Waar gaat het over? (Engels vmbo), les 2: Examentraining

Krantenkiosk van de Hull Daily Mail in Hull (Engeland), 2008

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Examentraining

Waar gaat het over?: zo pak je examenvragen aan

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining hoofdgedachte en tekstdoel: een stappenplan, drie Engelse leesteksten voor het onderwerp en de hoofdgedachte en twee korte teksten voor het tekstdoel, met 6 examenvragen (meerkeuze en citeren).

Onderdelen in deze les

Krantenkiosk van de Hull Daily Mail in Hull (Engeland), 2008

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Examentraining

Waar gaat het over?: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Neil Theasby / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag het onderwerp, de hoofdgedachte of het tekstdoel van een korte Engelse tekst kiezen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: gaat het om het onderwerp, de hoofdgedachte of het tekstdoel?

  • 2. Kijk globaal: titel, foto, eerste zin en laatste zin.

  • 3. Lees door: één keer snel door de hele tekst, zonder elk woord te vertalen.

  • 4. Kies: welk antwoord past bij de hele tekst en niet maar bij één stukje?

  • 5. Controleer: klopt je antwoord met de titel en de laatste alinea?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Vraagtype 1: het onderwerp

  • Vraag: 'Waar gaat de tekst over?' of 'Welke titel past bij de tekst?'

  • Kijk naar de titel en de eerste zin.

  • Kies het antwoord dat bij de hele tekst past.

  • Een zin uit één alinea is vaak te klein.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Tekst 4: Gardening club

(1) Every Tuesday after school, a group of students meets in the old corner of the playground. They are not playing football. They are planting vegetables!

(2) The school garden started last spring with just four boxes of earth. Now there are twelve boxes, and the students grow tomatoes, carrots, beans and herbs.

(3) "At first I only came because my friend came," says Ayla, 14. "Now I come because I want to see how big the carrots are."

(4) The vegetables are used in the school canteen. Last month the cook made a big pot of soup with beans from the garden.

(5) Anyone can join. You do not need to know anything about plants. The club helps you learn.

Eigen tekst voor Examenstof

Fictieve tuinclub en fictieve leerling. 'Playground' is het schoolplein, 'earth' is aarde, 'beans' zijn bonen, 'herbs' zijn kruiden, 'join' is meedoen.

Waar gaat Tekst 4 over?

A

Een tuinclub waar leerlingen groente kweken

B

Een kookclub die soep voor school maakt

C

Een voetbalclub op het schoolplein

D

Een biologieles over planten in een boek

De eerste alinea zegt het al: leerlingen planten groente. Verwachte fouten: voetbalclub (alinea 1 noemt 'football', maar juist als iets wat ze niet doen) en kookclub (de soep staat in alinea 4, een detail).

Welke titel past het best bij Tekst 4?

A

How to cook a vegetable soup

B

Football after school: join us!

C

Our school garden is growing

D

Why vegetables are good for you

De titel moet bij de hele tekst passen: een tuin die groeit. Verwachte fout: de soeptitel, omdat soep in alinea 4 staat. De tekst legt niet uit hoe je soep maakt. De laatste titel gaat over gezondheid; dat staat nergens.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Vraagtype 2: de hoofdgedachte

  • Vraag: 'Wat is de hoofdgedachte?' of 'Wat vindt de schrijver?'

  • Zoek de zin met de mening of de conclusie, vaak na 'So' of 'But'.

  • Een citeervraag: schrijf de zin precies uit de tekst over.

  • Schrijf bij citeren de Engelse woorden op.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Tekst 5: Letter to the school paper

(1) Dear editor,

(2) Last week our head teacher said that phones must stay in our lockers all day. I understand why, but I think this rule is too strict.

(3) First, we use our phones for school work too. I look up words when I read English texts, and my friend checks the bus times on her phone.

(4) Second, a phone is a way to call home when there is a problem. Some students travel a long way to school.

(5) Of course, phones can be a problem in class. So I suggest a simple rule: phones are off in lessons, but we can use them in the break.

(6) That way, we can use our phones when it helps, and we can still pay attention in class.

