Je kunt een percentage omrekenen naar een aantal of bedrag.
Slide 3 - Tekstslide
Begrippen
Slide 4 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Basisbehoeften
Slide 5 - Tekstslide
Wat je nodig hebt om te kunnen leven. Denk aan eten, drinken, kleding en woonruimte
Slide 6 - Tekstslide
Leg uit 1/2
behoeften
Slide 7 - Tekstslide
Alles wat je nodig hebt of graag wil hebben
Slide 8 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Commerciële invloed
Slide 9 - Tekstslide
De invloed van winkeliers en fabrikanten op wat je koopt.
Slide 10 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Consumeren
Slide 11 - Tekstslide
Goederen of diensten kopen voor je eigen behoeften.
Slide 12 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Diensten
Slide 13 - Tekstslide
Niet-tastbare producten. Iemand voorziet in jouw behoeften door iets voor jou te doen.
Denk aan schoonmaken, vervoeren, schilderen, repareren.
Slide 14 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Goederen
Slide 15 - Tekstslide
Tastbare producten. Je kunt het aanraken.
Slide 16 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Reclame
Slide 17 - Tekstslide
Winkeliers en fabrikanten trekken je aandacht voor hun product
Slide 18 - Tekstslide
Leg uit 1/2
Sociale invloed
Slide 19 - Tekstslide
De invloed van andere mensen op wat je koopt
Slide 20 - Tekstslide
Einde begrippen
Slide 21 - Tekstslide
Gemiddelde berekenen
Hoe bereken je het gemiddelde?
Je telt op wat het totaal is en je deelt dit door het aantal .. deelnemers/onderdelen, enz.
Zie de volgende sheet voor een voorbeeld.
Slide 22 - Tekstslide
Het gemiddelde
Jan heeft 10 euro, Piet heeft 15 euro en Tina heeft 5 euro.
Samen hebben ze 30 euro.
Gemiddeld hebben ze: 30 gedeeld door 3 = 10 euro.
Slide 23 - Tekstslide
Percentages
We gaan een percentage omrekenen naar een getal of een bedrag.
Het kan telkens op 2 manieren.
Slide 24 - Tekstslide
percentages omrekenen
Manier 1
een procent is een honderdste deel van iets. 15% is dus 15 honderdste. Als decimaal schrijf je dat als 0,15.
Als je dus 15% van 40 wil hebben doe je 0,15 x 40 = 6
Slide 25 - Tekstslide
percentages omrekenen
Manier 2
Een procent is een honderdste deel. Als je dus 15% wil hebben dan deel je het getal door 100. Dan heb je 1%. Vervolgens vermenigvuldig je dit met het doelpercentage.
Voorbeeld:
15% van 40 = 40:100= 0,4 (=1%)
15 x 0,4 = 6
Slide 26 - Tekstslide
Einde uitleg
Slide 27 - Tekstslide
Maken / huiswerk
Maak nu pagina 8 en 9
Als je klaar bent leer je de begrippen op pagina 8
Schrijf het huiswerk in je agenda!
Slide 28 - Tekstslide
Lesdoelen
Je kunt de begrippen van deze les uitleggen.
Je kunt een gemiddelde uitrekenen.
Je kunt een percentage omrekenen naar een aantal of bedrag.