In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken blz. 103, opdracht 33 en 34.
Vervolg Opdrachten
Slide 1 - Tekstslide
Vragen Grammatica?
Slide 2 - Open vraag
Geen vragen (meer)?
Pak maar een blaadje...
Slide 3 - Tekstslide
Blz. 154.
Erga 8, 9 en 10.
Slide 4 - Tekstslide
Ergon 8
Slide 5 - Tekstslide
De afrekening
Blz. 103,
opdrachten 33 en 34
Slide 6 - Tekstslide
Opdracht 33
a. Zij zien de man in bed liggen
b. Zij zien de man (naakt op bed) staan
c. Geeft hem klappen, werkt hem naar de grond met de handen achter de rug.
d. Hij biedt geld
Slide 7 - Tekstslide
Opdracht 34a
a. 1. r. 4 καταβάλλω
2. r. 3 ἑστηκότα
3. r. 5 ἠρώτων / r. 6 ὡμολόγει / r. 6 ἠντεβολει / r. 6 ἱκετευε
4. r. 1 Ὤσαντες / r. 2 εἴδομεν / r. 3 πατάξας / r. 4 περιαγαγὼν / r. 5 δήσας / r. 7 ἀποκτεῖναι / r. 7 πράξασθαι
5. r. 8 ἀποκτενῶ
Slide 8 - Tekstslide
Opdracht 34b
b. aan de gebruikte stam / aan de uitgangen die bij het aspect passen
c. Hij vertelt een levendig verhaal (prs. hist.), hij beschrijft zowel actie (aor) als herhaalde gebeurtenissen (ipf) en verwijst ook nog naar de toekomst (fut).
Slide 9 - Tekstslide
De afrekening
Blz. 104,
opdrachten 36 t/m 38
Slide 10 - Tekstslide
Opdracht 36
a. Geeft hem klappen, werkt hem naar de grond met de handen achter de rug.
b. πατάξας (nadat ik hem klappen had gegeven) περιαγαγὼν (nadat ik naar achteren had gebracht) δήσας (nadat ik hem had vastgebonden)
c. καταβάλλω (ik gooi op de grond) ἠρώτων (ik vroeg)
d. De participia staan in de aoristus en zijn dus voortijdig aan het hoofdwerkwoord.
Slide 11 - Tekstslide
Opdracht 37
a. ben (het)
b. Zo kun je, zelfs op schrift, de nadruk op ‘ik’ goed voor het voetlicht krijgen. Wanneer ‘ik’ geen nadruk krijgt, lijkt het een ‘gewone’ mededeling.