Wet BIG GB2E-VPK

Wet BIG
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Wet BIG

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Waar denken jullie aan
bij de WET BIG?

Slide 3 - Woordweb

Waar staat de wet BIG voor?
A
Beroep in de gezondheidszorg
B
Betrokkenen in de Individuele Gezondheidszorg
C
Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Alle zorgverleners vallen
onder de wet BIG
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Wie valt er onder de wet BIG...
  • De Wet BIG verdeelt beroepen die onder deze wet vallen in 3 groepen volgens hun wettelijke artikelnummer: artikel 3-, 34- en artikel 36a-beroepen. 
Wettelijk erkende specialismen vallen onder artikel 14. 
Alleen artikel 3-beroepen moeten geregistreerd staan in het BIG-register en vallen onder het tuchtrecht.

Slide 8 - Tekstslide

Artikel 3-beroepen: 
hebben een wettelijk beschermde beroepstitel; 
moeten zich registreren in het BIG-register; 
vallen onder het tuchtrecht. 

Apotheker 
Arts 
Fysiotherapeut 
Gezondheidszorgpsycholoog 
Orthopedagoog-generalist 
Physician assistant 
Psychotherapeut 
Tandarts 
Verloskundige 
Verpleegkundig

Slide 9 - Tekstslide

Artikel 34-beroepen hebben een wettelijk beschermde opleidingstitel;        kunnen zich niet registreren in het BIG-register;  vallen niet onder het tuchtrecht. 
Apothekersassistent 
Diëtist 
Ergotherapeut 
Huidtherapeut 
Logopedist 
Mondhygiënist / Tandprotheticus 
Oefentherapeut /Optometrist 
Orthoptist /Podotherapeut 
Radiodiagnostisch laborant / Radiotherapeutisch laborant 
Verzorgende in de individuele gezondheidszorg (VIG’er)

Slide 10 - Tekstslide

Waar denken jullie aan bij voorbehouden handelingen?

Slide 11 - Woordweb

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Voorbehouden handelingen
Er zijn 14 categorieën voorbehouden handelingen die zijn beschreven voor de diverse beroepen

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Wanneer ben je bevoegd om een handeling uit te voeren?
A
Als je scholing voor de handeling hebt gevolgd.
B
Als je de handeling meerdere keren zelfst. hebt uitgevoerd.
C
Je mag iemand anders een taak geven de handeling uit te voeren
D
Geen idee

Slide 16 - Quizvraag

Wanneer ben je bekwaam?

Slide 17 - Open vraag

Bevoegd
Bevoegd ben je door opleiding en organisatie. Je hebt een MBO verpleegkunde gedaan. Daardoor ben je bevoegd om bijvoorbeeld te injecteren. Of je bent helpende plus. In sommige organisaties mag je dan bijvoorbeeld medicatie aanreiken. Bevoegd is dus een combinatie van opleiding en organisatieregels.

Slide 18 - Tekstslide

Bekwaam
Bekwaam gaat over de zorgprofessional als individu, de ik. Ben ik vaardig? Weet ik voldoende? Kan ik dit? Bekwaam bestaat uit een kenniscomponent en een vaardigheidscomponent. Bij injecteren bijvoorbeeld moet je op de hoogte zijn van de actuele kennis over injecteren en alles wat daarmee samenhangt. En je moet de handeling zelf goed kunnen uitvoeren. Dit kan bijvoorbeeld in het skillslab waar je laat zien dat je de handeling beheerst.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Voorbehouden handelingen:
* Dit zijn risicovolle handelingen die zijn vastgelegd in de Wet BIG.
* Alleen beroepsmatig verrichten op basis van bevoegdheid.
* Alle voorbehouden handelingen zijn risicovol.
Risicovolle handeling:
*Niet beschreven in Wet BIG.
* Organisaties leggen zelf vast welke handelingen risicovol zijn.
*Zorgverleners moeten aan dezelfde eisen voldoen als bij de voorbehouden handelingen.




Slide 26 - Tekstslide

Richtlijnen voor jou als zorgverlener:
Verricht geen voorbehouden handelingen zonder opdracht van de arts.

Alleen voorbehouden handelingen uitvoeren indien bekwaam.

Voer alleen de voorbehouden handeling uit indien opdracht duidelijk is.
Voer een onduidelijke opdracht niet uit!

Voer een opdracht niet uit als je denkt dat de opdracht onjuist is.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Zijn er nog vragen?

Slide 30 - Tekstslide