De dunne darm (1).pptx


DE DUNNE DARM


Kc1 O5 Gastro-enterologie

Hilde De Vos

1 / 54
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGastro-enterologieHoger onderwijs

In deze les zitten 54 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les


DE DUNNE DARM


Kc1 O5 Gastro-enterologie

Hilde De Vos


ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

  • Langste onderdeel menselijk spijsverteringsstelsel à +/- 5 à 6 m

    • Diameter +/- 4 cm bij de maag, +/- 2,5 cm bij de verbinding met colon

    • Bestaat uit 3 delen

    • Duodenum: +/- 25 cm (ligt deels retroperitoneaal)

    • Jejunum: +/- 2,5 m is verbonden met een blad van het mesenterium

    • Ileum: +/- 3,5 m, eindigt aan de valva ileocaecalis




ANATOMIE EN FYSIOLOGIE


ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

Dunne darmwand:

  • Darmplooien of plica circularis

    • Darmvlokken of villi

      • Indien een eenvoudige buis met gladde wanden: opnamevlak = 3.300 m2

      • Darmoppervlak = owv de plica, villi en microvilli ca 2 miljoen cm2

      • Elke darmvlok heeft netwerk van capillairen





ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

  • Netwerk van capillairen:

    • Transport AH-gassen

      • Transport opgenomen voedingsstoffen naar v. porta

    • Elke capillair bevat lymfecapillair (chylusvat):

      • Transport van stoffen die te groot zijn voor capillairnetwerk bv. vetzuren

    • Elke darmvlok heeft een darmsapklier

      • Waterig darmsap

    • Thv duodenum naast darmsapklieren, submucosale klieren

      • Basisch slijm

    • Darmsapklieren bevatten endocriene klieren

      • Hormonen van het spijsverteringsstelsel



ANATOMIE EN FYSIOLOGIE


ANATOMIE EN FYSIOLOGIE


ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

  • Darmsap:

    • Ca 1,8 l/d

      • Komt via osmose in de darm

    • Functie:

      • Bevochtigen darminhoud

      • Neutraliseren van zuren

      • In oplossing blijven van verteringsenzymen en verteringsvochten

    • Staat oiv CZS en endocriene stelsel






ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

  • Peristaltische bewegingen of segmentatiebewegingen:

    • Darminhoud vermengen met slijm en enzymen

      • Bevordert de opname

      • Door CZS geregeld

      • Van duodenum ileum = ca 5u







ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

  • Functie samengevat:

    • Vertering (enzymen)

      • Absorptie (opname van voedingsstoffen), 90% van de absorptie gebeurt in de dunne darm

      • Motoriek (peristaltische bewegingen)

      • Transport afvalstoffen naar colon








GASTRO ENTERITIS

GASTRO ENTERITIS

  • Acute gastro-enteritis

    • = ontsteking van het maag-darm kanaal.

    • Oorzaken:

      • Bacterieel

      • Viraal

      • Parasitair









GASTRO ENTERITIS


  • Salmonella:

    • G-, staafvormige bacterie

      • Natuurlijke darmflora pluimvee, varkens, runderen, reptielen en huisdieren

      • Feaco-orale route

      • Incubatie 12-24u



GASTRO ENTERITIS


  • Yersinia:

    • G- bacil

      • Natuurlijke darmflora (?)

      • Voornamelijk besmetting via varkensvlees, verder nog via rundsvlees, lamsvlees, vis, mosselen, oesters, rauwe melk




GASTRO ENTERITIS


  • Cholera:

    • Vibrio cholera

      • Via besmet water of vis/groenten die met besmet water gewassen zijn

      • Incubatie 6-48h



GASTRO ENTERITIS


  • Campylobacter Jejuni:

    • Scheidt een cholera-achtige toxine af

      • Oorzaak: onvoldoende verhit kippenvlees




GASTRO ENTERITIS


  • Escherichia Coli

    • G-, staafvormige bacterie

      • Gemiddeld 10 miljard E. Coli bacteriën verlaten het lichaam via de ontlasting

      • Leeft in symbiose, helpt bij de aanmaak van vit. K





GASTRO ENTERITIS


  • Shigella:

