Kijk naar de afbeelding. Schrijf een zin op uit het leesboekje met dat werkwoord.
Slide 14 - Tekstslide
WOORDENZEE
Werk in tweetallen.
Schrijf zo veel mogelijk dingen op die je kunt eten (2 min).
Wissel je blaadje met een ander tweetal en controleer elkaars woorden met een andere kleur pen.
Wie heeft de meeste goede woorden geschreven?
Opdracht
Herhaal de opdracht met:<div><ul><li>drinken</li><li>fruit</li></ul><div>Gebruik de woorden om korte zinnen te maken (kijk in je leesboekje!).</div></div><div><br></div>