Overal 3h P 4.3

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Reactietijd
De reactietijd is de tijd die je nodig hebt om te gaan remmen.

Reactieafstand
De reactieafstand is de afstand die je aflegt tijdens de reactietijd.


Noodstop
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Reactietijd
De reactietijd is de tijd die je nodig hebt om te gaan remmen.

Reactieafstand
De reactieafstand is de afstand die je aflegt tijdens de reactietijd.


Noodstop

Slide 1 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Remtijd
De remtijd is de tijd waarin je snelheid kleiner wordt.


Remweg
De remweg is de afstand die je aflegt tijdens de remtijd.
Stopafstand
De stopafstand wordt bepaald door de reactieafstand en de remweg

Slide 2 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Reactieafstand
A = L.b = 10 x 1,5 = 15m
Remafstand
A = ½ Lxb = ½ x 10 x (2,5-1,5)= 5m

stopafstand
Stopafstand = reactieafstand+remafstand
Stopafstand = 15 + 5 = 20m
 

Slide 3 - Tekstslide

Hoe groot is je reactieafstand als je 50 km/h rijdt?
A
50 m
B
23.8 m
C
13.8 m
D
dat kan je niet weten

Slide 4 - Quizvraag

Op t = 0 s ziet een bestuurder plotseling dat er een grote kuil in de weg zit. De stopafstand is:
A
30 m
B
60 m
C
75 m
D
90 m

Slide 5 - Quizvraag


Bereken de reactieafstand met behulp van het (v,t)-diagram.
A
1,5meter
B
40 meter
C
60 meter
D
220meter

Slide 6 - Quizvraag


Bereken de remweg met behulp van het (v,t)-diagram.
A
80meter
B
160 meter
C
110meter
D
220meter

Slide 7 - Quizvraag


Bereken de Stopafstand met behulp van het (v,t)-diagram.
A
80meter
B
120 meter
C
140meter
D
220meter

Slide 8 - Quizvraag

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Reactietijd

De reactietijd is afhankelijk van:
Of je vermoeid bent
Of je alcohol hebt gedronken
Of je een snelle of langzame reactie hebt
Of je geconcentreerd bent in het verkeer



Slide 9 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
stopafstand 

Is ook afhankelijk van de beginsnelheid
Bij een beginsnelheid van 6 m/s is de stopafstand:
6x1,5= 9m
½ x 6 x 1 = 3m
9 + 3 = 12m



Slide 10 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3

De remweg hangt af van:
De snelheid,    De remkracht,   De massa,  De kwaliteit van de banden, De gladheid van de weg,  ABS (anti blokkeer systeem)
 


Slide 11 - Tekstslide

Van welke factoren hangt je remweg af?
A
1 je concentratie, 2 je snelheid, 3 het soort wegdek
B
1 het profiel van de banden, 2 je snelheid, 3 het soort wegdek
C
1 vreemde stoffen in je lichaam, 2 je leeftijd, 3 nat of droog wegdek
D
1 De massa van het voertuig 2 vermoeidheid 3 de grip van de banden

Slide 12 - Quizvraag

Van welke factoren hangt je reactieafstand af?
A
1 je concentratie, 2 je snelheid, 3 vermoeidheid
B
1 het profiel van de banden, 2 je snelheid, 3 je concentratie
C
1 alcohol in je lichaam, 2 je leeftijd, 3 nat of droog wegdek
D
1 alcohol in je lichaam 2 vermoeidheid 3 de grip van de banden

Slide 13 - Quizvraag

Welke afstand is altijd het langste
A
Stopafstand
B
Remweg
C
Reactieafstand

Slide 14 - Quizvraag

Gegeven: stopafstand = reactieafstand + remweg
Welke van deze drie afstanden verandert als de bestuurder flink gedronken heeft?
A
remweg + stopafstand
B
reactieafstand + stopafstand
C
alle afstanden
D
reactieafstand + remweg

Slide 15 - Quizvraag

In deze diagrammen is de snelheid gegeven van vier bestuurders die moeten stoppen. De kleinste stopafstand is er in:
A
diagram 1
B
diagram 2
C
diagram 3
D
diagram 4

Slide 16 - Quizvraag


Bereken de reactieafstand met behulp van het (v,t)-diagram.
A
40 meter
B
80 meter
C
60 meter
D
220meter

Slide 17 - Quizvraag


Bereken de remweg met behulp van het (v,t)-diagram.
A
80meter
B
160 meter
C
110meter
D
220meter

Slide 18 - Quizvraag


bereken de stopafstand 

Slide 19 - Open vraag

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Botskracht verkleinen
 


De botskracht remt de auto af.
De botskracht is een negatieve arbeid die de bewegingsenergie weg neemt.

