Feit, mening en toon (Nederlands vmbo), les 3: Terugblik quiz

Voorpagina van het Haarlems Dagblad met een grote foto en een kop

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Quiz

Terugblik: Feit, mening en toon

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Quiz van 12 vragen over feit en mening, argumenten, overdrijving, spot, toon en oordelen, met twee korte teksten.

Onderdelen in deze les

Voorpagina van het Haarlems Dagblad met een grote foto en een kop

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Quiz

Terugblik: Feit, mening en toon

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Cees de Boer / Noord-Hollands Archief via Wikimedia Commons, CC0

Welke zin is een feit?

A

Het schoolfeest wordt vast heel leuk.

B

Het schoolfeest is veel te duur.

C

Het schoolfeest begint om acht uur.

D

Het schoolfeest moet elk jaar komen.

De begintijd kun je nakijken. Verwachte fout: de tweede optie kiezen omdat 'vast' er niet als oordeel uitziet.

Waaraan zie je dat dit een mening is?

Voetbal is de leukste sport die er bestaat.

A

Er staat een jaartal in

B

Er staat een oordeelwoord: leukste

C

Er staat een naam in

D

Er staat een vraag in

'Leukste' is een oordeelwoord. Je kunt de zin niet controleren. Verwachte fout: denken dat 'die er bestaat' de zin tot feit maakt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Tekst 7: Gamen laat op de avond

(1) Ik vind dat je na tien uur 's avonds niet meer moet gamen. Je slaapt dan slechter, want je hoofd blijft actief van de spanning.

(2) Bovendien ben je de volgende dag moe in de les. Daarom stop ik zelf altijd om negen uur.

Eigen tekst voor Examenstof

Mening in zin 1 ('Ik vind'). Argumenten: je slaapt slechter (want je hoofd blijft actief) en je bent de volgende dag moe. Alinea 2 begint met 'Bovendien', een signaalwoord voor een extra argument.

Welke reden geeft de schrijver in alinea 1?

A

Je haalt lagere cijfers

B

Het spel is te duur

C

Je wordt boos van het spel

D

Je slaapt slechter

Alinea 1: 'Je slaapt dan slechter'. Het argument over de les komt pas in alinea 2. Verwachte fout: lagere cijfers, door 'moe in de les'.

Welk woord in alinea 1 laat zien dat er een reden volgt?

Modelantwoord (1 punt): want. Verwachte fout: 'dan' of 'slechter'.

Vul in

Een oordeel over een tekst onderbouw je met een tekstgegeven: iets wat echt in de tekst staat.

oordeel
tekstgegeven
argument
toon

Oordeel en tekstgegeven. Verwachte fout: 'argument' bij het eerste gat.

Welk talig middel is dit?

Alweer een toets? Wat heerlijk, ik had juist zo weinig te doen.

A

Overdrijving

B

Een opsomming

C

Een voorwaarde

D

Spot

De schrijver vindt de toets juist vervelend en zegt het tegenovergestelde: spot. Verwachte fout: overdrijving.

Welke zin bevat een overdrijving?

A

De pizza kost zeven euro.

B

Dit is de grootste pizza van de hele wereld!

C

De pizza is in vier stukken gesneden.

D

De pizza komt uit de oven.

De andere zinnen beschrijven iets wat je kunt nakijken. Verwachte fout: kiezen voor de zin met een getal.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Tekst 8: SapKing

(1) Heb jij ook zo'n dorst? Dan is de nieuwe Fruitshake van SapKing er voor jou! Boordevol echte vruchten en honderd procent lekker. Met een glas van SapKing ben je de koning van de pauze! Haal hem vandaag nog!

Eigen tekst voor Examenstof

Reclametaal: een vraag aan de lezer, grote woorden ('honderd procent lekker', 'koning van de pauze') en een oproep ('Haal hem vandaag nog!').

Wat doet de schrijver met 'koning van de pauze'?

A

Een mening van een leerling weergeven

B

Een feit geven over de prijs

C

Overdrijven om het sap aantrekkelijk te maken

D

Spotten met mensen die dorst hebben

Het is een stevige, overdreven belofte in reclametaal. Verwachte fout: een feit over de prijs, omdat er in tekst 8 geen prijs staat.

Citeer de zin uit tekst 8 die de lezer tot actie oproept.

Modelantwoord (1 punt): Haal hem vandaag nog! Een citaat met een spelfout of een andere zin geeft geen punt.

Welke zin is een mening, ook al klinkt hij als een feit?

A

Dit is zonder twijfel het beste boek van het jaar.

B

Het boek is 300 pagina's lang.

C

Het boek is vorige maand verschenen.

D

Het boek speelt in Rotterdam.

'Het beste boek' is een oordeel, ook zonder 'ik vind'. De andere zinnen kun je nakijken.

Wat is de toon van deze zin?

Ik ben het zo zat! Elke dag dezelfde stomme regels.

A

Rustig en zakelijk

B

Boos en geïrriteerd

C

Grappig en vrolijk

D

Trots en blij

'Zo zat' en 'stomme regels' laten ergernis zien. Verwachte fout: grappig, omdat er een uitroepteken staat.

Wat is het argument bij de mening in dit citaat?

De film is spannend, want er gebeurt steeds iets onverwachts.

A

De film is spannend

B

Het is een film

C

Je moet hem zien

D

Er gebeurt steeds iets onverwachts

De mening is 'De film is spannend', het argument volgt na 'want'. Verwachte fout: de mening zelf kiezen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · FEIT/MENING

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu feit en mening scheiden, overdrijving en spot herkennen en een oordeel over een tekst onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies