Voortplanting van de mens (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

LICHAAM · VOORTPLANTING

Examentraining

Voortplanting van de mens: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: delen op een tekening aanwijzen, een grafiek van de cyclus lezen en rekenen, een situatie uitleggen en onderzoek en voorbehoedmiddelen. Acht vragen, drie met een tekening of grafiek. De vraag over tweelingen is alleen voor KB en GT.

Onderdelen in deze les

LICHAAM · VOORTPLANTING

Examentraining

Voortplanting van de mens: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Elizabeth / Wikimedia Commons, CC0

LICHAAM · VOORTPLANTING

Wat ga je kunnen?

Ik kan delen aanwijzen, een grafiek lezen en examenvragen over voortplanting beantwoorden.

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · VOORTPLANTING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd? Een naam, een volgorde of een uitleg?

  • 2. Kijk: zoek bij een tekening of grafiek eerst de letter of de as.

  • 3. Denk: welk deel of welke fase hoort erbij?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · VOORTPLANTING

Vraagtype 1: delen op een tekening

  • Kijk goed naar de tekening en de letters.

  • Zoek eerst het deel dat je zeker weet.

  • Denk aan de ligging: wat ligt naast wat?

  • Een deel dat links en rechts zit, komt vaak twee keer voor.

Deze slide heeft geen instructies

Welke letter is de eileider?

A

Letter A

B

Letter B

C

Letter C

D

Letter D

A is de eileider, B de eierstok, C de baarmoeder en D de vagina. Verwachte fout: B kiezen, omdat de eierstok er vlak naast ligt. Image credit: Eigen tekening

Welke letter is de prostaat?

A

Letter A

B

Letter C

C

Letter B

D

Letter D

B is de prostaat, onder de blaas. A is het zaadblaasje, C de zaadleider en D de bijbal. Verwachte fout: A kiezen, omdat het zaadblaasje ernaast ligt. Image credit: Eigen tekening

LICHAAM · VOORTPLANTING

Vraagtype 2: een grafiek lezen en rekenen

  • Lees eerst de titel en de assen van de grafiek.

  • Dag 1 is de eerste dag van de menstruatie.

  • Bij een datum tel je de dagen vanaf dag 1.

  • Controleer of je antwoord bij de grafiek past.

Deze slide heeft geen instructies

Op welke dag is het baarmoederslijmvlies het dunst?

A

Dag 1

B

Dag 5

C

Dag 14

D

Dag 28

In de grafiek ligt het laagste punt bij dag 5, na de menstruatie. Verwachte fout: dag 1 kiezen, omdat daar de menstruatie begint. Het slijmvlies is dan nog dik en valt in de dagen daarna af. Image credit: Eigen tekening

Dag 1 is 3 maart en de cyclus duurt 28 dagen. Wanneer begint de volgende menstruatie?

A

28 maart

B

30 maart

C

1 april

D

31 maart

De cyclus telt vanaf dag 1: 3 maart plus 28 dagen is 31 maart. Verwachte fout: 30 maart kiezen door een dag te weinig te tellen, of 28 maart omdat 28 de cyclusduur is.

LICHAAM · VOORTPLANTING

Vraagtype 3: een situatie uitleggen

  • Bedenk bij een situatie eerst welk deel of welke fase erbij hoort.

  • Lees welke woorden in de vraag een aanwijzing geven.

  • Denk aan wat dat deel doet.

  • Kies het antwoord dat daarbij past.

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel verbindt het kind in de baarmoeder met de placenta?

A

De vruchtvliezen

B

Het vruchtwater

C

De eileider

D

De navelstreng

De navelstreng loopt van het kind naar de placenta. Verwachte fout: de vruchtvliezen kiezen, omdat die om het kind zitten.

Een tweeling bestaat uit een meisje en een jongen. Waardoor komt dat?

A

Een bevruchte eicel splitste zich in tweeën

B

Twee eicellen werden bevrucht door twee zaadcellen

C

Een eicel werd bevrucht door twee zaadcellen

D

Een zaadcel splitste zich in tweeën

Alleen bij een twee-eiige tweeling kunnen de kinderen een verschillend geslacht hebben. Verwachte fout: de eeneiige uitleg kiezen (één bevruchte eicel splitst zich). Dat geeft altijd hetzelfde geslacht. KB en GT.

Een strip met anticonceptiepillen

LICHAAM · VOORTPLANTING

Vraagtype 4: onderzoek en voorbehoedmiddelen

  • Bedenk bij onderzoek wat er wordt bekeken of afgenomen.

  • Bedenk bij een voorbehoedmiddel waar het werkt.

  • Let op wat een middel wel en niet voorkomt.

Image credit: Anqa / Wikimedia Commons, CC0

Welk voorbehoedmiddel beschermt ook tegen soa's?

A

De pil

B

Het spiraaltje

C

Het condoom

D

Het pessarium

Alleen het condoom beschermt tegen soa's. De andere middelen voorkomen alleen zwangerschap. Verwachte fout: de pil kiezen.

Welk onderzoek maakt met geluidsgolven een beeld van het kind?

A

Echoscopie

B

Vlokkentest

C

Vruchtwaterpunctie

D

Een röntgenfoto

Bij echoscopie worden geluidsgolven gebruikt. Vlokkentest en vruchtwaterpunctie werken met een naald. Een röntgenfoto wordt bij een zwangerschap niet gebruikt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Delen op een tekening

2

Een grafiek lezen en rekenen

3

Een situatie uitleggen

4

Onderzoek en voorbehoedmiddelen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na.

LICHAAM · VOORTPLANTING

Tips voor op het examen

  • Lees bij een tekening eerst welke letter wordt gevraagd.

  • Dag 1 van de cyclus is de eerste dag van de menstruatie.

  • De eicel wordt bevrucht in de eileider en nestelt zich in de baarmoeder.

  • Alleen het condoom beschermt ook tegen soa's.

Deze slide heeft geen instructies