Innovatie in een bedrijf

Innovatie in een bedrijf

1 / 31
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Innovatie in een bedrijf

Open met het idee dat bedrijven steeds slimmer en sneller willen produceren. Koppel dit aan herkenbare voorbeelden zoals een bakkerij, fabriek of magazijn.

Lesdoel

Ik kan uitleggen hoe innovatie in een bedrijf werkt met de begrippen mechanisering, automatisering, productiecapaciteit, onderbezetting, bezettingsgraad en recessie.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is innovatie?

Innovatie betekent dat een bedrijf iets vernieuwt.


Dat kan gaan over:

  • nieuwe machines

  • slimmer werken

  • sneller produceren

  • lagere kosten

Benadruk dat innovatie niet alleen een nieuw product is. In deze les gaat het vooral om vernieuwing in het productieproces.

Waarom innoveren bedrijven?

Bedrijven willen vaak:

  • meer producten maken

  • tijd besparen

  • kosten verlagen

  • beter kunnen concurreren

  • minder zwaar handwerk laten doen

Maak het concreet: een bedrijf dat sneller werkt, kan vaak meer verkopen of goedkoper produceren.

Mechanisering

Mechanisering is het vervangen van handwerk door machines.


Voorbeeld:

Een bakker kneedt deeg niet meer met de hand, maar met een machine.

Leg uit dat bij mechanisering mensen vaak nog wel nodig zijn om de machine te bedienen.

Effect van mechanisering

Door mechanisering kan een bedrijf vaak:

  • sneller werken

  • meer produceren

  • hetzelfde werk met minder handkracht doen

  • fouten door zwaar handwerk verminderen

Noem eventueel ook een landbouwvoorbeeld: een tractor vervangt veel handmatig werk op het land.

Automatisering

Automatisering gaat een stap verder.


Machines of computers voeren taken zelf uit.

De mens controleert vooral nog.

Maak het verschil duidelijk: mechanisering = machine helpt de mens, automatisering = machine of computer doet het werk grotendeels zelf.

Voorbeelden van automatisering

Voorbeelden in bedrijven:

  • een lopende band die vanzelf werkt

  • een robot die dozen inpakt

  • een kassasysteem dat voorraad bijhoudt

  • een machine die producten telt

Koppel aan bedrijven die leerlingen kennen, zoals supermarkt, magazijn of fabriek.

Wat is mechanisering?

A

Handwerk met machines

B

Minder producten maken

C

Alles met de hand

D

Zelfstandig computerwerk

Toets het verschil tussen mechanisering en automatisering. 'Zelfstandig computerwerk' is de bewuste verwarring met automatisering.

Vul de juiste woorden in

Bij mechanisering helpt een machine de mens bij het werk. Bij automatisering voert een machine of computer taken zelf uit. Beide zijn vormen van innovatie in een bedrijf.

mechanisering
automatisering
innovatie
recessie
onderbezetting
bezettingsgraad

Laat leerlingen letten op het verschil: helpen bij werk of werk zelfstandig uitvoeren.

Productiecapaciteit

Productiecapaciteit is het maximale aantal producten dat een bedrijf kan maken in een bepaalde tijd.


Bijvoorbeeld: 1.000 broden per dag.

Benadruk het woord maximaal: het gaat om wat een bedrijf kan maken, niet altijd om wat het echt maakt.

Waardoor stijgt productiecapaciteit?

De productiecapaciteit kan stijgen door:

  • nieuwe machines

  • meer personeel

  • langere werktijden

  • snellere technieken

  • betere organisatie

Koppel terug aan innovatie: vooral nieuwe machines en snellere technieken vergroten vaak de productiecapaciteit.

Meer capaciteit is niet altijd beter

Een bedrijf kan meer kunnen maken dan het verkoopt.


Dan staan machines of werknemers soms stil.

Dat is ongunstig, omdat kosten vaak doorlopen.

Dit is de overgang naar onderbezetting. Leg uit dat huur, rente en afschrijving vaak blijven bestaan, ook als er minder wordt geproduceerd.

Wat betekent productiecapaciteit?

A

Aantal verkochte producten

B

Kosten per product

C

Maximaal aantal producten

D

Aantal werknemers

Benadruk 'maximaal'. Het gaat om wat een bedrijf kan maken, niet om wat het echt verkoopt.

Waardoor kan productiecapaciteit stijgen?

1

Nieuwe machines

2

Minder vraag

3

Korter werken

4

Minder ruimte

Deze slide heeft geen instructies

Onderbezetting

Onderbezetting betekent dat een bedrijf minder produceert dan mogelijk is.


Een deel van de machines of werktijd wordt dan niet gebruikt.

Maak het concreet: een machine kan 1000 producten maken, maar er worden er maar 600 gemaakt.

Voorbeeld van onderbezetting

Een fabriek kan 1.000 flessen per dag maken.

