Scheikunde 5 - Les 3

Scheikunde 5 - Les 1
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Scheikunde 5 - Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Wk 1: Koolhydraten: opbouw en soorten
Wk 2: Koolhydraten: effect op het lichaam
Wk 3: Eiwitten: bouwstenen van het lichaam
Wk 4: Vetten: opbouw en structuur
Wk 5: Vetten: effect op gezondheid & Toepassing in leefstijladvies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Waarom wordt een sporter vaak geadviseerd om voldoende eiwit te eten?"

Slide 3 - Tekstslide

Laat studenten eerst individueel nadenken. 
Daarna bespreken in tweetallen.

Antwoorden verzamelen:

Vertel vervolgens:

Eiwitten doen veel meer dan alleen spieropbouw. Ze vormen de bouwstenen van bijna alle lichaamscellen.
Leerdoelen
Jij:
- kunt uitleggen hoe eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren;
- kunt beschrijven wat peptidebindingen zijn;
- kunt uitleggen wat essentiële en niet essentiële aminozuren zijn.


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Klassikale uitleg: Opbouw van eiwitten.
  • Bouw een eiwit.
  • Klassikale uitleg: Essentiële aminozuren en biologische waarde.
  • Aan de slag! - Verwerkingsopdracht.
  • Quiz-time.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen eiwitten in het lichaam?

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Eiwitten in het lichaam
Eiwitten zijn belangrijk voor:
  • spieren;
  • huid;
  • organen;
  • enzymen;
  • hormonen;
  • afweerstoffen;
  • transport van stoffen.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aminozuren = bouwstenen

Slide 8 - Tekstslide

Alle aminozuren hebben een vergelijkbare basisopbouw:
  • een koolstofatoom (-C);
  • een aminogroep (–NH₂);
  • een zuurgroep (–COOH);
  • een waterstofatoom (-H);
  • een variabele zijketen ®.
De zijketen verschilt per aminozuur en bepaalt de eigenschappen van dat aminozuur. Hierdoor bestaan er verschillende soorten aminozuren, die elk een specifieke functie kunnen hebben in het lichaam.

Hoeveel aminozuren zitten er minimaal in een eiwit?

Slide 9 - Open vraag

Heel veel. Een eiwit bestaat uit een lange keten van aminozuren.
Aminozuren
  • Bouwstenen van een eiwit. 
  • Lange ketens van aminozuren = polypeptide.
  • Een of meerdere polypetiden samen = eiwit.

Slide 10 - Tekstslide

  • Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren.
  • Aminozuren zijn kleine moleculen die aan elkaar gekoppeld kunnen worden tot lange ketens. 
  • Wanneer veel aminozuren aan elkaar gekoppeld worden, ontstaat een lange keten. Zo’n keten noemen we een polypeptide. 
  • Eén of meerdere polypeptiden samen vormen een eiwit.
Peptidebiding
  • Koppeling tussen twee aminozuren = peptidebinding.
  • Reactie van zuurgroep met een aminogroep.
  • Water komt vrij.
  • Condensatiereactie.

Slide 11 - Tekstslide

De koppeling tussen twee aminozuren heet een peptidebinding. 
  • Een peptidebinding ontstaat wanneer de zuurgroep van het ene aminozuur reageert met de aminogroep van het andere aminozuur. 
  • Bij deze reactie komt water vrij. 
  • Dit heet een condensatiereactie.
  • Peptidebindingen zorgen ervoor dat aminozuren stevig met elkaar verbonden blijven en een stabiele structuur krijgen. 
  • Hierdoor kan het eiwit zijn specifieke functie kan uitvoeren.
  • Tijdens de vertering van eiwitten worden deze peptidebindingen juist weer verbroken. 
  • Zo kunnen aminozuren opnieuw worden opgenomen en gebruikt door het lichaam.
Condensatiereactie toegelicht
  • Wanneer twee aminozuren aan elkaar gekoppeld worden, ontstaat een peptidebinding.
  • Hierbij wordt een H-atoom van de aminogroep en een OH-groep van de zuurgroep afgesplitst. Samen vormen deze H2O (water). 
  • Het overblijvende C-atoom van de zuurgroep vormt vervolgens een binding met het N-atoom van de aminogroep. 
Waarom is de volgorde
van aminozuren belangrijk?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is de volgorde belangrijk?
A-B-C-D is niet hetzelfde als: A-D-B-C.

De volgorde bepaalt:
  • vorm;
  • functie;
  • werking.

Slide 13 - Tekstslide

Vergelijk met een kralenketting:

Dezelfde kralen in andere volgorde geven een ander resultaat.
Wanneer spreken we van een eiwit en niet meer van losse aminozuren?

Slide 14 - Open vraag

Een of meerdere polypetiden samen = eiwit.

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Primaire structuur



  • De volgorde van aminozuren.
  • Primaire structuur.
  • Verbonden door peptidebindingen. 
A
B
C
D
E
F
I
I
I
I
I

Slide 16 - Tekstslide

Vergelijking:

Een woord bestaat uit letters.

KAT ≠ TAK

Dezelfde letters in een andere volgorde geven een andere betekenis.
Secundaire structuur
  • De aminozuurvolgorde blijft hetzelfde.
  • De keten begint zich op bepaalde
    plaatsen op te rollen.
  • Er ontstaan α-helixen en β-platen. 
α-helix (spiraalvorm);
β-plaat
(gevouwen plaatstructuur)

Slide 17 - Tekstslide

Vergelijking:

Een recht touw dat je oprolt tot een spiraal.
Tertiare structuur




  • Het hele eiwit krijgt een driedimensionale vorm.
  • Die vorm bepaalt vaak de functie van het eiwit.
A
B
C
D
E
F

Slide 18 - Tekstslide

Praktijkvoorbeeld:

Een sleutel werkt alleen als de vorm precies klopt.
Quarternaire structuur
A
B
C
D
E
F
  • Sommige eiwitten bestaan uit meerdere eiwitketens.
  • Deze werken samen als één functioneel eiwit.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke structuur beschrijft de aminozuurvolgorde?
A
Primair
B
Secundair
C
Tertiair
D
Quarternair

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke structuur werken meerdere eiwitketens samen?
A
Primair
B
Secundair
C
Tertiair
D
Quarternair

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Klassikale uitleg: Opbouw van eiwitten.
  • Bouw een eiwit.
  • Klassikale uitleg: Essentiële aminozuren en biologische waarde.
  • Aan de slag! - Verwerkingsopdracht.
  • Quiz-time.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bouw een eiwit
Maak les 3 - lesopdracht 1

In deze opdracht bouw je stap voor stap een eiwit op en onderzoek je hoe de structuur verandert.

Slide 24 - Tekstslide

Eiwitten worden opgebouwd uit aminozuren. De volgorde waarin aminozuren aan elkaar gekoppeld worden en de manier waarop de keten zich vervolgens opvouwt, bepalen uiteindelijk de functie van het eiwit.

In deze opdracht bouw je stap voor stap een eiwit op en onderzoek je hoe de structuur verandert.
Benodigdheden per groepje (3-4 studenten):

  • kaartjes met aminozuren (A, B, C, D, E, F, G, H);
  • paperclips, touwtjes of plakbriefjes om peptidebindingen weer te geven;
  • werkblad.
Lesplanning
  • Klassikale uitleg: Opbouw van eiwitten.
  • Bouw een eiwit.
  • Klassikale uitleg: Essentiële aminozuren en biologische waarde.
  • Aan de slag! - Verwerkingsopdracht.
  • Quiz-time.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het lichaam heeft aminozuren nodig
Het lichaam gebruikt 20 aminozuren.

Deze aminozuren zijn nodig voor:
  • opbouw van spieren;
  • herstel van weefsels;
  • aanmaak van enzymen;
  • aanmaak van hormonen;
  • ondersteuning van het immuunsysteem.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen essentiële en niet-essentiële aminozuren?

Slide 27 - Open vraag

Essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf aanmaken en moet het lichaam binnenkrijgen via voeding. Niet-essentiële aminozuren kan het lichaam zelf maken.
Essentiële en niet-essentiële aminozuren
Essentiële aminozuren
Niet-essentiële aminozuren
Kan het lichaam niet of onvoldoende zelf maken.
Kan het lichaam zelf maken;
Moeten via voeding worden opgenomen.
Hoeven niet per se uit voeding te komen.
Bijv. lysine, leucine, methionine.
Bijv. alanine, serine, asparagine.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conditioneel essentiële aminozuren
Soms heeft het lichaam extra aminozuren nodig. Bij:
  • groei;
  • ziekte;
  • wondgenezing;
  • intensieve training;
  • langdurige stress.

Dan kunnen sommige aminozuren conditioneel essentieel worden.
Praktijkvoorbeeld
Een topsporter na zware training heeft vaak meer behoefte aan aminozuren voor herstel dan iemand die weinig beweegt.

Slide 29 - Tekstslide

Sommige aminozuren kan het lichaam zelf aanmaken, maar in bepaalde situaties kan de behoefte groter zijn dan het lichaam zelf kan produceren. 
Dit geldt onder andere voor arginine, cysteïne, glutamine, glycine, proline en tyrosine.

Voorbeelden van situaties waar de behoefte groter is dan de productie:
•Tijdens groei.
•Tijdens ziekte, herstel naar operatie, wondgenezing.
•Tijdens intensieve training.
•Tijdens langdurige stress.

Soms stijgt de behoefte echter sneller dan de productie.
Daardoor wordt voeding belangrijker.

Wat is biologische
waarde?

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Biologische waarde
Hoe goed het lichaam het eiwit uit voeding kan gebruiken voor de opbouw van lichaamseiwitten.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke factoren bepalen
de biologische waarde?

Slide 32 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Biologische waarde
Biologische waarde hangt af van:
  • hoeveelheid essentiële aminozuren;
  • verhouding van aminozuren;
  • verteerbaarheid van het eiwit.

Slide 33 - Tekstslide

Dit is een belangrijk begrip.
Maak onderscheid tussen:

Hoeveel eiwit?
en
Hoe goed is dat eiwit?

Voorbeeld:
Twee producten kunnen evenveel gram eiwit bevatten.
Toch kan het lichaam het ene eiwit beter gebruiken dan het andere.

Vergelijking
Niet elke doos met bouwstenen bevat dezelfde onderdelen.
Als belangrijke bouwstenen ontbreken, kun je minder goed bouwen.
Biologische waarde

Slide 34 - Tekstslide

Hoge biologische waarde: 
  • Leg uit dat deze producten vaak complete eiwitbronnen zijn.
  • Het lichaam kan ze efficiënt gebruiken.
Lagere biologische waarde: 
  • Bevatten minder van één of meer essentiële aminozuren.
  • Ze zijn vaak prima bruikbaar, maar vragen meer variatie.

Het limiterende aminozuur
  • Het essentiële aminozuur dat als eerste tekortschiet.
  • Daardoor wordt de opbouw van lichaamseiwitten beperkt. 
Vergelijking
Een fiets heeft 20 onderdelen nodig. 
Als één onderdeel ontbreekt: ➡ kun je de fiets niet afmaken.

Slide 35 - Tekstslide

Het lichaam heeft alle essentiële aminozuren nodig.

Ontbreekt er één, dan verloopt de eiwitopbouw minder efficiënt.
Wat gebeurt er als één essentieel aminozuur ontbreekt?

Slide 36 - Open vraag

De aanmaak van lichaamseiwitten wordt beperkt.
Eiwitbronnen combineren
Plantaardige eiwitten kunnen elkaar aanvullen. Voorbeelden:
  • brood + hummus;
  • rijst + bonen;
  • volkoren pita + kikkererwten;
  • wraps + bonen.

Samen vormen ze een completer aminozuurprofiel.

Slide 37 - Tekstslide

Combineren van eiwitbronnen
Verschillende plantaardige voedingsmiddelen kunnen elkaar aanvullen in aminozuursamenstelling.
Bijvoorbeeld granen gecombineerd met peulvruchten, zoals: brood met hummus of rijst met bonen. 
Door voldoende variatie in de voeding kunnen ook plantaardige voedingspatronen alle essentiële aminozuren leveren.
Casus - Eten na krachttraining
Student A
2 volkoren boterhammen met hummus.
Een appel.

Student B
Een kom havermout met amandeldrink.
Een banaan.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke maaltijd levert waarschijnlijk de beste bouwstoffen voor spierherstel?

Gebruik in je antwoord de begrippen:
essentiële aminozuren;
biologische waarde;
limiterend aminozuur.

Slide 39 - Open vraag

Student A heeft waarschijnlijk de beste eiwitkwaliteit.

Hummus (kikkererwten) bevat relatief veel eiwit.
Brood en peulvruchten vullen elkaar aan in aminozuursamenstelling.
Daardoor ontstaat een completer aminozuurprofiel.
Havermout bevat wel eiwit, maar de biologische waarde is lager en de hoeveelheid essentiële aminozuren is beperkter.
Lesplanning
  • Klassikale uitleg: Opbouw van eiwitten.
  • Bouw een eiwit.
  • Klassikale uitleg: Essentiële aminozuren en biologische waarde.
  • Aan de slag! - Verwerkingsopdracht.
  • Quiz-time.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag! - Verwerkingsopdracht.
Maak les 3 - lesopdracht 2 - opdracht 3, 5 en 6.

Opdracht 1, 2 en 4 zijn gericht op herhaling & voorbereiding voor de toets.  







Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Klassikale uitleg: Opbouw van eiwitten.
  • Bouw een eiwit.
  • Klassikale uitleg: Essentiële aminozuren en biologische waarde.
  • Aan de slag! - Verwerkingsopdracht.
  • Quiz-time.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er tijdens de vorming van een peptidebinding?
A
Twee aminozuren worden gekoppeld waarbij water vrijkomt.
B
Twee aminozuren worden gekoppeld waarbij zuurstof wordt opgenomen.
C
Een aminozuur wordt gesplitst in twee kleinere moleculen.
D
Een peptidebinding wordt verbroken door toevoeging van water.

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat beschrijft de primaire structuur van een eiwit?
A
De driedimensionale vorm van een eiwit.
B
De samenwerking van meerdere eiwitketens.
C
De volgorde van aminozuren in de keten.
D
Het aantal aanwezige aminozuren.

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom hebben eieren doorgaans een hoge biologische waarde?
A
Omdat ze veel calorieën bevatten.
B
Omdat ze alle essentiële aminozuren in gunstige verhoudingen bevatten.
C
Omdat ze uitsluitend uit eiwit bestaan.
D
Omdat ze sneller verteerd worden dan plantaardige eiwitten.

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een vegetarische sporter twijfelt tussen twee maaltijden:

Maaltijd A: rijst met bonen
Maaltijd B: twee gekookte eieren

Welke uitspraak is het meest juist?
A
Alleen maaltijd B bevat essentiële aminozuren.
B
Maaltijd A bevat geen eiwitten.
C
Maaltijd B heeft waarschijnlijk de hoogste biologische waarde, maar maaltijd A kan door de combinatie van rijst en bonen ook een compleet aminozuurprofiel opleveren.
D
Beide maaltijden hebben altijd precies dezelfde biologische waarde.

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij:
- kunt uitleggen hoe eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren;
- kunt beschrijven wat peptidebindingen zijn;
- kunt uitleggen wat essentiële en niet essentiële aminozuren zijn.


Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies