Engels_Hoofdstuk2_deel 1

1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les


DEEL 1 · BLZ. 31 T/M 36

Engels | Hoofdstuk 3

Spreken en gesprekken voeren


Vandaag

blz. 41 t/m 45


t/m opdracht 5


Vrijdag: Woordentoets: blz. 44

1


KLASSIKAAL

Opdracht 1 | Kijk en lees


Kijk goed

1. Wat zie je op de foto?


2. Wat staat er op het bord?


3. Waar zou je dit bord kunnen tegenkomen?

4


SAMEN LEREN

Opdracht 2 | Vraagwoorden


WHO

wie


WHAT

wat


WHEN

wanneer


WHERE

waar


WHY

waarom


HOW

hoe

Lees de woorden hardop mee.

5


VOORBEELDEN

Zo gebruik je de vraagwoorden


Who is your friend?


What is your nationality?


When is your party?


Where do you live?


Why are you sad?


How old are you?

6


VUL HET VRAAGWOORD IN


_____ is your English teacher?

Who · What · When · Where · Why · How


Schrijf alleen het vraagwoord op je wisbordje

7


VUL HET VRAAGWOORD IN


_____ do you live?

Who · What · When · Where · Why · How


Schrijf alleen het vraagwoord op je wisbordje

8


VUL HET VRAAGWOORD IN


_____ is your birthday?

Who · What · When · Where · Why · How


Schrijf alleen het vraagwoord op je wisbordje

9


VUL HET VRAAGWOORD IN


_____ are you late?

Who · What · When · Where · Why · How


Schrijf alleen het vraagwoord op je wisbordje

10


VUL HET VRAAGWOORD IN


_____ is your favourite food?

Who · What · When · Where · Why · How


Schrijf alleen het vraagwoord op je wisbordje

11


VUL HET VRAAGWOORD IN


_____ old is your brother?

Who · What · When · Where · Why · How


Schrijf alleen het vraagwoord op je wisbordje

12


DEEL 2

Terugblik

Weet je het nog?

Vraagwoorden


16


DEEL 1 · BLZ. 31 T/M 36

Engels | Hoofdstuk 2

Lezen, vraagwoorden en oefenen


Vandaag

blz. 41 t/m 45


t/m opdracht 5


Vrijdag: Woordentoets: blz. 44

1


DEEL 1 · BLZ. 31 T/M 36

Engels | Hoofdstuk 3

Spreken en gesprek voeren


Vandaag

blz. 41 t/m 48


t/m opdracht 7


Vrijdag: Woordentoets: blz. 44

1


DIT GA JE LEREN

Lesdoel

Je leert in dit hoofdstuk:

✓

verschillende soorten tekens lezen

✓

een uitnodiging lezen

✓

nieuwe Engelse woorden en zinnen

2


DIT GA JE LEREN

Lesdoel - H3 spreken en gesprekken

Je leert in dit hoofdstuk:

✓

oefenen met uitspraak en luisteren

✓

je gaat dingen vertellen over mensen en mensen beschrijven

✓

Je gaat een gesprek voeren en je leert nieuwe woorden

2


DEEL 1 · BLZ. 31 T/M 36

Engels | Hoofdstuk 2

Lezen, vraagwoorden en oefenen


Vandaag

blz. 31 t/m 40




Vrijdag: Woordentoets: blz. 44

1


ZO WERKEN WE

Vandaag


1

Opdracht 1

klassikaal


2

Opdracht 2

klassikaal


3

Opdracht 3,4 en 5

tweetallen


4

maken

oefenen woorden blz 44

3


SAMEN LEZEN

Opdracht 3,4,5

We lezen de opdrachten samen.

1

Lees mee

2

Luister naar de uitleg

3

Stel een vraag als iets onduidelijk is

13

Even herhalen



Vertel in het Engels

What do you like in a friend?



You can tell something about:

 hobby's, 

sports, 

work,

 pets. 

Doel van de les


* Je gaat oefenen met uitspraak en luisteren.

* Je gaat dingen vertellen over mensen.

* Je gaat mensen leren beschrijven.

* Je leert nieuwe woorden. 

Engelse zinnen

Bedenk vier Engelse zinnen bij deze afbeelding.

Je kunt denken aan:

- haar naam

- bij wie zij woont

- waar ze werkt

- wat ze van haar werk vindt


Engelse zinnen

Bedenk vier Engelse zinnen bij deze afbeelding.


Je kunt denken aan:

- waar iemand woont

- bij wie iemand woont

- wat er in de buurt te doen is

- wat iemand van de buren vindt


Iemand beschrijven:  gezicht


eyes

ears

nose

beard

mouth

eyebrows

Iemand beschrijven:  haar

brown

black

dark

blonde

long

short

Omschrijf de persoon. Gebruik een van deze woorden en maak een zin. 

Kijk naar de gezichtsuitdrukking van de man en zijn kleding. Maak hier een Engelse zin van.

Kijk naar het kapsel van deze vrouw. Gebruik minimaal twee woorden die iets zeggen over kapsel. Maak hier een Engelse zin van.

Geef een omschrijving van zijn man. Heb het over zijn kleding en leeftijd. Maak hier een Engelse zin van.

Geef een omschrijving van deze man. Heb het over zijn kleding, gezicht en gezichtsuitdrukking. Maak hier een Engelse zin van.

Een gesprek voeren, in het Engels

Opdracht 1: blz 41

Aan de slag! 

* Begin op bladzijde 42.

* Maak opdracht 2 tot en met 7.




*

 


BLZ. 41 t/m 48

Aan het werk

Vandaag af:

t/m opdracht 7


Werk rustig.

Lees eerst goed wat je moet doen.


Klaar? Controleer je antwoorden.

14


BLZ. 32 + 34

Woordentoets

Tijd voor de woordentoets

Pak wat je nodig hebt en werk zelfstandig.


blz. 32 en 34

15


DEEL 2

Volgende keer

We gaan verder met:

blz 49 t/m 52

Hoofdstuk 4.

16


DEEL 2

Terugblik

We gaan verder met:

Vraagwoorden


16