4HAVO_Scheikunde_H2.2_Chemie les 2

Hoofdstuk 2.2 Chemie Les 2
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2.2 Chemie Les 2

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Opening les
  • Controle boeken en huiswerk
  • Bespreken huiswerk
  • Leerdoelen
  • Keuze moment
  • Aan opdrachten werken
  • Huiswerk
  • Einde les

Slide 2 - Tekstslide

Controle boeken en huiswerk
  • Bestuderen: H2.2 blz 19 t/m 21

Slide 3 - Tekstslide

Een atoom bestaat uit...
A
Een kern en een elektronenwolk
B
Een harde knikker
C
Een zon met daar omheen planeten
D
Gel

Slide 4 - Quizvraag

In de kern van een atoom bevinden zich...
A
Protonen
B
Neutronen
C
Protonen en elektronen
D
Neutronen en protonen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen het atoommodel volgens Rutherford en het atoommodel volgens Bohr?
A
Volgens Rutherford zitten protonen in een wolk om de kern heen. Bohr zegt dat ze georganiseerd zijn in schillen.
B
Volgens Rutherford zitten neutronen in een wolk om de kern heen. Bohr zegt dat ze georganiseerd zijn in schillen.
C
Volgens Rutherford zijn elektronen georganiseerd in schillen om de kern. Bohr zegt dat ze georganiseerd zijn in een wolk.
D
Volgens Rutherford zijn elektronen georganiseerd in een wolk om de kern. Bohr zegt dat ze georganiseerd zijn in schillen.

Slide 6 - Quizvraag

Een isotoop is ...
A
...een atoom met hetzelfde aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen.
B
...een atoom met hetzelfde aantal elektronen, maar een verschillend aantal neutronen.
C
...een atoom met hetzelfde aantal neutronen, maar een verschillend aantal elektronen.
D
...een atoom met hetzelfde aantal neutronen, maar een verschillend aantal protonen.

Slide 7 - Quizvraag

Bespreken huiswerk
  • Zijn er vragen over het leeswerk?

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kan een atoom beschrijven met behulp van het atoommodel van Rutherford.
  • Je kan een atoom beschrijven met behulp van het atoommodel van Bohr.
  • Je weet wat isotopen zijn.
  • Je kan de massa van een atoom bepalen.

Slide 9 - Tekstslide

Keuze moment
Keuze 1:
Luisteren naar instructie

Keuze 2:
Maken 23 t/m 26

Slide 10 - Tekstslide

De bouw van een atoom

Het atoommodel van Rutherford:
  • Kern met protonen en neutronen
  • Rond de kern zit een wolk van elektronen
  • Een atoom is elektrisch neutraal

Slide 11 - Tekstslide

De bouw van een atoom

Het atoommodel van Bohr:
  • Kern met protonen en neutronen
  • Rond de kern zitten elektronen georganiseerd in schillen
  • Een atoom is elektrisch neutraal

Slide 12 - Tekstslide

Het atoommodel
Het model van Bohr is eigenlijk voortgekomen uit het model van Rutherford (Bohr was een student van Rutherford).

Gemeenschappelijk in beide modellen:
  • Een kern met daarin protonen en neutronen
  • Om de kern elektronen

Slide 13 - Tekstslide

Het atoommodel
Protonen (Kern)
  • Massa: 1 u (atomaire massa eenheid, 1 u = 1,66 * 10-24 gram) 
  • Lading: +1  
Neutronen (Kern)
  • Massa: 1 u (atomaire massa eenheid, 1 u = 1,66 * 10-24 gram)  
  • Lading: 0
Elektronen (Wolk/Schillen)
  • Massa: verwaarloosbaar
  • Lading: -1  

Slide 14 - Tekstslide

Het atoommodel
Protonen
  • Aantal protonen bepaalt indentiteit atoom --> Atoomnummer
Neutronen
  • Deeltjes die zorgen dat de positieve deeltjes bij elkaar blijven
  • Neutronen en protonen zitten samen in de kern
  • Massagetal = aantal deeltjes in kern = protonen + neutronen
  • Atoommassa is ongeveer gelijk aan aantal deeltjes in de kern
Elektronen
  • Aantal elektronene is gelijk aan aantal protonen bij atoom (elektrisch neutraal)

Slide 15 - Tekstslide

Het atoommodel
Voorbeeld: Zuurstof
  • Atoomnummer 8 (Tabel 40 A en Tabel 99)
  • 8 protonen (want atoomnummer = aantal protonen)
  • 8 elektronen (want atoom is elektrisch neutraal)
  • Tabel 99: Atoommassa = 16.00, dus 16 kerndeeltjes
  • 8 neutronen (want 16 kerndeeltjes, waarvan 8 protonen)

Slide 16 - Tekstslide

Het atoommodel
Voorbeeld: Chloor
  • Atoomnummer 17 (Tabel 40 A en Tabel 99)
  • 17 protonen (want atoomnummer = aantal protonen)
  • 17 elektronen (want atoom is elektrisch neutraal)
  • Tabel 99: Atoommassa = 35.45, dus 36 kerndeeltjes
  • 19 neutronen (want 36 kerndeeltjes, waarvan 17 protonen)

Slide 17 - Tekstslide

Het atoommodel
Vul de tabel in voor Rf

Slide 18 - Tekstslide

Het atoommodel
  • Rutherfordium:
- Atoomnummer: 104
- Protonen: 104
- Elektronen: 104
- Atoommassa: 267, dus massagetal 267
- Neutronen: 159 (= 267 - 104)

Slide 19 - Tekstslide

Het atoommodel
K-schil: 2 elektronen
L-schil: 8 elektronen
M-schil:
  • 8 elektronen als buitenste schil
  • 18 als niet de buitenste schil
N-schil
  • 8 elektronen als buitenste schil
  • 18 als één-nabuitenste schil
  • 32 als niet de buitenste of één-nabuitenste schil


Slide 20 - Tekstslide

Het atoommodel

Slide 21 - Tekstslide

Het atoommodel

Slide 22 - Tekstslide

Het atoommodel

Slide 23 - Tekstslide

Het atoommodel

Slide 24 - Tekstslide

Het atoommodel
Voorbeeld: Chloor
  • Atoomnummer 17 (Tabel 40 A en Tabel 99)
  • 17 protonen (want atoomnummer = aantal protonen)
  • 17 elektronen (want atoom is elektrisch neutraal)
  • Tabel 99: Atoommassa = 35.45, dus 36 kerndeeltjes
  • 19 neutronen (want 36 kerndeeltjes, waarvan 17 protonen)

Slide 25 - Tekstslide

Isotopen
Isotopen: Zelfde aantal protonen, maar verschillend aantal neutronen
  • Tabel 25 BINAS

Slide 26 - Tekstslide

Opdrachten maken
Applet (link)
Maak de eerste 10 atomen van het periodiek systeem.

Maken 23 t/m 26




Slide 27 - Tekstslide

Bespreken opdrachten
Bespreken 23 t/m 26

Slide 28 - Tekstslide

Huiswerk
Maken opdracht 28 en 29

Slide 29 - Tekstslide