transformator

De transformator
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

De transformator

Slide 1 - Tekstslide

Voorkennis (wat moet je weten over een transformator)
De transformator is een elektrische component (apparaat).

De transformator kan de spanning veranderen (transformeren).
Hij kan de spanning omhoog brengen en omlaag brengen.
Een ideale transformator is een transformator zonder energie verlies

Slide 2 - Tekstslide

Voorkennis (wat moet je weten over een transformator)
De transformator bestaat uit twee spoelen die verbonden met elkaar zijn door een weekijzeren kern. (Weekijzer is een zacht soort ijzer)

Als er spanning staat op een spoel wordt deze spoel een elektromagneet.
Als er wisselspanning staat op een spoel wisselen de noord- en de zuidpool van de magneet steeds om.
Als je een wisselend magnetisch veld bij een spoel brengt, ontstaat er wisselspanning in de spoel

Slide 3 - Tekstslide

Voorkennis (wat moet je weten over een transformator)
  • de primaire spoel wordt aangesloten op de stroombron => er ontstaat een elektromagneet 
  • de weekijzeren kern wordt hierdoor ook een magneet (met wisselende polen)
  • hierdoor komt er bij de secundaire spoel een wisselende magneet
  • en ontstaat er in de secundaire spoel inductie spanning

Slide 4 - Tekstslide

Voorkennis (wat moet je weten over een transformator)
Spanning en windingen.
De windingen is het aantal keer dat de stroomdraad een rondje om het klosje maakt.

Het aantal windingen en de spanning zijn evenredig (gelijke verhouding)

De spoel met de meeste windingen heeft ook de grootste spanning

Slide 5 - Tekstslide

Voorkennis (wat moet je weten over een transformator)
Stroomsterkte en windingen.
De windingen is het aantal keer dat de stroomdraad een rondje om het klosje maakt.

Het aantal windingen en de stroomsterkte zijn omgekeerd evenredig (omgekeerde verhouding)

De spoel met de meeste windingen heeft ook de kleinste stroomsterkte

Slide 6 - Tekstslide

Rekenen met een (ideale) transformator
Bij een transformator hoef je niet te rekenen met een formule (of vier verschillende formules eigenlijk) maar met een verhoudingstabel.
Die ziet er als volgt uit 
Primair
Secundair
Windingen
evenredig
U (spanning)
evenredig
I (stroomsterkte)
omgekeerd evenredig
P (vermogen)
gelijk

Slide 7 - Tekstslide

Rekenen met een (ideale) transformator
Voorbeeld: Een transformator wordt aangesloten op het stopcontact (230 V)
De transformator levert 2,3 V spanning aan een wekker. De primaire spoel heeft 2000 windingen. Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel. Bereken ook de stroomsterkte van de secundaire spoel als de primaire spoel een stroomsterkte heeft van 22 mA.
Primair
Secundair
Windingen
evenredig
U (spanning)
evenredig
I (stroomsterkte)
omgekeerd evenredig
P (vermogen)
gelijk

Slide 8 - Tekstslide

Rekenen met een (ideale) transformator
Voorbeeld: Een transformator wordt aangesloten op het stopcontact (230 V)
De transformator levert 2,3 V spanning aan een wekker. De primaire spoel heeft 2000 windingen. Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel. Bereken ook de stroomsterkte van de secundaire spoel als de primaire spoel een stroomsterkte heeft van 22 mA.
Primair
Secundair
Windingen
2000
U (spanning)
230 V
: 100
2,3 V
I (stroomsterkte)
22 mA
P (vermogen)

Slide 9 - Tekstslide

Rekenen met een (ideale) transformator
Voorbeeld: Een transformator wordt aangesloten op het stopcontact (230 V)
De transformator levert 2,3 V spanning aan een wekker. De primaire spoel heeft 2000 windingen. Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel. Bereken ook de stroomsterkte van de secundaire spoel als de primaire spoel een stroomsterkte heeft van 22 mA.
Primair
Secundair
Windingen
2000
: 100
20
U (spanning)
230 V
: 100
2,3 V
I (stroomsterkte)
22 mA
x 100
2200 mA = 2,2 A
P (vermogen)

Slide 10 - Tekstslide

Rekenen met een (ideale) transformator
Voorbeeld: Een transformator wordt aangesloten op het stopcontact (230 V)
De transformator levert 2,3 V spanning aan een wekker. De primaire spoel heeft 2000 windingen. Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel. Bereken ook de stroomsterkte van de secundaire spoel als de primaire spoel een stroomsterkte heeft van 22 mA. (P = U x I)
Primair
Secundair
Windingen
2000
: 100
20
U (spanning)
230 V
: 100
2,3 V
I (stroomsterkte)
22 mA
x 100
2200 mA = 2,2 A
P (vermogen)
230 x 0,22 = 5,06 W
2,3 x 2,2 = 5,06 W

Slide 11 - Tekstslide