In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
2.9: pannenkoeken bakken
Aan het einde van de les ken je woorden
die te maken hebben met koken en bakken.
Slide 1 - Tekstslide
Kook jij graag? Wat kook jij vaak? Waarom?
Slide 2 - Woordweb
Wat eten Nederlandse mensen vaak?
Slide 3 - Woordweb
Zelf lezen
Lees het recept op pagina 72.
Moeilijke woord? -> onderstreep!
timer
2:00
Slide 4 - Tekstslide
de pannenkoek
de pannenkoeken
Slide 5 - Tekstslide
leggen (ww)
Ik leg het mes op tafel.
liggen (ww)
Hij ligt op de bank.
Slide 6 - Tekstslide
roeren -> Ik roer, jij roert, wij roeren
Slide 7 - Tekstslide
gooien (ww)
iets met je hand of arm van je af bewegen
gooien - vangen
TT -ik gooi, jij gooit, wij gooien
VT - ik gooide, wij gooiden
VTD - ik hebgegooid
Zin: Ik gooi de bal over het net.
Zin:Zij gooit de bal naar de docent.
Slide 8 - Tekstslide
vangen (ww)
vastpakken met je hand
vangen - gooien
TT -ik vang, jij vangt, wij vangen
VT - ik ving, wij vingen
VTD - ik hebgevangen
Zin:Zij gooit de bal naar de docent.
Zin: De docent vangt de bal.
Slide 9 - Tekstslide
bakken (ww)
Slide 10 - Tekstslide
de jam
is gemaakt van fruit
zoet
zit in een glazen pot
smeren met een mes
zin: Ik doe jam op mijn brood.
zin: De jam plakt aan mijn vingers.
Slide 11 - Tekstslide
Het meel
Met meel kun je brood bakken.
Slide 12 - Tekstslide
Doorgaan
Iets blijven doen.
Niet stoppen.
Gebiedende wijs: Ga door!
Je doet goed je best op school. Ga zo door!
Het licht is groen, je mag doorgaan.
Op schiphol moet je door de security gaan.
Slide 13 - Tekstslide
Wij lezen het verhaal.
Samen.
Slide 14 - Tekstslide
Maak een zin met het werkwoord 'roeren'.
timer
1:00
Slide 15 - Open vraag
Maak de opdrachten.
Opdracht 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89 en 90.
Klaar? Maak opdracht 91. In plaats van praten schrijf je de verschillende stappen op. Gebruik de woorden eerst, dan, daarna en tenslotte.
Slide 16 - Tekstslide
Gebiedende wijs
Sta op!
Loop naar het bord!
Doe het raam dicht!
Doe het raam weer open!
Klap in je handen!
Ga weer zitten!
Slide 17 - Tekstslide
Kijk naar de docent.
Slide 18 - Tekstslide
Luister goed.
Slide 19 - Tekstslide
Sta op.
Slide 20 - Tekstslide
Klap in je handen.
Slide 21 - Tekstslide
Draai een rondje.
Slide 22 - Tekstslide
Pak een pen.
Slide 23 - Tekstslide
Ga zitten.
Slide 24 - Tekstslide
De gebiedende wijs.
Gebruik je om te zeggen wat iemand moet doen.
De gebiedende wijs staat vaak in recepten of instructies.
De gebiedende wijs is niet altijd aardig. Om aardiger te klinken kun je woorden zoals maar, even en eens gebruiken. Voorbeeld: Doe de deur dicht > Doe de deur maar even dicht. Kom hier > Kom eens even hier, alsjeblieft?
Slide 25 - Tekstslide
Hoe maak je gebiedende wijs?
Je gebruikt de ik-vorm van het werkwoord
Je zet het werkwoord op de eerste plaats
In de zin staat geen wie of wat
Er staat meestal een uitroepteken achter de zin.
Slide 26 - Tekstslide
Schrijf een recept
Schrijf een recept van een gerecht uit jouw land. Leg uit hoe je het maakt, gebruik de gebiedende wijs. Je mag woorden opzoeken, maar niet ChatGPT, AI, Microsoft Copilot, Grok, Gemini, Meta AI, Snapchat AI, vragen,