(7) Yours sincerely, Mia Brooks, class 3B

Eigen tekst voor Examenstof

Fictieve schrijfster en school. 'Editor' is de redacteur van de schoolkrant, 'lockers' zijn kluisjes, 'strict' is streng, 'pay attention' is opletten. Mia geeft haar mening in alinea 2 en haar oplossing in alinea 5.

Wat is de hoofdgedachte van Tekst 5?

A

Telefoons zijn slecht en moeten verboden blijven

B

Leerlingen gebruiken hun telefoon alleen voor school

C

Telefoons mogen buiten de lessen wel gebruikt worden

D

Telefoons moeten ook in de les aan mogen

Mia vindt het verbod te streng en stelt voor: uit in de les, aan in de pauze. Verwachte fout: de derde optie, omdat ze het verbod te streng noemt. Maar in alinea 5 zegt ze zelf dat telefoons in de les uit moeten. De tweede optie is een detail uit alinea 3.

Citeer: wat vindt Mia van de regel? Alinea 2.

Modelantwoord (1 punt): I think this rule is too strict. Ook goed: de hele zin 'I understand why, but I think this rule is too strict.' Verwachte fout: een Nederlandse vertaling of de eerste zin van alinea 2 ('Last week our head teacher said ...'), die alleen vertelt wat de regel is.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Vraagtype 3: het tekstdoel

  • Vraag: 'Wat wil de schrijver bereiken?' of 'Waarom is de tekst geschreven?'

  • Zoek aanwijzingen: opdrachten, feiten of juist een grap.

  • Bedenk: informeren, overhalen of vermaken.

  • Kies het doel dat het sterkst is.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Tekst 6: Summer sale

(1) BIG SUMMER SALE at Street Style!

(2) Everything is half price this weekend only. T-shirts, jeans, trainers: it's all here!

(3) Don't wait. Come early and get the best things before they are gone!

Eigen tekst voor Examenstof

Fictieve winkel. 'Sale' is uitverkoop, 'half price' is halve prijs, 'trainers' zijn sportschoenen, 'gone' is op of weg.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Tekst 7: My cat, the boss

(1) My cat Biscuit thinks she is the boss of our house. Every morning at six o'clock she sits on my head. That is her alarm clock.

(2) When I give her food, she looks at me as if I made a terrible mistake. Then she eats it anyway.

(3) Yesterday she sat in my school bag for an hour. Now my English book is mostly cat hair, and my teacher believes the dog did it. We don't have a dog.

Eigen tekst voor Examenstof

Een grappig persoonlijk verhaal, fictief. 'Boss' is de baas, 'mistake' is een fout, 'hair' zijn haren, 'believes' is gelooft.

Wat wil de schrijver van Tekst 6 vooral bereiken?

A

Dat je naar de winkel komt om te kopen

B

Dat je meer leert over de geschiedenis van mode

C

Dat je lacht om een grappig verhaal

D

Dat je een mening geeft over de winkel

Opdrachten ('Don't wait', 'Come early') en uitroeptekens: overhalen. Verwachte fout: informeren-achtige antwoorden, omdat er een prijs en een soort kleding in staat. Dat zijn middelen om te overhalen.

Waaraan zie je dat Tekst 7 vooral wil vermaken?

A

Er staan veel feiten en cijfers in

B

De schrijver zegt wat je moet doen

C

Er staan dagen en tijden in

D

Er staat een grappig verhaal over een kat in

Humor en een verhaal (de kat als alarm, de hondenleugen): vermaken. De andere opties horen bij informeren (feiten, dagen en tijden) en overhalen (opdrachten). Verwachte fout: 'dagen en tijden', door 'six o'clock' in alinea 1. Dat is onderdeel van de grap.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Het onderwerp vinden

2

De hoofdgedachte kiezen

3

Het tekstdoel bepalen

4

Een zin citeren uit de tekst

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag. Dan weet je of het om onderwerp, hoofdgedachte of tekstdoel gaat.

  • Kijk eerst naar de titel, de foto en de eerste en laatste zin.

  • Begrijp je een woord niet? Sla het over. Voor de hoofdgedachte heb je niet elk woord nodig.

  • Een goed antwoord past bij de hele tekst. Een detail uit één alinea is te klein.

  • Twijfel je tussen twee antwoorden? Kies het antwoord dat bij de titel en de laatste alinea past.

Deze slide heeft geen instructies