Les 6

Les 6
afweer en afweerreacties

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 6
afweer en afweerreacties

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
Huiswerk
Lesdoelen
Theorie
Opdracht
Evaluatie
Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen
Zijn er vragen naar aanleiding van de vorige lessen?

Vragen over het huiswerk? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
De student

- Beschrijft welke twee soorten afweerreacties het lichaam geeft op lichaamsvreemde stoffen
en ziekteverwekkers
- Legt uit welke soorten lymfocyten er zijn en benoemd hun functie
- Benoemt de klassen immunoglobulinen en hun functie
- Licht de begrippen passieve en actieve immuniteit toe en hoe deze ontstaan
- Benoemt tegen welke ziektes gevaccineerd kan worden
- Legt uit onder welke omstandigheden het afweersysteem tekort kan schieten

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Immunologisch systeem
Naast plaatselijke immuniteit heeft het lichaam nog een ander krachtig middel om zich te verweren tegen verstoringen van buitenaf, het immunologisch systeem. Het is de belangrijkste vorm van afweer in ons lichaam.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afweer
Directe of indirecte afweerreactie

Direct: ontstekingsreactie -> pijn, warmte, roodheid, zwelling
Granulocyten proberen bacterien op te ruimen dmv fagocytose

Indirecte : maakt het lichaam immuun voor die specifieke ziekteverwekker. Lymfocyten maken antistoffen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Immunologisch systeem
Er komt een lichaamsvreemde stof het lichaam binnen. 
Ontstaat gevoeligheid van het lichaam voor die stof ( sensibilisatie)
Sensibilisatie activeert het specifieke afweersysteem ( immunologisch systeem)

Slide 7 - Tekstslide

Lichaamsvreemde stoffen:
Voorbeelden van antigenen zijn voorwerpen van metaal, chemische stoffen, delen van planten en vreemde eiwitten in de voeding en micro-organismen zoals bacteriën en virussen.
Immunologisch systeem
Dit is in staat om vreemde stoffen die niet in het lichaam thuishoren te herkennen en te bestrijden. Ons afweersysteem beschikt over geheigencellen die ervoor zorgen dat wij ons zeer lange tijd kunnen beschermen tegen bepaalde ziektes oftewel IMMUUN

Slide 8 - Tekstslide

Afweerweefsel:
de lymfeklieren, die door het hele lichaam verspreid liggen;
de milt;
het beenmerg;
de thymus of zwezerik;
de neus- en keelamandelen;
het lymfatisch weefsel in de darmwand, de zogenoemde plaques van Peyer.

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Cellulaire afweer
De T-lymfocyten zijn cellen die antigeengevoelige receptoren op het oppervlak van hun cel hebben.
Komen zij in contact met vreemde stoffen of ziekteverwekkers, dan veranderen deze lymfocyten in gesensibiliseerde lymfocyten en zijn ze in staat direct als cel tegen dit antigeen te reageren. De gesensibiliseerde lymfocyten binden zich aan het antigeen en maken dat antigeen op die manier onschadelijk. Omdat zij als cel onmiddellijk reageren op het antigeen, heet dit cellulaire afweer.

Slide 10 - Tekstslide

De blauwdruk die deze gesensibiliseerde lymfocyten hebben van dat antigeen dragen zij over aan hun opvolgers. Deze lymfocyten heten dan ook memory cells of geheugencellen. Als jaren later het antigeen nog een keer het lichaam binnendringt, kunnen deze geheugencellen zich dit antigeen direct herinneren en maken ze nieuwe gesensibiliseerde T-lymfocyten aan, die het antigeen dan vrij snel onschadelijk maken.
De productie van gesensibiliseerde lymfocyten kost het lichaam wel enige tijd, gemiddeld 24 tot 48 uur. De cellulaire afweer heet dan ook een immunologische reactie van het vertraagde type (delayed type
Humorale afweer
De andere lymfocyten zijn de B-lymfocyten. Deze cellen veranderen na contact met het antigeen tot plasmacellen. Deze plasmacellen maken vervolgens eiwitten die zich aan het oppervlak van het antigeen kunnen hechten. Deze afweereiwitten heten de antilichamen of immunoglobulinen.

De verdediging vindt dus niet plaats van cel tot cel, maar door het maken van eiwitten. Dit heet humorale afweer.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Immunoglobulines
De plasmacellen (uit de B-lymfocyten) kunnen verschillende soorten eiwitten maken, immunoglobulinen geheten, met elk verschillende eigenschappen. De gevormde immunoglobulinen zijn onder te verdelen in verschillende klassen, namelijk IgA, IgG, IgM, IgD en IgE.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Zoek op wat de verschillende eigenschappen zijn van de  immunoglobulines: 
IgA, IgG,IgM, IgD, IgE

10min
Mag samenwerken
Internet/ Thieme

Slide 13 - Tekstslide

IgA beschermt de oppervlakkig liggende weefsels tegen het binnendringen van micro-organismen. Deze immunoglobulinen bevinden zich vooral in de oppervlakkige lagen van de slijmvliezen van het lichaam. Grote hoeveelheden IgA zijn te vinden in zweet, speeksel, traanvocht, neusslijm, moedermelk, de slijmvliezen van longen, darmen, urinewegen en geslachtsorganen.
IgG komt in grote hoeveelheden voor in bloed en extracellulaire vloeistof en is de belangrijkste immunoglobuline in het inwendige van het lichaam. Het is verantwoordelijk voor het neutraliseren van micro-organismen en bacteriële gifstoffen (toxinen) en bevordert daardoor het proces van fagocytose. Dit is de enige afweerstof in het bloed van de moeder die tijdens de zwangerschap de placenta passeert en het kind bescherming meegeeft voor de eerste maanden na de geboorte.
IgM is opgebouwd uit grote eiwitten die belangrijk zijn bij de strijd tegen bacteriën die zich via het bloed willen verspreiden. Zij hechten zich aan het oppervlak van bacteriën en maken deze onschadelijk.
IgD komt voor op het oppervlak van de B-lymfocyten en is slechts in zeer geringe hoeveelheden aanwezig.
IgE speelt een rol bij de bescherming aan het lichaamsoppervlak en is verbonden met mestcellen. Wanneer IgE in contact komt met antigeen, barst de mestcel open en komen stoffen vrij die de ontstekingsreactie op gang brengen. IgE is verantwoordelijk voor het ontstaan van allergische reacties.
Specifiek
Immunoglobulinen zijn specifiek. Dat wil zeggen dat ze alleen reageren met het antigeen waarvoor ze door de plasmacellen gemaakt zijn. Het is vergelijkbaar met een sleutel die maar op één bepaald slot past. Antistoffen tegen influenza werken bijvoorbeeld alleen tegen het influenzavirus en niet tegen andere virussen of bacteriën

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Immuniteit

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Falende afweer
kwaadaardige ziekten van het lymfatisch weefsel;

bepaalde virusinfecties, zoals cytomegalie en aids;
ondervoeding;
gebruik van cytostatica en corticosteroïden;
bestraling van het beenmerg;
langdurige infectieziekten.




Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Vragen
?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies