Zonlicht door het bladerdak van een moerbeiboom (foto: Loadmaster, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · LEVEN · BIOMOLECULEN
Quiz
Terugblik: Eiwitten, suikers en vetten
Zonlicht door het bladerdak van een moerbeiboom (foto: Loadmaster, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · LEVEN · BIOMOLECULEN
Quiz
Terugblik: Eiwitten, suikers en vetten
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Loadmaster (David R. Tribble) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
In welke vorm is de energie van het zonlicht na fotosynthese vastgelegd?
Warmte in het gevormde water
Elektrische energie in de cel
Bewegingsenergie van O₂
Chemische energie in glucose
Syllabus L1.2. Lichtenergie wordt omgezet in chemische energie, opgeslagen in de bindingen van glucose. Verwachte fout: warmte kiezen.
Hoe heet het vastleggen van CO₂ in glucose bij fotosynthese?
Gaswisseling
Koolstofassimilatie
Spijsvertering
Ademhaling
Syllabus L1.2: vastleggen van koolstofdioxide/koolstofassimilatie. Gaswisseling is alleen de uitwisseling van O₂ en CO₂ met de omgeving, ademhaling zet glucose juist weer om in CO₂ en spijsvertering breekt voedingsstoffen af. Verwachte fout: gaswisseling kiezen omdat CO₂ wordt opgenomen.
Vul in
Glucose en fructose vormen samen sacharose, een disacharide, waarbij ook H₂O ontstaat.
Syllabus L1.3. Verwachte fout: zetmeel als bouwsteen van sacharose noemen.
Twee eiwitten hebben dezelfde aminozuren in een andere volgorde. Wat verschilt?
Het aantal peptidebindingen
De molecuulformule van de aminozuren
De primaire structuur
De massa van het eiwit
Syllabus L1.3. De volgorde van de aminozuren is de primaire structuur. Aantal bindingen, aminozuren en massa zijn gelijk.
Welke groepen vormen de waterstofbrug in een bètaplaat?
N–H en O=C
C–H en O=C
N–H en C=C
S–H en N–H
Syllabus L1.3. De waterstofbrug ligt tussen H van N–H en O van C=O van peptidebindingen in naast elkaar liggende ketenstukken.
Zet op volgorde: van voedsel tot eigen eiwit
Syllabus L1.4. Afbraak tot bouwstenen, transport, opbouw van lichaamseigen stoffen.
Welke formule heeft de triglyceride van glycerol en drie oliezuur?
C₅₇H₁₁₀O₉
C₅₇H₁₀₄O₆
C₅₇H₁₁₀O₆
C₅₇H₁₀₄O₉
Syllabus L1.3. C₃H₈O₃ + 3 C₁₈H₃₄O₂ = C₅₇H₁₁₀O₉; min 3 H₂O geeft C₅₇H₁₀₄O₆. Fout C₅₇H₁₁₀O₉: geen H₂O afgesplitst. Fout C₅₇H₁₁₀O₆: formule van tristearine. Fout C₅₇H₁₀₄O₉: alleen de H-atomen van H₂O afgetrokken.
Welke twee functies hebben vetten in het lichaam?
Enzym en bouwstof in membranen
Bouwstof in spieren en energieopslag
Informatiedrager en enzym in de cel
Energieopslag en bouwstof in membranen
Syllabus L1.5. Vetten: energieopslag en bouwstof in membranen. Spieren bestaan vooral uit eiwit; enzymen zijn eiwitten.
Wat gebeurt er met het enzym na afsplitsing van het product?
Het blijft ongewijzigd en bindt opnieuw
Het wordt in het product ingebouwd
Het blijft aan het product vastzitten
Het wordt afgebroken tot aminozuren
Syllabus L2.1. Een enzym is een biokatalysator en wordt niet verbruikt.
Waarom bindt een glucose-enzym geen fructose?
Syllabus L2.2. Fructose heeft dezelfde formule maar een andere ruimtelijke structuur en andere plaats van de functionele groepen; het past niet in de actieve plaats en bindt niet (specificiteit). Verwachte fout: alleen zeggen dat het een ander molecuul is.
Waardoor heeft de actieve plaats van een enzym een vaste vorm?
Door de primaire structuur van het substraat
Door de peptidebindingen van het product
Door de tertiaire structuur van het eiwit
Door de C=C-bindingen in de restgroepen
Syllabus L2.2 en L1.3: de ruimtelijke structuur van de actieve plaats komt uit de tertiaire structuur (bindingen tussen restgroepen). Verwachte fout: de structuur van het substraat kiezen; het substraat moet juist passen bij de vorm die het enzym al heeft.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · LEVEN · BIOMOLECULEN
Goed gedaan!
Je weet nu hoe organismen glucose maken, hoe eiwitten, suikers en vetten gebouwd zijn en hoe enzymen reacties versnellen.
Deze slide heeft geen instructies