DP3 H1 les 3 paragraaf 1.5

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

✍️ Startopdracht in stilte (5 minuten)
Lees de situatie

Mila heeft een idee voor een schoolfeest. Ze krijgt één minuut om haar idee aan de directeur uit te leggen. Ze vertelt kort wat haar idee is, waarom leerlingen het leuk zullen vinden en waarom de school ermee akkoord zou moeten gaan.

Beantwoord in je schrift:
  1. Wat probeert Mila te bereiken?
  2. Waarom moet ze alleen de belangrijkste informatie vertellen?
  3. Wat zou ze kunnen doen om overtuigend over te komen?

Slide 2 - Tekstslide

Docent

Kort ophalen. Mogelijke antwoorden:

te veel tekst;
niet geoefend;
voorlezen van het scherm;
presentatie beter voorbereiden;
duidelijke dia's maken;
alleen kernwoorden gebruiken.

Hiermee activeer je meteen het onderwerp zonder eerst theorie te geven.
Welkom DP3
  • Startactiviteit
  • Vorige les kort herhalen
  • Instructie: presenteren
  • Opdrachten in het boek
  • Praktijkopdracht
  • Exit ticket

Vandaag

HERHALEN → LEREN → OEFENEN → DOEN → TERUGKIJKEN




Slide 3 - Tekstslide

“Vorige les ging het over presenteren. Vandaag gaan we een stap verder. Je krijgt niet altijd vijf of tien minuten om iets uit te leggen. Soms moet je iemand in heel korte tijd enthousiast maken.”
📚 Let op: Theorie-uitleg 
✏️ Je krijgt een korte instructie

✅ Wat verwacht ik van jullie?
🤫 Stil en geconcentreerd tijdens de uitleg
📝 Aantekeningen maken in je schrift
🙋 Actief meedoen bij de opdrachten
💡 De uitleg gebruiken bij de opdracht
✍️ Antwoorden altijd in hele zinnen opschrijven


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

📚 Methode D&P
📘 In je boek
  • Theoriebronnen – hierin staat wat je moet kennen
  • Opdrachten – hiermee oefen je de theorie
  • Praktijkopdrachten – achterin het boek, hiermee pas je de theorie toe
💻 In de online omgeving extra hulpmiddelen
  • Filmpjes – uitleg en voorbeelden
  • Bijlagen – extra materiaal bij opdrachten
  • Stappenplannen – helpen je stap voor stap werken
  • Flipcards – begrippen oefenen
  • Begrippentrainer – belangrijke woorden en begrippen leren
  • Bestanden uploaden – werk digitaal inleveren
Belangrijk

Eerst begrijpen → dan oefenen → daarna toepassen in de praktijk.

Die laatste zin zou ik onderaan groot zetten; die maakt voor leerlingen meteen duidelijk hoe de methode is opgebouwd.
Belangrijk
Eerst begrijpen → dan oefenen → daarna toepassen in de praktijk.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkwijze in de les
📒 Linkerkant → voor aantekeningen (belangrijkste begrippen & uitleg)
📒 Rechterkant → voor antwoorden op mondelinge vragen
➡️ Schrijf je antwoorden altijd in hele zinnen

📌 Zo houd je overzicht én kun je makkelijk terugkijken bij het leren.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkwijze in de les vervolg
Iedereen doet actief mee in de les 🎯

1️⃣ Denktijd – eerst krijgt iedereen even de tijd om na te denken.
2️⃣ Overleg – kort met je buur, samen verantwoordelijk voor het antwoord.
3️⃣ Opschrijven – noteer je antwoord.
4️⃣ Vragenronde – de docent kiest willekeurig een leerling.
5️⃣ Antwoord geven – je antwoordt in een hele zin en legt uit hoe je tot dit antwoord bent                      gekomen.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even herhalen

Wat weet je nog? Denk terug aan de vorige les.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

❓ Vraag

Welke 3 onderdelen heeft een presentatie? 

💡 Denk eraan:
🤔 Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
👥 Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

❓ Vraag

Wat is beter op een dia?
A. Volledige stukken tekst
B. Kernwoorden en duidelijke afbeeldingen
💡 Denk eraan:
🤔 Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
👥 Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

❓ Vraag

Noem één aandachtspunt bij presenteren voor een groep.

💡 Denk eraan:
🤔 Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
👥 Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 11 - Tekstslide

oogcontact;
duidelijk spreken;
rustig praten;
rechtop staan;
open houding.
Koppeling

“Een aantal van deze regels heb je straks bij een pitch ook nodig.”
🎯Leerdoelen paragraaf 1.2 en 1.3

Ik kan...

