingen en vervreemding. Verwachte fout: functionalisme kiezen, dat benadrukt functiedifferentiatie en solidariteit.

Zara wordt bakker, net als haar vader en opa. Wat voor positie is dit?

A

Een door eigen keuze bepaalde positie

B

Een positie door rationalisering van arbeid

C

Een toegeschreven positie

D

Een positie door mechanische solidariteit

Syllabus 19.2: toegeschreven op basis van afkomst. Bij individualisering worden posities hier minder door bepaald. Verwachte fout: mechanische solidariteit kiezen; dat gaat over de band tussen mensen, niet over hoe een positie wordt verkregen.

Verkeerslichten en zebrapaden op het Wilsonsplein in Haarlem, 1991

VERANDERING · MODERNISERING

Wat is institutionalisering?

  • Institutionalisering: een complex van waarden en regels wordt vastgelegd in standaardgedragspatronen.

  • Die patronen reguleren het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties.

  • Voorbeeld: bij groen licht rijd je door. Iedereen kent en volgt dat patroon.

  • Het worden vaak onbewuste handelingspatronen.

Syllabus 19.3: institutionalisering is het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaardgedragspatronen die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. Het is een telkens terugkerend sociaal proces. Het begrip sociale institutie (een complex van min of meer geformaliseerde regels) kent de leerling uit domein D. De foto toont verkeerslichten in Haarlem in 1991. Veelgemaakte fout: institutionalisering opvatten als het opnemen van mensen in een instelling. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Noord-Hollands Archief / Wikimedia Commons, CC0

VERANDERING · MODERNISERING

Nut, zin en organisaties

  • Mensen vinden de waarden en normen nuttig en houden zich er meestal aan, zonder dagelijks alles te onderhandelen.

  • Het geeft zekerheid in het alledaagse handelen en meer ruimte en tijd voor nieuwe activiteiten.

  • Het beantwoordt niet alleen het 'hoe' maar ook het 'waartoe' van handelen en geeft zo zin aan wat mensen doen.

  • Het bepaalt deels hun beeld van de werkelijkheid: ze ervaren een betekenisvolle structuur en samenhang.

  • Er ontstaan vaak organisaties: verbanden tussen mensen met een gemeenschappelijk doel, zoals KPN of Greenpeace.

Syllabus 19.3: de waarden en normen hebben voor mensen een zekere geldigheid, men vindt ze nuttig en hoeft niet iedere dag alle handelingen uit te onderhandelen. Het geeft zekerheid, ruimte en tijd voor nieuwe activiteiten. Het gaat om het hoe en het waartoe en dat geeft zin. Het bepaalt deels het beeld van de werkelijkheid. Organisaties zijn verbanden tussen mensen die een gemeenschappelijk doel nastreven, zoals winst maken (KPN, Philips) of natuur en milieu beschermen (Greenpeace, Wereld Natuur Fonds). Veelgemaakte fout: institutionalisering alleen als beperking zien; de syllabus benadrukt zekerheid en zin.

Kerkgangers verlaten de kerk op Marken, Hemelvaartsdag 1921

VERANDERING · MODERNISERING

Van traditioneel naar modern

  • Rationalisering, individualisering en institutionalisering gelden als typerend voor westerse modernisering.

  • Traditioneel: gewoontes, godsdienstige tradities, toegeschreven posities en afhankelijkheid van gezin en kerk.

  • Modern: wetenschappelijk denken, doelmatige processen en zelfstandige individuen die hun eigen leven inrichten.

  • De processen lopen door elkaar en zijn een beschouwing van het Westen, geen wet voor elke samenleving.

Syllabus 19: de kandidaat kan beschrijven hoe rationalisering, individualisering en institutionalisering worden beschouwd als typerend voor de ontwikkeling van westerse samenlevingen van traditioneel naar modern. De dia combineert wat de syllabus bij 19.1 en 19.2 zegt over de premoderne tijd en de moderne samenleving. Het is een beschouwing: de syllabus zegt zelf dat onderzoek zelden universeel geldige wetmatigheden oplevert. De foto toont kerkgangers op Marken in 1921, een voorbeeld van een sterke band met een traditionele institutie. Veelgemaakte fout: denken dat traditionele instituties in een moderne samenleving verdwijnen. Image credit: August F.W. Vogt / Wikimedia Commons, publiek domein

Vul in

Institutionalisering beantwoordt het hoe en het waartoe van handelen en geeft zo zin aan wat mensen doen.

hoe
waartoe
zin
waarom
winst

Syllabus 19.3. Verwachte fout: 'waarom' invullen: de syllabus noemt het waartoe.

Waarom blijft het gezin bestaan?

Goed antwoord: het individu komt als sociale eenheid op de voorgrond, maar sociale structuren zoals het gezin blijven bestaan; alleen de betekenis ervan verandert (syllabus 19.2). Verwachte fout: zeggen dat individualisering het gezin vervangt.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Rationalisering en de paradigma's

2

Individualisering

3

Institutionalisering

4

Van traditioneel naar modern

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel met de meeste stemmen.

Welk proces zie je het meest in je eigen leven?

Goed antwoord: een proces (rationalisering, individualisering of institutionalisering) met een concreet voorbeeld en de koppeling aan de omschrijving, bijvoorbeeld het schoolrooster met vaste regels (institutionalisering). Verwachte fout: alleen een voorbeeld noemen zonder het proces te benoemen.

VERANDERING · MODERNISERING

Begrippen (1/2)

  • rationalisering: het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid om haar voorspelbaar en beheersbaar te maken, met doelgericht ingezette middelen

  • bureaucratisering: rationalisering in bestuur: vastgelegde regels die zonder aanzien des persoons gelden

  • onttovering van de wereld: Webers term: mensen geloven dat alles berekenbaar is en geen magische krachten de gang van zaken bepalen

  • vervreemding: het gevoel geen controle te hebben over het eigen werk en de verbondenheid met het product te verliezen

  • mechanische solidariteit: Durkheim: verbondenheid op basis van gelijkvormigheid, bij weinig arbeidsdeling

Deze slide heeft geen instructies

VERANDERING · MODERNISERING

Begrippen (2/2)

  • organische solidariteit: Durkheim: verbondenheid op basis van afhankelijkheid, door arbeidsdeling

  • individualisering: individuen vergroten in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden

  • toegeschreven positie: een positie die je krijgt op grond van afkomst

  • institutionalisering: waarden en regels worden vastgelegd in standaardgedragspatronen die gedrag en relaties reguleren

  • modernisering: de ontwikkeling van traditioneel naar modern in westerse samenlevingen

Deze slide heeft geen instructies