CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Examentraining
Geld, sparen en lenen: zo pak je examenvragen aan
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Examentraining
Geld, sparen en lenen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over de bankrekening, sparen, rente en lenen beantwoorden met een casus.
Deze slide heeft geen instructies
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: de casus. Wie spaart of leent, en hoeveel geld gaat erin of eruit?
2. Zoek: het begrip dat past: saldo, rente, sparen, een leenvorm of kredietkosten.
3. Reken: noteer de som, reken stap voor stap en controleer twee keer.
4. Kies: het antwoord en controleer of de andere opties echt niet kloppen.
Deze slide heeft geen instructies
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Vraagtype 1: saldo en rood staan
Nieuw saldo = oud saldo + bijschrijvingen - afschrijvingen.
Onder nul is een debetsaldo (rood staan), boven nul een creditsaldo (tegoed).
Bij rood staan hoort debetrente, bij een tegoed creditrente.
Debet- en creditsaldo en de rentes zijn alleen KB en GL/TL; BB oefent het saldo berekenen.
Lars heeft 40 euro saldo, pint 55 euro en krijgt 10 euro. Wat is zijn saldo?
-5 euro: een debetsaldo
-15 euro: een debetsaldo
-25 euro: een debetsaldo
5 euro: een creditsaldo
40 - 55 + 10 = -5. Verwachte fouten: de 10 euro vergeten (-15), de 10 euro aftrekken (-25) of het minteken vergeten (5).
Kai staat rood. Welke rente betaalt hij aan de bank?
Creditrente over zijn tegoed
Renteopbrengst over zijn spaargeld
Debetrente over zijn debetsaldo
Geen rente, rood staan is gratis
Rood staan kost debetrente. Creditrente krijg je over een tegoed.
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Vraagtype 2: sparen en rente
Motieven om te sparen: voor een doel, uit voorzorg of voor de renteopbrengst.
Rentebedrag = bedrag x rentepercentage x looptijd.
Reken het percentage om: 1% is 0,01 en 5% is 0,05.
Alle leerwegen. Rente alleen over het beginbedrag (enkelvoudig).
Jessica zet elke maand 20 euro apart voor een nieuwe laptop. Welk motief?
Sparen uit voorzorg
Sparen voor de renteopbrengst
Sparen voor een doel
Lenen voor een tijdelijk geldtekort
Ze spaart voor een bekend doel: de laptop.
Jesse zet 800 euro op een spaarrekening tegen 1% per jaar. Rente na 3 jaar?
24 euro
8 euro
240 euro
824 euro
800 x 0,01 = 8 euro per jaar en 8 x 3 = 24 euro. Verwachte fouten: maar één jaar rekenen (8), de komma verkeerd zetten (240) of het eindbedrag nemen (824).
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Rij woningen in Hoorn
Vraagtype 3: leenvormen
Hypotheek: lening voor een eigen woning.
Doorlopend krediet: opnemen tot een maximum. Persoonlijke lening: vast bedrag, vaste termijnen.
Huurkoop: pas van jou na de laatste termijn. Koop op afbetaling: meteen van jou. Leasing: alleen gebruik.
Alle leerwegen kennen de leenvormen. Vraag bij elke casus: wat wordt gekocht en wie is eigenaar? Image credit: Dqfn13 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Familie Bakker koopt een huis en leent daarvoor bij de bank. Welke leenvorm?
Leasing
Huurkoop
Doorlopend krediet
Hypotheek
Een lening voor een eigen woning heet hypotheek.
Dewi neemt een tv mee. De tv is pas van haar na de laatste termijn. Welke vorm?
Koop op afbetaling
Huurkoop
Doorlopend krediet
Persoonlijke lening
Pas eigenaar na de laatste termijn: huurkoop. Bij koop op afbetaling is het product meteen van jou.
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Wasmachines in een winkel
Vraagtype 4: kosten van lenen en banken
Kredietkosten zijn alle extra kosten van lenen.
Bij afbetaling: alle termijnen samen min de prijs zijn de kredietkosten.
De bank vraagt lieners een hogere rente dan ze spaarders geeft.
Alleen KB en GL/TL. Controle: 10 x 42 = 420 en 420 - 400 = 20. Image credit: Stilfehler / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Wasmachine: 400 euro. Op afbetaling 10 termijnen van 42 euro. Kredietkosten?
20 euro
2 euro
42 euro
420 euro
10 x 42 = 420 euro in totaal, min de prijs van 400 euro is 20 euro. Verwachte fout: het totaal van de termijnen noemen (420).
De bank geeft spaarders rente en vraagt lieners rente. Hoe verdient ze zo?
De rente voor spaarders is hoger dan voor lieners
Lieners betalen rente, spaarders krijgen er geen
De rente voor lieners is hoger dan voor spaarders
Spaarders en lieners betalen allebei evenveel
De bank is bemiddelaar en houdt het renteverschil over.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Saldo en rood staan
Sparen en rente
Leenvormen
Kosten van lenen en banken
Deze slide heeft geen instructies
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Tips voor op het examen
Staat het saldo onder nul? Dan is het een debetsaldo: je staat rood.
Reken rente met bedrag x percentage x jaren en controleer twee keer.
Leenvormen herken je aan de eigenaar: huurkoop pas na de laatste termijn, afbetaling meteen.
Kredietkosten: wat je in totaal terugbetaalt min wat je leende.
Deze slide heeft geen instructies