2.2-Cellen deel 1

H2: Cel en leven
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H2: Cel en leven

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Nakijken 2.1
  • Vragen over 2.1? 
  • Uitleg 2.2 Cellen (deel 1) 
                    Organellen 

Slide 2 - Tekstslide

Nu
Nakijken 2.1
Vragen stellen over de vragen

Klaar --> Lees paragraaf 2.2 
timer
7:00

Slide 3 - Tekstslide

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
Paragraaf 2.2: Cellen 

Slide 4 - Tekstslide

Doel en begrippen 2.2
Je leert hoe cellen zijn opgebouwd en hoe de celonderdelen werken

prokaryoot, eukaryoot, vacuole, chloroplasten, chromoplasten, amyloplasten, plastiden, celkern, kernlichaampje, kernporie, chromosoom, celwand, celmembraan, cytoplasma, grondplasma, celskelet, centriolen, mitochondrie, (ruw) endoplasmatisch reticulum, golgi-systeem, ribosoom, flagellen

Slide 5 - Tekstslide

Vier rijken - celkenmerken

Slide 6 - Tekstslide

Vier rijken - celkenmerken
Autotroof: maakt eigen voedingsstoffen
Heterotroof: voedingsstoffen uit andere organismen

Slide 7 - Tekstslide

Vier rijken - celkenmerken
Prokaryoot: zonder celkern
Eukaryoot: met celkern

Slide 8 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof + eukaryoot)
celmembraan:
begrenzing van de cel, regelt wat er in- en uit gaat (par3)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
grondplasma:
waterige inhoud van de cel.

cytoplasma: inhoud van de cel inclusief  organellen

Slide 11 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
celkern:
bevat het erfelijk materiaal (DNA) in de vorm van chromosomen (par4)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
kernlichaampje:
bevat het materiaal wat nodig is om ribosomen te maken
kernmembraan: omgeeft de kern, bevat kernporiën

Slide 14 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
ribosoom:
bestaat uit RNA en eiwitten, zijn betrokken bij het maken van nieuwe eiwitten (par4)

Slide 15 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
mitochondrium:
energiecentrale van de cel: hier wordt glucose afgebroken mbv O2, dit levert energie op (in de vorm van ATP) en CO2

Slide 16 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
endoplasmatisch reticulum:
transportstelsel van membranen (par4)
ruw: ribosomen aan de buitenkant
glad: geen ribosomen aan de buitenkant 

Slide 17 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
golgisysteem:
transportstelsel dat eiwitten bewerkt en blaasjes afsnoert zoals lysosomen/ transportblaasjes (par4)

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
lysosoom:
blaasje omgeven door een membraan waar enzymen in zitten (eiwitten die dingen kunnen afbreken zoals organellen)

Slide 20 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
transportblaasje:
blaasje met verpakte eiwitten

Slide 21 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
centrosoom:
bestaat uit twee centriolen. Speelt een rol bij de celdeling, oriënteren en scheiden van het erfelijk materiaal (par5). 

Slide 22 - Tekstslide

Dierencellen (heterotroof/ eukaryoot)
celskelet:
geeft stevigheid aan de cel en richting aan transportprocessen.

Slide 23 - Tekstslide

Bekijk BINAS 79C
Welke ontbreekt?

Slide 24 - Tekstslide

Stel je voor...
een cel is een fabriek.
Wat wordt er in de fabriek gemaakt? Onderdelen om de fabriek werkend te houden. Of eventueel een nieuwe identieke fabriek te bouwen.

Bedenk voor de organellen die we nu hebben behandeld een analogie in een fabriek.

Slide 25 - Tekstslide

Stel je voor...
celmembraan
grondplasma
cytoplasma
celkern
chromosoom
ribosoom


mitochondrium
glad ER 
ruw ER 
golgi-systeem
tranportblaasje
celskelet

Slide 26 - Tekstslide

Stel je voor...
muur met deuren en ramen
lucht in de fabriek
hele inhoud van de fabriek
hokje met alle instructieboeken
instructieboek (hoe bouw ik..)
machine om iets te maken (volgens de instructie)

celmembraan
grondplasma
cytoplasma
celkern
chromosoom
ribosoom


Slide 27 - Tekstslide

Stel je voor...
dieselgenerator/energietoevoer
transportbanden
transportbanden met machines
verpakkingsband
verpakking (doos)
balken, metalen rails

mitochondrium
glad er
ruw er
golgi-systeem
tranportblaasje
celskelet

Slide 28 - Tekstslide

Nu en huiswerk
Goed lezen 2.2
Maak opdracht 1 t/m 6

Slide 29 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)
celmembraan ✔
celkern ✔
kernlichaampje ✔
kernmembraan ✔
chromosoom ✔
ribosoom ✔
mitochondrium ✔


glad er ✔
ruw er ✔
golgi-systeem ✔
lysosoom ✔
tranportblaasje ✔
celskelet ✔
centrosoom X

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)
Celwand: extracellulaire laag, gemaakt van cellulose of lignine (houtstof).
Geeft de plantencel vorm en stevigheid.

Slide 32 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)

Slide 33 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)
(centrale) vacuole:
grote blaas met water en opgeloste stoffen (soms kleurstoffen, bijv paars)

Slide 34 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)
bladgroenkorrels/ chloroplasten: hier vindt fotosynthese plaats (aanmaak van glucose met water en CO2).
Groene plastide.

Slide 35 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)
andere plastiden: amyloplasten: opslag zetmeel
chromoplasten: kleurstofkorrels (geel - rood)

Slide 36 - Tekstslide

Plantencellen (autotroof/ eukaryoot)
Plastiden kunnen in het leven van een plant veranderen van de een naar de ander


Van chloroplast naar chromoplast

Slide 37 - Tekstslide

Stel je voor...
celwand
bladgroenkorrel
amyloplast
chromoplast

Slide 38 - Tekstslide

Stel je voor...
stucwerk aan de  buitenkant
zonnecollector
dieselopslag
gekleurde verf op de muur
celwand
bladgroenkorrel
amyloplast
chromoplast

Slide 39 - Tekstslide

Doel en begrippen 2.2
Je hebt geleerd hoe cellen zijn opgebouwd en hoe de celonderdelen werken

prokaryoot, eukaryoot, vacuole, chloroplasten, chromoplasten, amyloplasten, plastiden, celkern, kernlichaampje, kernporie, chromosoom, celwand, celmembraan, cytoplasma, grondplasma, celskelet, centriolen, mitochondrie, (ruw) endoplasmatisch reticulum, golgi-systeem, ribosoom, flagellen

Slide 40 - Tekstslide

aan de slag
Met het verwerken van 2.2. 
Goed lezen 
Maak opdracht 1 t/m 6


Slide 41 - Tekstslide