Identiteit en multicultuur (Maatschappijwetenschappen vwo), les 2: Examentraining

BINDING · MULTICULTUUR

Examentraining

Identiteit en multicultuur: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining op vwo-niveau: effecten op bindingen beredeneren, visies van wetenschappers en standpunten van partijen onderscheiden en een bron beoordelen, inclusief procent en procentpunt.

Onderdelen in deze les

BINDING · MULTICULTUUR

Examentraining

Identiteit en multicultuur: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Michielverbeek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

BINDING · MULTICULTUUR

Wat ga je kunnen?

Ik kan effecten op affectieve bindingen beredeneren, visies en standpunten onderscheiden en een bron beoordelen.

Deze slide heeft geen instructies

BINDING · MULTICULTUUR

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: noem, verklaar, beredeneer of onderscheid?

  • 2. Zoek: welk concept zit in de casus? Onderstreep de aanwijzing, bijvoorbeeld een standpunt of een gevoel.

  • 3. Koppel: haal een gegeven uit de casus en koppel het aan het concept uit de syllabus.

  • 4. Wees neutraal: geef een standpunt weer zonder oordeel en schrijf concept, aanwijzing en conclusie.

Deze slide heeft geen instructies

BINDING · MULTICULTUUR

Vraagtype 1: effecten op bindingen beredeneren

  • Je beredeneert in een casus wat een ontwikkeling doet met affectieve bindingen.

  • Noem de ontwikkeling, de binding (met groep, plek of samenleving) en het effect.

  • Gebruik begrippen als sociale cohesie, identificatie en loyaliteit.

Deze slide heeft geen instructies

Leila regelt werk en papieren snel, maar mist het vertrouwde. Wat laat dit zien?

A

Affectief aanpassen gaat moeilijker dan praktisch

B

Praktisch aanpassen gaat altijd moeilijker

C

Ze wil zich niet aanpassen aan Nederland

D

Haar eigen groep belemmert elke aanpassing

Syllabus 17.4: aanpassing aan affectieve zaken is moeilijker dan aan praktische zaken. Verwachte fout: concluderen dat Leila zich niet wil aanpassen; de casus zegt juist dat ze praktisch snel aanpast.

Sam voelt zich gediscrimineerd. Welk gevolg?

Syllabus 17.4. Goed antwoord: Sam kan zich afkeren van of afzetten tegen de samenleving en zich sterker op de eigen groep richten, waardoor bindingen buiten de groep minder worden. Verwachte fout: alleen zeggen dat Sam boos is, zonder het effect op de binding met de samenleving te noemen.

BINDING · MULTICULTUUR

Vraagtype 2: visies van wetenschappers onderscheiden

  • Je herkent in een uitspraak welke wetenschappelijke visie erachter zit.

  • Zoek de sleutelwoorden: langlopende tradities of bedachte mythen, universeel of uniek.

  • Een visie herkennen is niet hetzelfde als het ermee eens zijn.

Deze slide heeft geen instructies

Een wetenschapper verklaart de Nederlandse neiging tot compromissen uit de strijd tegen het water. Welke visie past?

A

Modernistisch: invented traditions

B

Cultuurrelativistisch: unieke culturen

C

Essentialistisch: langlopende tradities

D

Cultuuruniversalistisch: universele waarden

Syllabus 17.2. De verklaring uit een langlopende gezamenlijke strijd hoort bij de groep met essentialisten. Verwachte fout: modernistisch, omdat 'koopman en dominee' ook een traditie is; modernisten noemen die juist bedacht.

Twee taalgroepen in één staat: welke binding?

Syllabus 17.1. Goed antwoord: de sociale cohesie en loyaliteit binnen de eigen taalgroep kunnen sterker zijn dan de binding met de staat, vooral als de taalgrens samenvalt met een regio. Verwachte fout: zeggen dat de staat automatisch een gezamenlijke identiteit schept.

BINDING · MULTICULTUUR

Vraagtype 3: standpunten onderscheiden

  • Je ziet in een standpunt of beleidsvoorstel welke visie erin zit.

  • Statisch (vaste identiteit, kiezen) of dynamisch (identificatie, meerdere loyaliteiten)?

  • Zoek ook de dimensie: functioneel, normatief of emotioneel.

Deze slide heeft geen instructies

Een partij: migranten moeten kiezen voor Nederland. Welke visie?

A

Identificatie als dynamisch proces

B

Integratie als alles-of-niets kwestie

C

Het diversiteitsperspectief van de WRR

D

Cultuurrelativisme als beleidsdoel

Syllabus 18.1 en 18.3: het standpunt dat migranten moeten kiezen voor Nederland en afstand doen van andere loyaliteiten is de alles-of-niets visie. Dit is een weergave van een standpunt, geen oordeel. Verwachte fout: de WRR-benadering kiezen omdat 'Nederland' erin voorkomt.

Buurtsport voor iedereen: welke dimensie?

Syllabus 18.2. Goed antwoord: functionele identificatie, want buurtbewoners hebben een gemeenschappelijk belang en groepsgrenzen worden minder hard. Verwachte fout: emotionele identificatie noemen omdat het gezellig is; het gaat om het gedeelde belang.

BINDING · MULTICULTUUR

Vraagtype 4: een bron beoordelen

  • Je beoordeelt een bron op objectiviteit, betrouwbaarheid en representativiteit.

  • Een steekproef is representatief als iedereen in de populatie evenveel kans heeft op deelname.

  • Let op procent of procentpunt: reken eerst het verschil uit.

Deze slide heeft geen instructies

Een enquête onder stadionbezoekers meldt dat 70 procent van de Nederlanders trots is. Wat is het probleem?

A

De enquête is niet objectief omdat ze trots meet

B

De uitkomst is een procentpunt, geen procent

C

Het onderzoek is niet intern valide omdat het kort is

D

De steekproef is niet representatief voor Nederlanders

Verzonnen voorbeeld. Stadionbezoekers zijn geen afspiegeling van alle Nederlanders, dus de uitkomst is niet te generaliseren (representativiteit, externe validiteit). Verwachte fout: objectiviteit noemen; een vraag naar gevoelens is niet automatisch subjectief.

Van 40 naar 50 procent: hoeveel procentpunt?

Verzonnen voorbeeld: het aandeel respondenten dat zich sterk met de gemeente verbonden voelt steeg van 40 naar 50 procent. Goed antwoord: 10 procentpunt (en een stijging van 25 procent ten opzichte van het begin). Verwachte fout: '10 procent' antwoorden.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Effecten op bindingen beredeneren

2

Visies van wetenschappers onderscheiden

3

Standpunten onderscheiden

4

Een bron beoordelen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

BINDING · MULTICULTUUR

Tips voor op het examen

  • Geef standpunten en visies weer zonder oordeel: schrijf 'volgens deze visie' en niet 'dit is waar'.

  • Noem in je antwoord het begrip letterlijk en koppel het aan een gegeven uit de casus.

  • Statisch of dynamisch: zoek of een standpunt uitgaat van een vaste identiteit of van identificatie als proces.

  • Bij procent en procentpunt: reken eerst het verschil uit en vergelijk het dan met het beginpercentage.

Deze slide heeft geen instructies

Meer lessen zoals deze