Bijzonder gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking

Bijzonder gedrag
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnHBOStudiejaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bijzonder gedrag

Slide 1 - Tekstslide

Wat komt eraan bod?
- Oorzaak bijzonder gedrag
- ADHD bij mensen met een beperking
- hechtingsproblemen
- psychiatrische stoornissen
-depressie
-gedragsproblemen
-fysieke agressie

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer spreken we van bijzonder gedrag?

Slide 3 - Open vraag

Bijzonder gedrag
Definitie van bijzonder gedrag is wanneer het gedrag niet binnen de "norm " valt. 

Wie bepaalt deze norm? 

Slide 4 - Tekstslide

Bijzonder gedrag
Het kan veelzijdig zijn dat heeft er mee te maken dat iedereen het op zijn eigen manier kan interpreteren.

Meest voorkomende gedragingen:
druk gedrag, rigide gedrag, angstig gedrag of sociaal-emotioneel achterlopend

Slide 5 - Tekstslide

Bijzonder gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking 
Mensen met een verstandelijke beperking hebben een hersenbeschadiging 

Ze zijn daardoor vatbaarder voor neurologische en psychiatrische aandoeningen bijv. ADHD of epilepsie 

Slide 6 - Tekstslide

Bij mensen met verstandelijke beperking 

Kom je vaker bijzonder gedrag tegen dan bij anderen 
het gaat om neurologische en psychische aandoeningen 

Ze hebben 5 keer meer kans op psychische stoornissen  en 
2-4 keer zo vaak op psychiatrische stoornissen dan bij anderen 

Slide 7 - Tekstslide

Druk gedrag
Druk zijn we allemaal wel eens en jongens zijn vaker drukker dan meisjes.  Het wordt ADHD genoemd.

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is een stoornis waarbij je vaak erg druk en snel afgeleid bent. Dat kan op verschillende manieren voor problemen zorgen.

Slide 8 - Tekstslide

Problemen die op kunnen treden bij ADHD
- problemen met aandacht; altijd druk in je hoofd
- problemen met hyperactiviteit; beweeg je heel veel en kun je bijna niets doen om dat te stoppen
- problemen met nadenken; nadenken voordat je wat doet lastiger
- problemen met gevoelens en gedrag; je hebt moeite met de controle over van je gedrag


Slide 9 - Tekstslide

welke ondersteuning is nodig voor iemand met een verstandelijke beperking en ADHD?

Slide 10 - Woordweb

Mensen met ADHD en verstandelijke beperking 

  • omgeving is erg belangrijk ,
  • positief zijn, ze hebben te maken met negatieve opmerkingen en daardoor kan depressie ontstaan
  • hierdoor worden ze nog kwetsbaarder.

Gebrek aan zelfvertrouwen kan ontstaan

Slide 11 - Tekstslide

ADHD bij verstandelijk beperkte mensen 
  • ze zijn snel afgeleid,
  • moeite te concentreren
  • vaak hyperactief, ze zijn druk, reageren zo impulsief dat het storend is, motorische stoornissen, leerproblemen, lage  frustratiedrempel, angst en depressie komen ook voor 
 
Is er een aandachtstoornis zonder hyperactiviteit dan spreken we van ADD  

Slide 12 - Tekstslide

Hoe moet je iemand ondersteunen met een 
aandacht stoornis 
  • prikkelarme omgeving, 
  • (sobere  en ordelijke inrichting en indeling van de ruimte )
  • wees duidelijk en consequent 
  • structuur :help informatie te selecteren
  • geef positieve aandacht, geef niet te veel kritiek heb geduld en toon begrip.
  • geef de mogelijkheid dat de cliënt zich kan uiten.

Slide 13 - Tekstslide

Wanneer spreek je over een hechtingsprobleem?

Slide 14 - Open vraag

Wie heeft er ervaring met cliënt met hechtingsproblemen?
Ja
Nee

Slide 15 - Poll

Slide 16 - Link

Hechtingsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking 
Hechting is het fundament in het leven .

  • een goed gehecht kind voelt zich veilig bij ouders /verzorgers 
  • hij is in staat een relatie met anderen aan te gaan .
  • en zit lekker in zijn vel 
  • goede hechting is van groot belang voor de persoonlijkheidsontwikkeling. 

Slide 17 - Tekstslide

Oorzaken van hechtingsproblemen 
  • hechtingsproces bij kind met verstandelijke beperking is vaak onveilig 
  • meerdere oorzaken: kind met beperking reageert vaak anders en of niet op de acties van de ouders 
  • ouders raken hierdoor onzeker en hierdoor verslechtert de emotionele band tussen ouders en kind 

Slide 18 - Tekstslide

Gevolgen van hechtingsproblemen 
  • problemen in het hechtingsproces hebben levenslang  invloed
  • ze kunnen reageren met extreme scheidingsangst 
  • als iemand weg gaat kan met angst en agressie reageren
  • bindingsangst cliënt durft zich niet binden uit angst verlaten te worden.
  • kan dan reageren met agressie naar zichzelf toe  

Slide 19 - Tekstslide

onveilige hechting
  • leidt tot onzekerheid en minderwaardigheid
  • cliënt is zeer snel van slag en  nauwelijks te kalmeren
  • hij wantrouwt alles en iedereen 
  • en je hebt er nauwelijks invloed op 
  • dan kan er een moeilijke relatie met de cliënt ontstaan  
 

Slide 20 - Tekstslide

functioneel handelen 
  • cliënt met hechtingsproblemen kan jou als middel gebruiken
  • is vooral uit op eigen voordeel 
  • cliënt kan goed misleiden, bedriegen .
 

Slide 21 - Tekstslide

Methode hechtingsstoornis
Methode ARGOS is ontwikkeld voor begeleiders die werken met cliënten met een hechtingsstoornis. 

De combinatie van deze stoornis en een verstandelijke beperking is ingewikkeld. En zorgt voor grote uitdagingen.

Slide 22 - Tekstslide

Wat heeft een hechtingsstoornis voor gevolgen?
Een hechtingsstoornis heeft grote invloed op het dagelijks leven. 
Wanneer je een hechtingsstoornis hebt heeft dat invloed op hoe je omgaat met mensen, sociale situaties en spanningen.
 ARGOS is praktisch en geeft handvatten voor begeleiden, zodat deze omgezet kunnen worden naar  hulpvragen die de cliënt stelt.

Slide 23 - Tekstslide

De letters van ARGOS staan voor:
Angst
Relaties
Gewetensontwikkeling
Overlevingsgedrag
Stress
Deze vijf gebieden vormen samen het woord ARGOS. Dit zijn de hulpvragen waarmee mensen met een verstandelijke beperking en een hechtingsstoornis het meest te maken hebben.

Slide 24 - Tekstslide

Angst
Existentiële angst; 
Alles en iedereen wordt ervaren als bedreigend

Slide 25 - Tekstslide

Relaties:


alleen lichte, oppervlakkige contacten aangaan; diepere of affectieve relaties ervaren als bedreigend;

Slide 26 - Tekstslide

Gewetensontwikkeling
Deze is achtergebleven. 

De morele redenering is als volgt: waar hij lust aan beleeft, is goed; 
wat hem onlust geeft, is kwaad

Slide 27 - Tekstslide

Overlevingsgedrag

Zich staande houden door de wereld om zich heen constant onder controle te houden;

Slide 28 - Tekstslide

Stress

Meer (lichamelijke) stress dan gemiddeld die minder makkelijk wegvloeit via de ‘normale’ weg van contact en geborgenheid.

Slide 29 - Tekstslide

Werkwijze
Met de methode ARGOS kom je in 3 stappen tot de juiste handvatten voor de begeleiding van iemand met een hechtingsstoornis én een verstandelijke beperking.
Stap 1: Overzicht krijgen: herkennen van de hulpvraag achter het gedrag
Stap 2: Inzicht krijgen: begrijpen van de functionele betekenis van dat gedrag
Stap 3: Uitzicht krijgen: begeleiding bieden om uitzicht te geven op ander gedrag


Slide 30 - Tekstslide

enorme verzamelwoede 
  • iemand met hechtingsproblemen hebben enorme verzamelwoede 
  • het lijkt op het compenseren van het gemis van en liefdevolle relatie 

Slide 31 - Tekstslide

Willen hebben wat een ander heeft 
  • Iemand met verstandelijke beperking en  hechtingsproblemen wil vaak hebben wat een ander heeft ,
  • je ziet vaak dat ze geen kinderen zullen krijgen,
  •  geen  auto kunnen rijden, enz. 

Slide 32 - Tekstslide

Ondersteunen bij behoefte aan veiligheid en bij hechtingsproblemen .
  • niet jij bepaalt het tempo 
  • sluit aan bij de basisbehoeften van de cliënt
  • geloof niet zonder meer wat de cliënt zegt 
  • zorg goed voor jezelf en je collega`s 

Slide 33 - Tekstslide

Werken aan de opdrachten
Tijd en ruimte om aan je opdrachten te werken.

Slide 34 - Tekstslide