Kleding_wassen_

Kleding

wassen

Sorteren, labels lezen, wasmiddel en de wasmachine

Zorg & Welzijn | Mens en omgeving

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorZorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kleding

wassen

Sorteren, labels lezen, wasmiddel en de wasmachine

Zorg & Welzijn | Mens en omgeving

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je een wasmand sorteren, het waslabel lezen, het juiste wasmiddel kiezen en de wasmachine goed vullen en instellen.

P/ZW/2.2 Textiel verzorgen | Mens en omgeving

Wat ga je leren?

Sorteren

Je kunt was sorteren.

Waslabel

Je snapt de wassymbolen.

Wasmiddel

Je kiest het juiste wasmiddel.

Wasmachine

Je weet hoe je de machine vult en instelt.

Even nadenken

Wat gaat er mis als je alle was bij elkaar in de wasmachine doet?

Sorteren

Wit, bont, donker of fijn?

Waarom sorteer je?

Kleur loopt uit

Een rode sok maakt je witte shirt roze. Donkere was geeft kleur af.

Wol krimpt

In warm water wordt je wollen trui te klein. Wol was je op 30 graden.

Temperatuur

Handdoeken kunnen warm, een trui niet. Kijk op het etiket.

Sorteren houdt je was heel en schoon.

Was sorteren: 4 stapels

60°

Witte was

Witte handdoeken, lakens, onderkleding

40°

Bonte was

Gekleurde kleding

30°

Donkere was

Zwart en donkerblauw apart, anders wordt het dof

fijn

Fijne was

Wol, zijde, kant. Fijnwasprogramma

Wit en donker samen wassen?

wit

+ donker

De kleur loopt uit

Donkere was geeft kleurstof af aan het water.

Wit wordt grijs

De witte kleding verkleurt en ziet er vies uit.

Daarom: donker bij donker en licht bij licht.

Soorten textiel

Katoen

Sterk. Kan warm. Krimpt wel.

Wol

Kwetsbaar. 30 graden of handwas.

Synthetisch

Droogt snel. Niet tegen hitte.

Zijde en viscose

Handwas of fijnwas.

Linnen

Sterk, maar kreukt erg.

Het waslabel

Wat betekenen die symbolen?

Waarom lees je het waslabel?

Het label zit in je kleding, meestal in de zijnaad of de nek.

Hoe was je het?

Op het label staat de temperatuur en het programma.

Het gaat niet kapot

Krimpen, verkleuren en uitrekken voorkom je.

Het blijft mooi

Kleding gaat langer mee als je het label volgt.

Op het label staat waar het van gemaakt is en hoe je het wast.

Symbolen: wassen

Max. 30 °C

Max. 40 °C

Max. 60 °C

Handwas, lauw water

Niet wassen

Een streep onder het teiltje betekent: fijnwasprogramma.

Symbolen: bleken en strijken

Bleken mag

Niet bleken

Niet strijken

Strijken koel (1 stip)

Strijken medium (2 stippen)

Strijken heet (3 stippen)

Symbolen: drogen

Droger mag

Droger lage temperatuur (1 stip)

Droger normaal (2 stippen)

Niet in de droger

Liggend drogen

Hangend drogen

Symbolen: stomerij en wringen

Naar de stomerij (P)

Naar de stomerij (F)

Niet chemisch reinigen

Niet wringen

De letter zegt welk middel de stomerij gebruikt.

Welk symbool is dit?

A

Drogen op 40 graden

B

Strijken op 40 graden

C

Wassen op max 40 graden

D

Handwas

Welk symbool is dit?

A

Bleken

B

Niet bleken

C

Niet strijken

D

Strijken

Welk symbool is dit?

A

Niet drogen

B

Niet strijken

C

Niet chemisch reinigen

D

Niet wassen

OPDRACHTEN MAKEN



Gebruik je opdracht met wassymbolen

20

minute

00

second

Wasmiddel en water

Wat kies je, en hoeveel?

Vlekken inweken

Wat?

Eiwitvlekken

Bloed, gras, zweet en melk.

Hoe?

Eerst inweken

Eerst inweken met voorwasmiddel. Gebruik lauw water.

Let op!

Niet op wol en zijde

Gebruik het niet op wol en zijde.

Wat zit er in wasmiddel?

vet

Wasactieve stoffen

Halen vet en vuil los.

eiwit

Enzymen

Breken eiwitvlekken af.

wit

Bleekmiddel

Houdt wit wit. Niet voor bonte was.

kalk

Waterontharders

Vangen kalk op.

Welk wasmiddel kies je?

Poeder

Wit en warm

Vloeibaar

Kleur en koud

Fijnwasmiddel

Wol, zijde, kant

Hard of zacht water?

Hard water heeft veel kalk.


Hoe harder het water, hoe meer wasmiddel je nodig hebt.

Waterhardheid in Amersfoort

5,4 °dH

ZACHT

zacht

hard

Zoek op: hoe hard is het water in jouw woonplaats?

waterhardheidkaart.nl

Vul je postcode in.

Hoeveel wasmiddel?

Kijk op de verpakking: daar staat een tabel per waterhardheid en hoe vuil de was is.

Wat gebeurt er bij te weinig wasmiddel?

Waarom niet te veel wasmiddel?

Waar of niet waar?

Meer wasmiddel = schonere was.

WAAR

NIET WAAR

Wol was je op 60 graden.

WAAR

NIET WAAR

Bij hard water heb je meer wasmiddel nodig.

WAAR

NIET WAAR

AFSPRAKEN IN DE LES

  • Geen kauwgom

    • 1x waarschuwing

    • 2x strafwerk voor thuis

    • 3x vrijdagmiddag kauwgom krabben

  • Alleen oortjes tijdens zelfstandig werken, geen koptelefoon

    • Tijdens de theorie gaan de oortjes uit

  • Zitten op de stoel

  • Niet naar de wc

  • Geen jassen

  • Geen bodywarmer

  • Tassen in de kast

  • Telefoon thuis of in de kluis

3x een waarschuwing = eruit

BLOK 4

De wasmachine

Vullen, instellen, drogen

Eerst voorbereiden

1

Zakken leeg

Haal alles uit de zakken voordat de kleding in de wasmachine gaat.

2

Ritsen dicht

Ritsen, haakjes en oogjes sluiten. Anders haken ze achter ander wasgoed.

3

Binnenstebuiten

Keer donkere en bedrukte kleding binnenstebuiten. Dat beschermt de kleur en de print.

4

Waszakje

Doe kwetsbaar textiel, zoals bh's met beugels en panty's in een waszakje.

De wasmachine vullen

1

Trommel driekwart vol

Er moet nog een hand bovenop kunnen.

2

Wasmiddel met de dop

Volgens de verpakking en de waterhardheid.

3

Juiste vakje

I voorwas, II hoofdwas, bloemetje wasverzachter.

4

Programma en temperatuur

Kies op het laagste etiket in de trommel.

De wasmiddellade

I

Voorwas

II

Hoofdwas

Wasverzachter

Het bloemetje is voor wasverzachter. Vul niet boven MAX.

Waar let je op tijdens de praktijk?

H

Hygiënisch

  • Was je handen voor en na het werk.

  • Houd vuile en schone was gescheiden.

  • Werk met een schone werkplek.

V

Veilig

  • Werk volgens de voorschriften.

  • Veeg gemorst water en wasmiddel meteen op.

  • Houd wasmiddel dicht en uit je ogen.

E

Ergonomisch

  • Zet de wasmand op werkhoogte.

  • Til door je knieën.

  • Til niet met een gebogen rug.

M

Milieubewust

  • Let op water en energie.

  • Gebruik niet te veel wasmiddel.

  • Vul de trommel niet te weinig.