Steden en burgers 1302-1602 (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Examentraining

Steden en burgers 1302-1602: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen examenvragen over oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en continuïteit en verandering, toegepast op steden en burgers tot 1602.

Onderdelen in deze les

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Examentraining

Steden en burgers 1302-1602: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Chivista / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over steden en burgers in de Nederlandse gewesten (1302-1602) beantwoorden met oorzaken, standplaats, bronnen en verandering.

Deze slide heeft geen instructies

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag en welke situatie of bron krijg je?

  • 2. Zoek: welk begrip, welke persoon of welk jaartal past erbij?

  • 3. Beredeneer: onderbouw met de situatie en benoem het soort oorzaak, de standplaats of de verandering

Deze slide heeft geen instructies

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Vraagtype 1: soorten oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid direct en indirect, aanleiding en diepere oorzaak, korte en lange termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal

Deze slide heeft geen instructies

De Opstand kwam voort uit de centralisatiepolitiek van Karel V en Filips II. Wat voor oorzaak is dat?

A

Een sociaaleconomische oorzaak op korte termijn

B

Een cultureel-mentale oorzaak op korte termijn

C

Een politiek-bestuurlijke oorzaak op lange termijn

D

Een directe aanleiding voor de Beeldenstorm

Het beleid van de vorsten is politiek-bestuurlijk en liep over decennia door. Verwachte fout: de Beeldenstorm als diepere oorzaak noemen; dat is eerder een aanleiding.

Sociaaleconomische oorzaak van Brugges bloei?

Goed: handel via de Noordzee met de Hanze, Spanje en Italië, of de wisselbrief, de bank en de koopmansbeurs. Verwachte fout: een politieke oorzaak noemen.

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van de mensen toen en daar

  • Let op waardesystemen, oriëntatie en de positie van de groep

Deze slide heeft geen instructies

Een Antwerpse burger verzet zich tegen het terugdringen van het protestantisme. Welke verklaring past bij zijn tijd?

A

Hij zag zijn geloof en de vrijheid van de stad bedreigd

B

Hij vond godsdienstvrijheid een mensenrecht, zoals wij nu

C

Hij wilde zelf de plaats van de vorst innemen

D

Hij kende de leer van het protestantisme niet

Standplaats: geloof en stedelijke vrijheid hingen voor hem samen. Verwachte fout: terugredeneren vanuit onze eigen waarden, zoals mensenrechten.

Waarom zochten de hertogen grip op het bestuur?

Goed: om hun macht te versterken en hun gebieden meer als één geheel te besturen (centralisatie). Verwachte fout: alleen beschrijven wat zij deden.

De hertog van Alva, portret van Antonis Mor, 1557

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Weeg de betrouwbaarheid af: wie maakte de bron, wanneer en met welk doel?

  • Let ook op representativiteit: spreekt de bron voor de hele groep of periode?

Image credit: Antonis Mor / Wikimedia Commons, publiek domein

Een brief van Alva aan Filips II over de Opstand. Wat is een beperking voor de betrouwbaarheid?

A

Brieven zijn altijd onbetrouwbaar

B

Alva leefde pas lang na de Opstand

C

Een brief zegt niets over de Opstand

D

Alva schrijft vanuit zijn eigen positie en belang

Betrouwbaarheid: maker, doel en positie. Dat maakt de bron niet waardeloos, wel gekleurd. Verwachte fout: alle brieven onbruikbaar noemen.

Is een kaart van Amsterdam representatief?

Goed: Amsterdam had een eigen positie als haven voor graan uit het Oostzeegebied; andere steden hadden een andere specialisatie. Verwachte fout: alleen over de betrouwbaarheid van de kaartmaker praten.

Willem van Oranje, portret van Adriaen Thomasz. Key, 1579

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Vraagtype 4: continuïteit en verandering

  • Verandering heeft een tempo, een duur en een schaal

  • Een keerpunt zoals 1585 of 1602 laat een omslag zien

Image credit: Adriaen Thomasz. Key / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat is 1585 voor de positie van Antwerpen?

A

Een continuïteit: Antwerpen bleef het centrum

B

Een keerpunt: de stapelmarktfunctie ging verloren

C

Het jaar van de Beeldenstorm in de stad

D

Het jaar van de oprichting van de VOC

Door de Spaanse verovering vanaf 1585 verloor Antwerpen de stapelmarktfunctie. Verwachte fout: 1585 met 1602 verwarren.

Welke verandering markeert 1602 voor de Republiek?

Goed: de oprichting van de VOC; de Republiek groeide uit tot een handelsgrootmacht met een wereldwijd netwerk. Verwachte fout: 1602 als einde van de Opstand noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soorten oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit en verandering

Deze slide heeft geen instructies

STEDEN EN BURGERS · 1302-1602

Tips voor op het examen

  • Noem bij een oorzaak altijd het soort: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal

  • Verklaar gedrag vanuit de positie van toen, zonder te oordelen vanuit nu

  • Bij bronnen: koppel maker, tijd en doel aan de vraag, en denk aan representativiteit

  • Jaartallen als 1302, 1585 en 1602 zijn keerpunten om je redenering aan op te hangen

Deze slide heeft geen instructies