H1.1 Elektriciteit deel 2

H1.1 Elektriciteit 
Pak je schrift en boek
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H1.1 Elektriciteit 
Pak je schrift en boek

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
  • Lichtnet 1.1
  • Overige leerdoelen paragraaf 1 
  • Uitleg en aantekeningen
  • Tijd om opgaves uit te werken 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Tuinslang
  • Waterdruk → spanning (U) 
  • Hoeveelheid water die per seconde stroomt → stroomsterkte (I) 
  •  

Slide 4 - Tekstslide

Bespreek
1. Wat gebeurt er als de waterdruk hoger wordt? 
2. Kan er water stromen zonder drukverschil? 


timer
2:00

Slide 5 - Tekstslide

Bespreek
1. Wat gebeurt er als de waterdruk hoger wordt? 
Dan kan er meer stroom lopen. 

2. Kan er water stromen zonder drukverschil?
Nee, water kan alleen stromen als er drukverschil is.


Slide 6 - Tekstslide

Lees zelf: De spanning van het lichtnet

Beantwoord in je schrift:

Wat is het verschil tussen gelijk en wisselspanning?
timer
3:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen
1.1.1 Je kunt de onderdelen van een elektriciteitscentrale beschrijven.
1.1.2 Je kunt de kenmerken van gelijkspanning en wisselspanning met elkaar vergelijken.
1.1.3 Je kunt uitleggen waarom in het elektriciteitsnet verschillende spanningen worden gebruikt.

1.1.4 Je kunt het principe van een transformator uitleggen.
1.1.5 Je kunt aan de hand van de verhouding van het aantal windingen de spanningsverhoging of spanningsverlaging in een transformator berekenen.

Slide 9 - Tekstslide

Werking van een transformator

Slide 10 - Tekstslide

Belangrijk!

De twee spoelen zijn geïsoleerd en er gaat dus geen stroom via het ijzer van de eerste naar de tweede spoel! 
De energie wordt overgegeven via de magnetische velden.

Slide 11 - Tekstslide

Omhoog en omlaag transformeren
  • Met een transformator kan je de spanning zowel omhoog als omlaag transformeren
  • Hoe de spanning verandert, hangt af van het aantal windingen van de twee spoelen

  • U = spanning in volt (V)
  • N = het aantal windingen van de spoel

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Up = 230V Np = 400
Us = 12V Ns =?

230/12 = 400/?
400 x 12 = 4800 
4800 : 230 = 20,9
21 windingen

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht
De primaire spoel heeft 500 windingen en de secundaire spoel heeft 100 windingen. De spanning van de secondaire spoel is 46V.

Wat is de spanning van de primaire spoel?

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag
Maak de opdrachten van H1.1

Maak eerst opgave 3 en 5, gaat dit goed? 
Dan mag je door naar 8 en 9

Ben je hiermee klaar? 
Maak dan online de test jezelf van 1.1

Slide 17 - Tekstslide