Maar er is vraag naar 600 flessen.


Gevolg:

  • 400 flessen capaciteit blijft over

  • de fabriek heeft onderbezetting

Laat zien dat onderbezetting gaat over ongebruikte capaciteit, niet alleen over weinig werkgevoel.

Gevolgen van onderbezetting

Onderbezetting kan zorgen voor:

  • hogere kosten per product

  • minder winst

  • verspilling van machines en tijd

  • soms minder werk voor personeel

Benadruk dat vaste kosten over minder producten verdeeld worden, waardoor elk product relatief duurder wordt.

Bezettingsgraad

Bezettingsgraad laat zien welk deel van de productiecapaciteit echt wordt gebruikt.


Het is dus een percentage van de capaciteit.

Geen formule nodig als dat te lastig is voor deze doelgroep. Focus op het idee: hoeveel van wat je kunt, gebruik je echt?

Voorbeeld van bezettingsgraad

Een bedrijf kan 1.000 producten maken.

Het maakt er 800.


Dan gebruikt het bedrijf een groot deel van de capaciteit.

De bezettingsgraad is 80%.

Schrijf eventueel op het bord: 800 van 1000 = 80%. Houd het eenvoudig en visueel.

Hoge en lage bezettingsgraad

  • hoge bezettingsgraad: machines worden veel gebruikt

  • lage bezettingsgraad: machines worden weinig gebruikt

  • een lage bezettingsgraad past vaak bij onderbezetting

Maak de koppeling expliciet: onderbezetting zie je terug in een lage bezettingsgraad.

Wanneer is er onderbezetting?

A

Als alles vol draait

B

Als minder wordt gemaakt

C

Als vraag hoger is

D

Als winst stijgt

Kort en herkenbaar geformuleerd voor A1. Bedoeld is: minder produceren dan mogelijk is.

Vul de juiste woorden in

Een bedrijf kan 1000 producten maken. Het maakt er 800. Dan is de bezettingsgraad 80%. Een lage bezettingsgraad past vaak bij onderbezetting.

1000
800
bezettingsgraad
onderbezetting
600
automatisering
recessie
mechanisering

Sluit aan bij het rekenvoorbeeld op de slides. Geen formule nodig, alleen begrip van de situatie.

Recessie

Een recessie is een periode waarin het economisch minder goed gaat.


Mensen en bedrijven geven dan vaak minder geld uit.

Houd de definitie eenvoudig. Het gaat hier vooral om het effect op bedrijven en productie.

Recessie en bedrijven

Bij een recessie gebeurt vaak dit:


minder vraag → minder verkoop → minder productie → meer onderbezetting

Gebruik de pijlnotatie hier bewust, omdat de keten zelf de kern van de slide is.

Mechanisering en automatisering

Het verschil is:

  • mechanisering: handwerk wordt gedaan met een machine

  • automatisering: een machine of computer voert taken zelfstandig uit


Beide zijn vormen van innovatie.

Gebruik een eenvoudig contrast: mixer in een bakkerij = mechanisering, volledig automatische broodlijn = automatisering.

Voorbeeld in een recessie

Een meubelfabriek verkoopt minder tafels.

Daardoor maakt de fabriek minder producten.

De machines draaien minder uren.

De bezettingsgraad daalt.

Noem dat bedrijven soms investeringen uitstellen in een recessie, maar blijf vooral bij de begrippen van deze les.

Alles hangt samen

Innovatie kan zorgen voor meer productiecapaciteit.

Maar als de vraag laag is, kan onderbezetting ontstaan.

Dan daalt de bezettingsgraad.

In een recessie gebeurt dat vaker.

Dit is de samenvattende inhoudelijke landingsslide van de les. Trek hier de lijn tussen alle begrippen nog één keer.

Wat gebeurt vaak bij een recessie?

A

Meer verkoop

B

Meer vraag

C

Minder productie

D

Hogere bezettingsgraad

Koppelt recessie aan het gevolg voor bedrijven: minder vraag leidt vaak tot minder productie.

Vul de juiste woorden in

In een recessie geven mensen vaak minder geld uit. Bedrijven verkopen dan minder. Daardoor ontstaat sneller onderbezetting en de bezettingsgraad daalt.

recessie
onderbezetting
bezettingsgraad
innovatie
mechanisering
productiecapaciteit

Controleert of leerlingen de keten uit de samenvattende slides begrijpen.

Begrippen

innovatie - vernieuwing in een bedrijf

mechanisering - handwerk vervangen door machines

automatisering - machines of computers voeren taken zelfstandig uit

productiecapaciteit - het maximale aantal producten dat een bedrijf kan maken

onderbezetting - minder produceren dan mogelijk is

bezettingsgraad - het deel van de productiecapaciteit dat echt wordt gebruikt

recessie - een periode waarin het economisch minder goed gaat

Deze slide heeft geen instructies