Taalcompleet A1 thema 5 deel 2

TC-A1  Thema 5 deel 2 
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

TC-A1  Thema 5 deel 2 

Slide 1 - Tekstslide

thema 4 gaat grotendeels over meervoudsvormen.
De leerlingen hebben de vorige les de regels van meervoudsvorming geleerd.
Deze les leren ze nieuwe zelfstandige naamwoorden en koppelen hier direct de juiste regels aan.
Woorden: Pak je moedertaal-lijst!


1. soms  
2. maar
3. natuurlijk
4. sinds 
5. eerder

6. klinker en medeklinker
Ook gaan we oefenen met: 
Vraagwoorden:
Wat / wanneer/ waarom/ welke....

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?
A
Welke ben je ziek?
B
Hoe lang ben je ziek?
C
Wat ben je ziek?
D
Hoeveel ben je ziek?

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?
A
Wat pijn is in de arm?
B
Welke arm doet pijn?
C
Hoeveel soms is pijn?
D
Waarom pijn doet arm?

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?
A
Anna druppels veel.
B
Anna soms druppels.
C
Anna hoest soms.
D
Anna veel hoest.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?
A
De pijn is maandag sinds minder.
B
De pijn is soms gister.
C
De pijn is maar eerder.
D
Sinds gister heeft zij pijn.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

vanaf hier is het oud, deel 2

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn dit?
A
armen
B
ellebogen
C
benen
D
billen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn dit?
A
Nelen
B
Nagels
C
Navels
D
Nagellak

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je?  

1. lopen 
lpn
- welke letters zijn er niet?Kan je lpn zeggen?

2. kijken
kkn 

3. lachen
lchn 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'e' is een klinker
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'ee' is een klinker
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'p' is een klinker
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'u' is een klinker
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 's' is een klinker
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'uu' is een klinker
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'oe' is een medeklinker
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'aa' is een medeklinker
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'z' is een medeklinker
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de klank 'm' is een medeklinker
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"ik heb maar één winterjas" betekent
A
ik vind dat weinig
B
ik vind dat goed
C
ik wil een winterjas kopen
D
ik bestel een winterjas

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"wat zijn je klachten?" is hetzelfde als
A
Waarom ben je ziek?
B
Waar ben je ziek?
C
Wat is er aan de hand?
D
Hoe gaat het met je?

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is weg? Kies uit: bellen/ koorts/ maar

"Lina ........ haar moeder"

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is weg? Kies uit: later/ koorts/ waarom

"Mijn opa heeft al twee dagen .........."

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is weg?Kies uit: later/ afspraak/ waarom

"Kan ik ook....................komen?"

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is weg?Kies uit: pijn/ afspraak/ tandarts

"mijn moeder heeft vaak ............... in haar kies"

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Niet goed, ik ben ziek.
Ja, 38,9 graden
Nee, ik drink alleen thee.
Ik heb last van mijn buik
Ja ik heb morgen een afspraak.
Nee, ik heb geen medicijnen...
Kun je eten?
Waar heb je last van?
Hoe is het met je?
Heb je koorts?
Neem je medicijnen?
Moet je naar de dokter?

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Meervoud, spelling en klemtoon. Wat zie je in de spelling?
1. de keel - de kelen
2. de neus - de neuzen
3. de mond - de monden
4. de schouder - de schouders
5. de snor - de snorren
6. de vinger - de vingers
7. de lip - de lippen
8. het gezicht - de gezichten
9. het oor - de oren
10. de voet - de voeten

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud van: het oog

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud van: de lip

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud van: het huis

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

schrijf het meervoud van: het been

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud van: de sleutel

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Filmpje
Beantwoord de vragen

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:49
Waarom belt hij de huisarts?
A
Hij wil graag advies
B
Hij wil graag een afspraak maken
C
Hij wil een recept bestellen
D
Hij heeft een spoedgeval

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

00:55
Wat is zijn geboortedatum?
A
15 juni 1999
B
14 januari 1995
C
15 mei 2009
D
14 juni 1991

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:00
Waar heeft hij last van?
A
Jeuk
B
Pijn
C
Botbreuk
D
Vermoeidheid

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:04
Waar heeft hij jeuk?
A
Op zijn hele rug
B
Alleen op zijn bovenlichaam
C
Op zijn hele lichaam
D
Alleen op zijn buik.

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:12
Waarom kan hij niet om 11:00 uur?
A
Hij moet dan naar school
B
Hij moet dan naar werk

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:37
Hoe laat is de afspraak?
(schrijf de hele zin op, met 'om')

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

01:38
filmpje van Pharos

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 keer lezen. Hoe vaak en hoe neem je deze medicijnen?

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak neem je deze medicijnen?
A
25 keer 3 druppels
B
3 maal daags een druppel
C
dagelijks 25 druppels
D
3 keer per dag 25 druppels

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe neem je de druppels in?
A
Voor het slapen
B
Met een beetje water
C
Voor het eten
D
Met andere medicijnen

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als iemand ziek is of gewond kan je zeggen: 

- Beterschap! of
- Sterkte! 

Daarmee wens jij dat de ziekte weer weg gaat.  
Het is wel fijner voor de zieke als je meer kan zeggen dan 1 woord. 

Als iemand jouw familie, vriend of vriendin is, wat kan je dan nog meer zeggen? 

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraag past bij deze kaart?
A
Wat is er aan de hand?
B
Wat doe jij morgen?
C
Wat kosten de bloemen?
D
Wat heb jij gedaan?

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf iets in deze kaart voor je beste vriend

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gaat het nu met je?

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies