In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Herhalen les 4 lineair of exponentieel?
Slide 1 - Tekstslide
Wat is een standaardvorm voor een lineaire formule?
A
A=b⋅gt
B
y=ax2+bx+c
C
y=b+rc⋅x
D
y=√x
Slide 2 - Quizvraag
Wat is een standaardvorm voor een exponentiële formule?
A
A=b⋅gt
B
y=ax2+bx+c
C
y=b+rc⋅x
D
y=√x
Slide 3 - Quizvraag
In Ethiopië leefden op 1 januari 2010 nog zo'n 10000 zebra's. Ieder jaar neemt het aantal zebra's met 8,5% af.
A
Lineair verband
B
Exponentieel verband
Slide 4 - Quizvraag
Sharon heeft een fiets gekocht voor 3750 euro. Per jaar neemt de waarde met 20% af.
A
Lineair verband
B
Exponentieel verband
Slide 5 - Quizvraag
Karin verdient 3,43 euro per uur. Verder krijgt ze een vast bedrag van 5 euro.
A
Lineair verband
B
Exponentieel verband
Slide 6 - Quizvraag
In een schaaltje vla neemt ieder uur het aantal bacteriën 2 keer toe
A
Lineair verband
B
Exponentieel verband
Slide 7 - Quizvraag
Karin verdient 3,43 euro per uur. Verder krijgt ze een vast bedrag van 5 euro. Maak een formule voor deze situatie. Gebruik B voor het bedrag en t voor het aantal uur.
Slide 8 - Open vraag
Karin verdient 3,43 euro per uur. Verder krijgt ze een vast bedrag van 5 euro.
A
Lineair verband
B
Exponentieel verband
Slide 9 - Quizvraag
Slide 10 - Open vraag
Slide 11 - Open vraag
Slide 12 - Open vraag
Slide 13 - Open vraag
Maak de formule bij deze situatie:
Slide 14 - Open vraag
Aan het werk
Maak van beide hoofdstukken 4 opdrachten. Kies opdrachten die je nog een uitdaging vindt en kijk het goed na.