Feit, mening en toon (Nederlands vmbo), les 2: Examentraining

Voorpagina van het Haarlems Dagblad met een grote foto en een kop

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Examentraining

Feit, mening en toon: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: feit of mening onderscheiden, een talig middel herkennen en een oordeel onderbouwen, met een stappenplan, drie eigen leesteksten en 6 examenvragen.

Onderdelen in deze les

Voorpagina van het Haarlems Dagblad met een grote foto en een kop

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Examentraining

Feit, mening en toon: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Cees de Boer / Noord-Hollands Archief via Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag feit en mening onderscheiden, een talig middel herkennen en een oordeel onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: gaat het om feit of mening, een talig middel of een oordeel?

  • 2. Zoek de plek: welke zin of alinea noemt de vraag?

  • 3. Zoek signalen: 'ik vind', oordeelwoorden, grote woorden of een toon die niet klopt.

  • 4. Antwoord: kies of schrijf, en noem een tekstgegeven.

  • 5. Controleer: staat er in de tekst echt wat jouw antwoord zegt?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Vraagtype 1: feit of mening

  • Vraag: 'Welke zin is een feit?' of 'Wat is het argument?'

  • Een feit kun je controleren, een mening niet.

  • Een argument herken je aan 'want', 'omdat' en 'daarom'.

  • Lees bij een mening ook de zin erna: daar staat vaak de reden.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Tekst 4: Een extra vrije dag?

(1) De gemeenteraad van Bergveld bespreekt of scholen in mei een extra vrije dag krijgen. De raad beslist volgende maand.

(2) Leerling Sanne vindt een extra vrije dag een prima idee. 'We werken al hard genoeg', zegt ze. 'Na de toetsweek ben je echt toe aan rust.'

(3) De directeur van een school in Bergveld is het er niet mee eens. Volgens de directeur is er al weinig tijd om alle lesstof te behandelen. Een extra vrije dag maakt het rooster nog voller.

Eigen tekst voor Examenstof

Betogende tekst met twee meningen. Feit: alinea 1 (wat de raad bespreekt en wanneer die beslist). Meningen: Sanne vindt het een prima idee, de directeur is tegen. Alle plaatsen en personen zijn verzonnen.

Wat is een feit volgens tekst 4?

A

Een vrije dag is een prima idee

B

Leerlingen werken al hard genoeg

C

Het rooster wordt te vol

D

De raad beslist volgende maand

Alinea 1 meldt wat de raad doet en wanneer: dat kun je nakijken. De andere opties zijn meningen van Sanne en de directeur. Verwachte fout: 'Leerlingen werken al hard genoeg', omdat Sanne het stellig zegt.

Welk argument geeft Sanne in alinea 2?

Modelantwoord (1 punt): na de toetsweek ben je echt toe aan rust, of: ze werken al hard genoeg. Verwachte fout: 'ze vindt het een prima idee', dat is de mening en geen reden.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Vraagtype 2: talig middel

  • Vraag: 'Welk talig middel gebruikt de schrijver?' of 'Wat bedoelt de schrijver?'

  • Overdrijving: iets veel groter maken dan het is.

  • Spot: de schrijver bedoelt het tegenovergestelde van wat er staat.

  • Vraag je af: kan dit echt zo zijn, of klopt de toon niet?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Tekst 5: Maandagochtend

(1) Het is maandagochtend en de bus is vijf minuten te laat. Natuurlijk. Ik sta al een eeuwigheid in de kou en mijn tenen vriezen eraf.

(2) Dan komt de bus eindelijk. De chauffeur zegt vrolijk 'Goedemorgen!' Wat een fantastische service, zeg.

(3) Op school blijkt de eerste les uit te vallen. Wat een prachtige start van de week.

Eigen tekst voor Examenstof

In alinea 1 staat overdrijving ('een eeuwigheid', 'mijn tenen vriezen eraf'): de bus is maar vijf minuten te laat. In alinea 2 en 3 staat spot: de schrijver bedoelt het tegenovergestelde, want de service is niet fantastisch en de start van de week niet prachtig.

Welk talig middel zie je in dit citaat?

Ik sta al een eeuwigheid in de kou en mijn tenen vriezen eraf.

A

Spot

B

Overdrijving

C

Een tegenstelling

D

Een opsomming

De bus is maar vijf minuten te laat, dus 'een eeuwigheid' en 'mijn tenen vriezen eraf' zijn veel groter dan de werkelijkheid. Verwachte fout: spot.

Wat bedoelt de schrijver met dit citaat?

Wat een fantastische service, zeg.

A

Dat de service echt fantastisch is

B

Dat de bus op tijd kwam

C

Dat de service juist slecht is

D

Dat de chauffeur grappig is

Spot: de bus was te laat, dus 'fantastisch' bedoelt de schrijver niet serieus. Verwachte fout: letterlijk lezen en 'echt fantastisch' kiezen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Vraagtype 3: oordeel met tekstgegeven

  • Vraag: 'Is de tekst volgens jou betrouwbaar? Leg uit.'

  • Geef eerst je oordeel, bijvoorbeeld eenzijdig of overtuigend.

  • Noem daarna een tekstgegeven: een zin, een woord of een kenmerk.

  • Schrijf 'want' en wijs het aan in de tekst, bijvoorbeeld 'alinea 3'.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Tekst 6: Folder Fit4You

(1) Word lid van Fit4You! Bij ons sport je met de beste trainers van het land. Elke les is anders en je ziet binnen een week al resultaat.

(2) Waarom wachten? Meld je deze maand aan en je betaalt geen inschrijfkosten.

(3) Vergeet de dure sportschool om de hoek. Bij Fit4You betaal je maar een tientje per maand en je mag net zo vaak komen als je wilt.

Eigen tekst voor Examenstof

Reclamefolder van een verzonnen sportschool. Tekstgegevens voor een oordeel: alleen voordelen ('beste trainers van het land', 'resultaat binnen een week'), geen nadelen, haast ('Waarom wachten?'), stevige woorden. De folder is eenzijdig en wil overtuigen.

Wat is een goed oordeel over tekst 6?

A

Eenzijdig, want er staan alleen voordelen in

B

Zakelijk, want er staan alleen feiten in

C

Grappig, want de schrijver maakt veel grappen

D

Neutraal, want ook nadelen worden genoemd

Alle zinnen noemen voordelen of prijzen en geen enkel nadeel. Verwachte fout: zakelijk, omdat er prijzen in staan.

Is de folder betrouwbaar? Geef een reden.

Modelantwoord (1 punt): nee/niet helemaal, want alleen voordelen staan erin (bijvoorbeeld 'beste trainers van het land'), of: het is een reclame die wil dat je je aanmeldt ('Waarom wachten?'). Een oordeel zonder tekstgegeven krijgt geen punt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Feit of mening

2

Een talig middel herkennen

3

Een oordeel onderbouwen

4

Argumenten vinden

Bespreek de uitkomst en laat leerlingen een eigen voorbeeld bij het lastigste type maken.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Tips voor op het examen

  • Een mening kan als feit klinken: vraag je steeds af of je het kunt controleren.

  • Gaat de vraag over wat de schrijver bedoelt? Lees dan de zinnen eromheen en let op de toon.

  • Bij 'leg uit' of 'waarom' hoort altijd een tekstgegeven in je antwoord.

  • Schrijf bij een citeervraag de zin letterlijk over, met alle leestekens.

Deze slide heeft geen instructies