  • in mijn eigen woorden vertellen wat een pitch is;
  • bedenken voor wie mijn pitch bedoeld is en wat ik wil bereiken;
  • een korte pitch logisch opbouwen;
  • tijdens een pitch duidelijk spreken, oogcontact maken en een passende houding aannemen.

Lesplanning
Start → uitleg → oefenen → opdrachten → check → exit ticket

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Denk eerst zelf
Wat denk jij?     PITCH

Wat denk jij dat een pitch is?

Daarna 30 seconden overleggen met de buurman/buurvrouw.


Slide 13 - Tekstslide

Nog niet meteen verbeteren. Vertel:

“Aan het einde kijken we of jullie antwoord nog hetzelfde is.”
Wat is een pitch?
Een pitch is een korte presentatie waarin je in korte tijd de belangrijkste informatie vertelt en iemand enthousiast probeert te maken.
Duurt maximaal 2 minuten.

Je hebt een goed idee.
Je komt iemand tegen die erover kan beslissen.
Je krijgt maar één minuut.
Wat vertel je wel en wat laat je weg?

Dat is precies de uitdaging van een pitch.

Slide 14 - Tekstslide

3. Voorkennis activeren

10–15 minuten

Wat zou jij doen?

Lees steeds een situatie voor. Leerlingen steken 1 of 2 vingers op.

1 = goede communicatie
2 = kan beter

Voorbeelden:

A. Een klant praat en de medewerker kijkt ondertussen op zijn telefoon.
→ 2

B. “Dus als ik u goed begrijp, zoekt u iets voor buiten?”
→ 1

C. Een klant zegt iets onduidelijks. De medewerker vraagt:
“Wat bedoelt u precies?”
→ 1

D. “Wilt u rood?”
→ gesloten vraag

E. “Welke kleur vindt u mooi?”
→ open vraag

Hiermee heb je meteen een nulmeting zonder een lange theoretische introductie.
Eerst voorbereiden
Denk vooraf na:
1. WAT? Wat is mijn idee/product?

2. VOOR WIE? Wie is mijn publiek?

3. WAAROM? Welk probleem of welke behoefte is er?

4. WAAROM DIT? Wat is er goed aan mijn idee?

5. WAT NU? Wat wil ik dat de ander na mijn pitch doet?
Belangrijk

Een goede pitch is geen informatie-dump. Je kiest alleen wat de ander echt moet weten.

Slide 15 - Tekstslide

raag aan de klas

Presenteer je hetzelfde aan groep 8 als aan volwassenen?

Nee → je past je presentatie aan je doelgroep aan.

Dit sluit aan op de onderdelen die in de brondia Een presentatie voorbereiden worden genoemd.
De opbouw
1. OPENING Trek de aandacht. -> “Wist je dat veel leerlingen tijdens de pauze nergens rustig                                                                               kunnen zitten?”
2. PROBLEEM Wat is er aan de hand? -> “De aula zit vaak helemaal vol.”
3. OPLOSSING Wat is jouw idee? -> “Daarom willen wij een chillruimte maken in lokaal D-09”
4. VOORDEEL Waarom is jouw idee goed? -> “Leerlingen hebben dan een rustige plek en de                                                                                                        aula wordt minder druk.”
5. AFSLUITING Wat wil je van de ander? -> “Mogen wij dit idee verder uitwerken?”
Ezelsbruggetje
Aandacht → Probleem → Oplossing → Voordeel → Actie

Slide 16 - Tekstslide

3. Voorkennis activeren

10–15 minuten

Wat zou jij doen?

Lees steeds een situatie voor. Leerlingen steken 1 of 2 vingers op.

1 = goede communicatie
2 = kan beter

Voorbeelden:

A. Een klant praat en de medewerker kijkt ondertussen op zijn telefoon.
→ 2

B. “Dus als ik u goed begrijp, zoekt u iets voor buiten?”
→ 1

C. Een klant zegt iets onduidelijks. De medewerker vraagt:
“Wat bedoelt u precies?”
→ 1

D. “Wilt u rood?”
→ gesloten vraag

E. “Welke kleur vindt u mooi?”
→ open vraag

Hiermee heb je meteen een nulmeting zonder een lange theoretische introductie.
Zet in de juiste volgorde
Zet de pitch in de juiste volgorde Situatie: Je wilt dat de school een tafeltennis tafel koopt.

Geef deze zinnen door elkaar:
A. “Daarom stellen wij voor om een tafeltennis tafel in de aula te plaatsen.”
B. “Zou de school willen onderzoeken of dit mogelijk is?”
C. “Tijdens de pauzes hebben veel leerlingen weinig te doen.”
D. “Een tafeltennis tafel zorgt voor ontspanning én leerlingen doen samen iets.”
E. “Hoe zou jij het vinden als er tijdens de pauze iets extra's te doen was?”