    • G-, staafvormig

      • Onbeweeglijk, toxine producerende bacterie

      • Maagzuurbestendig

      • Komt voor in darmen van mensen en apen






GASTRO ENTERITIS


  • Virale oorzaken:

    • Hepatitisvirus

      • Viraal endotoxine

        • Rotavirus: op 5 jaar meestal immuun, vooral tijdens winter en vroege voorjaar, kan overleven op handen, vaccin Rotarix

        • Norovirus / nordwalk-like virus, meestal tijdens wintermaanden, rauwe schaal -en schelpdieren (gekweekt in besmet water), overdracht via handen

      • Poliovirus  in België wettelijk verplicht vaccin







GASTRO ENTERITIS


  • Parasitaire oorzaken:

    • Giardia Lamblia:

      • 1-cellige parasiet

        • Kan niet buiten de gastheer overleven, cysten wel

        • Cysten komen via de voeding in de maag  barsten open in de dunne darm

        • Overdracht van mens op mens, dier op mens, mens op dier








GASTRO ENTERITIS


GASTRO ENTERITIS


  • Entero-invasief:

    • Bacteriën hechten zich aan darmslijmvlies

      • Darm produceert meer slijm, kan vermengd zijn met bloed

      • Kan doordringen in het darmweefsel koorts en shock

    • Entero-toxigeen:

      • Bacteriën produceren toxinen

      • Toxine hecht zich aan darmslijmvlies

      • Darm gaat vocht onttrekken uit omliggend weefsel diarree en dehydratatie









GASTRO ENTERITIS


  • Symptomen:

    • Acuut beginnende misselijkheid

      • Braken

      • Buikkrampen

      • Diarree

      • Drukgevoelige buik


GASTRO ENTERITIS

  • Gevolgen:

    • Voornamelijk bij kinderen en bejaarden

      • Dehydratatie

      • Shock

    • Behandeling:

      • Symptomatisch:

        • ORS

        • Infuus

        • Anti-diarreïca

      • Oorzakelijk:

        • AB



INTESTINALE OBSTRUCTIE

INTESTINALE OBSTRUCTIE

  • intestinale obstructie of ileus: plotse verstoring in de passage


Oorzaken

  • 2 types:

    • mechanische ileus

      • paralytische ileus


INTESTINALE OBSTRUCTIE


INTESTINALE OBSTRUCTIE

MECHANISCHE ILEUS

  • obstructieve tumoren

    • invaginatie

    • volvulus: torsie van de darm

    • strenileus

    • verstopping door een grote galsteen, galsteenileus

    • voedsel

    • ingeslikte voorwerpen

    • stenose

    • postoperatieve adhesie

    • herniatie

    • bestralingsenteritis


INTESTINALE OBSTRUCTIE

Ingeklemde breuk

Invaginatie

Strangulatie ileus

Volvulus

Tumoraal proces

Galsteenileus


INTESTINALE OBSTRUCTIE


INTESTINALE OBSTRUCTIE


INTESTINALE OBSTRUCTIE

PARALYTISCHE ILEUS

ontbreken van darmperistaltiek waardoor voedsel het lichaam niet kan verlaten

  • post abdominale chirurgie

    • ontstekingsprocessen in het abdomen

    • uitgezette organen: remmen intra-abdominale peristaltiek

    • retro-peritoneale hematomen

    • ruimte innemende processen

    • ontstekingen



INTESTINALE OBSTRUCTIE

Symptomen



INTESTINALE OBSTRUCTIE

Algemene symptomen

  • nausea

    • braken, eventueel fecaal braken

    • ontbreken van stoelgang en flatus

    • uitzetting buik



INTESTINALE OBSTRUCTIE

Complicaties

  • dehydratatie door toenemende lekkage van vocht naar het darmlumen

    • oligurie - tachycardie - lage CVD - hypovolemische shock + elektrolytenstoornissen - dyspnoe (druk diafragma)

    • intoxicatie tgv resorptie toxines

    • darmruptuur met fecale peritonitis

    • aspiratiepneumonie (verslikken tijdens braken)



INTESTINALE OBSTRUCTIE


INTESTINALE OBSTRUCTIE

Diagnose

  • lichamelijk onderzoek

    • inspectie

      • auscultatie

      • percussie

      • palpatie

    • labo

    • beeldvormende technieken




INTESTINALE OBSTRUCTIE

Behandeling

  • conservatief:

    • NPO – MS – IV vocht

      • intraluminele desobstructie

    • chirurgische behandeling

      • laparoscopisch

      • laparotomie





ZIEKTE VAN CHROHN

ZIEKTE VAN CROHN

  • IBD= Inflammatory Bowel Disease

    • ontstekingen van mond tot kont

    • kenmerken:

      • tussen 15 - 30 jaar, meestal vrouwen

      • zowel ileum (30 - 40%) als colon (50%)

      • acute exacerbatie: snelle uitbreiding

      • remissie: weinig klachten, weinig behandeling


ZIEKTE VAN CHROHN


ZIEKTE VAN CHROHN

Oorzaken

  • ?

    • ideopatisch: auto-immuunziekte

    • uitlokkende factoren:

      • erfelijkheid

      • stress !!!

      • roken !!!

      • vroegere virale infecties

      • hygiëne

      • AB gebruik

      • darmbacteriën


ZIEKTE VAN CHROHN

Symptomen

  • diarree: ontstoken weefsel neemt onvoldoende vocht op

    • vermagering en groeiachterstand door malabsorptie.

    • symptomen van anemie  zweertjes in de darm  bloedverlies

    • buikpijn: chronische vorm  constant, acute vorm  koliekachtige pijn

    • gewrichtspijnen: ontstekingen buiten MD kanaal

    • oogaandoeningen: conjunctivitis, uveïtis

    • huidaandoeningen

    • koorts = acute fase



ZIEKTE VAN CHROHN


ZIEKTE VAN CHROHN


ZIEKTE VAN CHROHN

Complicaties

  • fistels

    • abcesvorming

    • intermitterende obstructie

    • stenose

    • vorming van grote infiltraten

    • perforatie

    • rectumstrictuur

    • short-bowel syndroom

    • uitbreiding van de ziekte buiten het MD-kanaal



ZIEKTE VAN CHROHN


ZIEKTE VAN CHROHN

MAAG

Absorptie van vetten, peptiden, aminozuren, suiker, ijzer, foliumzuur, calcium, magnesium, elektrolyten, water

Absorptie van peptiden, aminozuren, suiker, calcium, magnesium, elektrolyten, water

Absorptie van galzuren, B12, elektrolyten, water

Absorptie van aminozuren, elektrolyten, triglyceriden, water

ILEOCAECALE KLEP


ZIEKTE VAN CHROHN


ZIEKTE VAN CHROHN

Diagnose

  • lichamelijk onderzoek

    • labo

    • medische beeldvorming

    • endoscopisch onderzoek




ZIEKTE VAN CHROHN

Behandeling

  • medicamenteus

    • voedingstherapie

      • TPN

      • sondevoeding

    • chirurgie

      • zo weinig mogelijk, zo spaarzaam mogelijk

      • soms tijdelijke stoma




ZIEKTE VAN CHROHN


ZIEKTE VAN CHROHN

Verpleegkundige aandachtspunten post-operatief

  • parametercontrole

    • verband

    • MS

    • drainage indien van toepassing

    • vochtbalans

    • faeces – flatus controle





ZIEKTE VAN CHROHN

Prognose

  • verloop van de ziekte is onvoorspelbaar

    • ontaarding: licht verhoogde kans bij langdurig en uitgebreide ontsteking thv dikke darm






ZIEKTE VAN CHROHN

Crohn en zwangerschap

  • kans op ZWS even groot

    • kans op exacerbatie niet groter bij zwangerschap dan anders

    • de meeste medicatie kan verder ingenomen worden







ZIEKTE VAN CHROHN










ZIEKTE VAN CHROHN

SHIT - de film ntr