5.2 Het huishoudboekje van de overheid

4 TL
Hoofdstuk 5 Kan de overheid dat regelen 
5.2 Het huishoudboekje van de overheid
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

4 TL
Hoofdstuk 5 Kan de overheid dat regelen 
5.2 Het huishoudboekje van de overheid

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen 5.2  
  • hoe komt de overheid aan geld
  • waar geeft de overheid geld aan uit
  • welke inkomstenbronnen heeft een gemeente

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

5.2 Het huishoudboekje van de overheid 
  • Begrotingstekort
  • Begrotingstekort
  • Begrotingsoverschot
Begrotingsoverschot
De overheid heeft meer inkomsten dan uitgaven
Begrotingstekort
De overheid heeft meer uitgaven dan inkomsten

Slide 4 - Tekstslide

Begrotingstekort & -overschot
  • Begrotingstekort = uitgaven > inkomsten
  • Geld lenen
  • Bezuinigen
  • Belastingen verhogen
  • Begrotingsoverschot = inkomsten > uitgaven
  • Schuld aflossen
  • Meer uitgeven

Slide 5 - Tekstslide

Staatsschuld
  • Als de overheid meer geld uitgeeft dan er binnenkomt, spreek je van een begrotingstekort. 
  • Om de uitgaven toch te kunnen doen, moet de overheid geld lenen. 
  • Doordat de overheid jaren achtereen een tekort heeft gehad, is er een staatsschuld ontstaan.

Slide 6 - Tekstslide

0

Slide 7 - Video

Slide 8 - Link

Inkomsten en uitgaven van de overheid

De overheid ontvangt premies voor de sociale zekerheid en geld van niet-belastingontvangsten, zoals aardgasbaten, winst uit staatsbedrijven, paspoort/ID-kaart en boetes.

Slide 9 - Tekstslide

1 Indirecte-                           
2 directe belasting
1. Belastingen die verwerkt zitten in de prijs van een product.

2. Belastingen die je direct aan de overheid betaald.

Slide 10 - Tekstslide

Directe belastingen
Inkomen
Vermogen
Winst

Slide 11 - Tekstslide

Indirecte belastingen
Btw
Accijns
&
Milieuheffingen

Slide 12 - Tekstslide

Directe belastingen

Worden direct aan de belastingdienst betaald.

Het gaat om de belasting over inkomen, winst en vermogen.
-Loon en inkomstenbelasting
-Dividendbelasting
-Vennootschapsbelasting
-Successierechten
-Kansspelbelasting
Indirecte belastingen

Zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Ze worden betaald aan de verkoper, deze draagt ze af aan de belastingdienst.

Het gaat om btw en accijns. Je noemt deze ook wel kostprijsverhogende belastingen. Ander voorbeelden zijn; Invoerrechten, Milieuheffingen,
Motorvoertuigenbelasting en BPM

Slide 13 - Tekstslide

Inkomsten van de gemeente
  • Een groot deel van de inkomsten van de gemeente komt van het Rijk. 
  • Daarnaast betalen burgers en bedrijven gemeentelijke belastingen en heffingen zoals OZB (onroerendezaakbelasting), rioolheffing, afvalstoffenheffing, parkeerbelasting, toeristenbelasting en hondenbelasting.

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag / HW
5.2  Het huishoudboekje van de overheid
Maken opgaven 12 tot en met 19 plus de samenvatting

Leren paragraaf 2
Lezen paragraaf 3






timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide

Wat heb je geleerd?

Slide 16 - Tekstslide

Loonbelasting is een ... belasting.
A
directe
B
indirecte
C
niet verplichte
D
onzin

Slide 17 - Quizvraag

Wat doet de overheid niet om een begrotingstekort op te vangen?
A
Bezuinigen
B
Belastingen verhogen
C
Lenen
D
Staatsschuld aflossen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is OZB?
Kies de 2 juiste antwoorden
A
Onroerende Zaak Belasting
B
Huurtoeslag
C
Gemeentebelasting
D
Huurverhoging

Slide 19 - Quizvraag

Belasting die je betaalt wanneer je een product koopt is een voorbeeld van .....
A
directe belasting.
B
indirecte belasting.
C
niet verplichte
D
onzin

Slide 20 - Quizvraag

Direct of indirect?

Over een prijs in de postcodeloterij betaal je kansspelbelasting.
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 21 - Quizvraag

Loonbelasting
BTW
Belasting op alcohol
Directe belastingen
Indirecte belastingen

Slide 22 - Sleepvraag