Je overlegt met je buur.

Slide 17 - Tekstslide

ntwoord: B → C → A

Daarbij:

B = inleiding
C = kern
A = afsluiting
Zelfstandig werken

1. Lees eerst de theorie goed (grijze gedeeltes in je boek)
2. Gebruik je markeerstift. Markeer alleen:
🟨 belangrijke begrippen & definities
🟨 stappen
🟨 dingen die je moet onthouden

Maak daarna:
  • paragraaf H1 §1.5 – opdrachten 24 t/m28
  • Praktijkopdracht  4– Situatie: Oefenen houding aannemen
  • paragraaf H1 §1.6 - opdracht 29 terugkijken / opdr. 30 woordenlijst

👉 Eerst lezen en begrijpen
👉 Daarna opdrachten maken

Slide 18 - Tekstslide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
Zelfstandig werken

Klaar met een onderdeel?

✅ Pak het antwoordmodel bij de docent
✅ Kijk je antwoorden na
✅ Verbeter je fouten


👉 Eerst lezen & begrijpen → dan maken → daarna nakijken & verbeteren

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkopdracht 4uit je boek: in tweetallen - lees de opdracht in je stencils
Ga tegenover elkaar staan.
Neem om de beurt een houding aan:

armen over de borst;
armen ontspannen langs het lichaam;
nors kijken;
licht glimlachen;
wijdbeens staan;
op één been hangen;
handen in de zij;
gebaren met de handen;
rechtop staan;
iets voorovergebogen staan.
Na iedere houding
De andere leerling zegt:
“Je komt op mij over als…”

Bijvoorbeeld:

geïnteresseerd;
onzeker;
boos;
enthousiast;
gesloten;
zelfverzekerd;
ongeïnteresseerd.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkopdracht 4 uit je boek
Vraag klassikaal

“Welke houding zou jij kiezen tijdens een pitch?”

Slide 21 - Tekstslide

Gewenste aandachtspunten:

rechtop – open houding – oogcontact – ontspannen – passend glimlachen – ondersteunende handgebaren
Een goede pitch
  • is kort;
  • bevat alleen belangrijke informatie;
  • is duidelijk;
  • klinkt enthousiast;
  • heeft een logische opbouw;
  • wordt rustig uitgesproken;
  • bevat oogcontact;
  • wordt ondersteund door een goede houding;
  • eindigt duidelijk.

Niet:
Ja dus eh… wij hadden eigenlijk een idee en ja misschien is dat wel leuk…”
Wel: “Wij hebben een idee waardoor de pauzes leuker én actiever worden.”
Vraag:
elke opening zorgt ervoor dat je verder wilt luisteren?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de 30-secondenpitch
Kies één onderwerp Bijvoorbeeld:
  • overtuig iemand om jouw favoriete game te spelen;
  • overtuig de school om een bepaald broodje te verkopen;
  • overtuig iemand om jouw sport te proberen;
  • bedenk een verbetering voor de school;
  • verkoop een denkbeeldig product.

Voorbereiden – 3 minuten
Schrijf alleen kernwoorden op:
Opening:
Mijn idee:
Waarom goed:
Afsluiting
Pitchen – 30 seconden:
Leerling A pitcht.
Leerling B geeft feedback op drie punten:
Was het duidelijk?
Kwam de leerling enthousiast over?
Paste de houding bij de pitch?
Daarna wisselen

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

✍️Exitticket
Jouw pitch-check
Je moet morgen onverwacht een pitch geven.
Schrijf op:
VOORAF - Eén ding waar je eerst over nadenkt:

IN JE PITCH  - Eén onderdeel dat erin moet zitten:

TIJDENS JE PITCH - Eén ding waar je op let bij je houding of manier van spreken:

Lever je antwoord in voordat je vertrekt.

Slide 24 - Tekstslide

Belangrijk

Dit is een oefenmoment, geen presentatiebeoordeling. Zo houd je de drempel voor deze groep laag.
🎲 Sta op als…

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

🎲 Sta op als…
…je liever pizza eet dan pasta 🍕
…je liever uitslaapt dan vroeg opstaat 😴
…je een huisdier hebt 🐶🐱🐠
…je favoriete seizoen de zomer is ☀️
…je liever sport doet dan gamet ⚽🎮
…je weleens een grappige TikTok hebt gemaakt of gekeken 🎥
…je het liefst muziek luistert tijdens het leren 🎧
…je liever op vakantie gaat naar het strand dan naar de bergen 🏖️
…je ooit op een podium hebt gestaan (bijv. toneel, muziek, presentatie) 🎤
…je vandaag al gelachen hebt 😄

⚡ Tip: houd het tempo hoog (10–15 sec

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies