Koken en Mengen.

Koken en Mengen.
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
KokMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Koken en Mengen.

Slide 1 - Tekstslide

Koken

Doel: ingrediënten garen → zachter en beter verteerbaar maken.

Temperatuur: 95–100°C in water, melk of bouillon.

Deksel:
Zonder: tegen aanbranden/kleven, of bij groene groenten (gassen moeten ontsnappen).
Met: sneller koken, minder vocht nodig.

Slide 2 - Tekstslide

Voorbeelden:

Aardappelen: opzetten met koud water, met/zonder schil.

Eieren: opzetten met koud water, evt. azijn/zout erbij, na koken laten schrikken.

Groente: meestal in kokend water, gaar controleren met vork.

Slide 3 - Tekstslide

Waarop letten bij koken:
Structuur:  harde/vezelige producten (aardappelen, vlees, groente).
Grootte: gelijke stukken voor gelijkmatig garen.

Startvloeistof:
koud → smaak/kleur gaan in de vloeistof (aardappelen, eieren).
heet → smaak/kleur blijven in product (groente).
Soort vloeistof: water, melk of bouillon.

Hoeveelheid: product net onder vloeistof.

Tijd: afhankelijk van grootte en soort (minuten tot uren).

Slide 4 - Tekstslide

Mengen

Doel: producten samenvoegen (handmatig of machinaal).

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeelden:
Vloeistof + vloeistof → azijn + olie.
Vaste stof + vloeistof → suiker in slagroom.
Vaste stof + vaste stof → bloem + boter.

Hulpmiddelen:
Garde = vloeistoffen.
Lepel/spatel = vaste stoffen.
Mixer/keukenmachine = grote hoeveelheden.

Slide 6 - Tekstslide

Je krijgt van de docent twee recepten.

1 recept voor de aardappelsalade
1 recept voor de mayonaise.
Verdeel de recepten onderling, help elkaar als je eerder klaar bent.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide