Hoofdstuk 13 Activeren, plannen, uitvoeren paragraaf 13.4 t/m 13.4.6


Methodiek




 



Thema 3 Methodisch werken

Hoofdstuk 13 Activeren, plannen, uitvoeren 
Paragraaf 13.4 t/m 13.4.6



Leerdoel: Aan het eind van de les kun je uitleggen hoe je activiteiten moet uitvoeren, cliënten moet motiveren  en begeleiden bij activiteiten.




Wil iemand nog iets (mede) delen voor de les begint?
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les


Methodiek




 



Thema 3 Methodisch werken

Hoofdstuk 13 Activeren, plannen, uitvoeren 
Paragraaf 13.4 t/m 13.4.6



Leerdoel: Aan het eind van de les kun je uitleggen hoe je activiteiten moet uitvoeren, cliënten moet motiveren  en begeleiden bij activiteiten.




Wil iemand nog iets (mede) delen voor de les begint?

Slide 1 - Tekstslide

Uitvoeren van activiteiten
Voordat je begint aan de activiteit, doe je het volgende:

  • Je motiveert de cliënt om mee te doen met de activiteit
  • Je bespreekt met de cliënt dat je iets hebt bedacht of doet de cliënt een voorstel
  • Je vertelt wat er gaat gebeuren en geeft instructies of uitleg

Slide 2 - Tekstslide

wat motiveert jou om in beweging te komen?

Slide 3 - Open vraag

Voorbereiden van activiteiten
Als je een activiteit wil gaan uitvoeren zal je de cliënt moeten stimuleren/ motiveren om mee te doen. Je bereidt de cliënt voor op de activiteit.

Vragen die jij jezelf kunt stellen zijn:
  • Hoe lang van te voren en op welk moment ga ik de activiteit bespreekbaar maken met de client?
  • Hoe maak ik de activiteit bespreekbaar?
  • Hoe zullen cliënten reageren en wat is mijn reactie hierop?
  • Moet ik het op een ander moment nogmaals bespreekbaar maken?
  • Hoe ga ik (lichtelijk) druk opvoeren om de cliënt te motiveren?
  • wat doe ik als de cliënt niet mee wil doen, niet gemotiveerd is?

Slide 4 - Tekstslide

Waar moet voor jou een goede instructie aan voldoen?

Slide 5 - Open vraag

Instrueren
  • Als de activiteit start, vertel je precies wat er gaat gebeuren.
  • Duidelijk en eerlijk zijn is hierbij belangrijk.
  • Kijk ook goed hoe je de informatie geeft, heeft de cliënt behoefte aan informatie in kleine stapjes of alleen op hoofdlijnen.

Je kunt instructie geven door:
  • Voordoen of demonstreren
  • Samen te doen
  • Stap voor stap 
  • Je kan instructie mondeling of schriftelijk geven

Slide 6 - Tekstslide

Begeleiden betekend dat je met iemand mee gaat, iemand bijstaat, meeloopt, iemand helpt bij wat hij doet, ondersteunt

Slide 7 - Tekstslide

Welke kwaliteiten heeft een goede begeleider?

Slide 8 - Woordweb

Bewaken van proces en product
Als je de activiteit gaat uitvoeren, kijk je telkens naar je eigen handelen

Gaat alles volgens plan?
Past mijn manier van begeleiden nog bij de cliënt?
Is dit de juiste werkvorm voor de cliënt?
Help ik de cliënt nog met zijn hulpvraag?
Ben ik nog op de goede weg naar het doel?
Verloopt de communicatie nog lekker?

Soms moet je je manier van begeleiden, de activiteit of het doel tijdens de activiteit bijstellen.
Blijf kijken naar de cliënt en let op zijn verbale en non-verbale communicatie.

Slide 9 - Tekstslide

Draaiboek
Bij grote activiteiten maak je gebruik van een draaiboek.

Bij kleine activiteiten heb je voldoende aan een activiteitenschema.
Het activiteitenschema bespreken we tijdens de lessen van dagbesteding.


Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag!
Lees thema 3 Methodisch werken
Hoofdstuk 13 Activeren, plannen, uitvoeren paragraaf 13.4 t/m 13.4.6


Maak de volgende verwerkingsopdrachten in je digitale werkomgeving Methodiek MZ:
Opdracht 2A t/m 4 van 3.13 Wat is methodisch werken. 


Alle opdrachten zijn voor de volgende les af




Slide 11 - Tekstslide