Slide 20 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
kreukelzone
 


De kreukelzone wordt door de negatieve arbeid vervormd.

De benodigde arbeid (W) om de auto tot stilstand te brengen is gelijk aan de botskracht (F) maal de lengte van de kreukelzone (s)


Slide 21 - Tekstslide

Een botsing 
Een rijdende auto heeft bij een snelheid van 120 km/h een bewegingsenergie van 650 kJ. De kreukelzone bij een ouderwetse auto is 10 cm en bij een moderne auto 1 meter.
 Bereken de gemiddelde kracht om een ouderwetse auto tot stilstand te brengen.
 


Berekening 650000 / 0,10 = 6,500.000 N = 6,5 MN


Antwoord de gemiddelde kracht is 6,5 MN


Gegevens W = 650Kj= 650.000 J,     s = 0,10 m
Formule W = F.s F = W/s
Gevraagd arbeid F=?

Slide 22 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Een botsing
Een rijdende auto heeft bij een snelheid van 120 km/h een bewegingsenergie van 650 kJ. De kreukelzone bij een ouderwetse auto is 10 cm en bij een moderne auto 1 meter.  
Hoe groot is de botskracht bij moderne auto,s.



Antwoord
De kreukelzone is 10 x zo groot als die van een ouderwetse auto.
Omdat de bewegingsenergie hetzelfde is zal de botskracht 10x zo klein zijn.
F = 6,5 MN /10 = 650.000 N = 650 kN

Slide 23 - Tekstslide

Een auto rijdt met 50km/h. De auto heeft dan 140kJ bewegingsenergie. De kreukelzone van de auto is 40 cm.
Wat is de gemiddelde botskracht?
noteer formule, gegevens en berekeningF = W/s

Slide 24 - Open vraag

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Stopkracht
 
De kracht die de passagiers tot stilstand brengt noem je de stopkracht.

Slide 25 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
kooiconstructie
Beschermen van kwetsbare lichaamsdelen.
Voorkomt dat je bekneld komt te zitten
 


Slide 26 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
veiligheidsgordel.
 De gordel houdt de passagiers tegen en laat ze tegelijk met de auto afremmen. 
De gordel verricht een negatieve arbeid (W) Op de passagier.
Verlengen van de afstand om tot stilstand te komen.
De gordel rekt uit dus een grotere 
stopafstand (s) en een kleinere 
stopkracht (F)
Voorkomen dat je hoofd door 
de voorruit gaat.
 


Slide 27 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
airbags.
 Verdelen van de kracht over een groter 
oppervlak waardoor de druk kleiner wordt.
(De airbag is een soort opgeblazen kussen
 die de kracht verdeelt.) 
Verlengen van de stopafstand en vermindering van de stopkracht op de passagier. (De airbag deukt in.)
 Bescherming tegen rondvliegend glas.
 (Bij een botsing beschermt de airbag je hoofd.)
 



Slide 28 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
hoofdsteunen.
Beschermen van kwetsbare lichaamsdelen.
Bij een botsing van achteren voorkomt 
de hoofdsteun nekletsel.



Slide 29 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
veiligheidshelm.
Verlengen van de afstand om tot stilstand te komen.
(Bij het indeuken van de helm verricht deze 
negatieve arbeid en zorgt voor een grotere
 stopafstand en een kleinere stopkracht.)
Verdelen van de kracht over een groter oppervlak.
(De helm verdeelt de kracht over een groter oppervlak van je hoofd.)
Beschermen van kwetsbare lichaamsdelen.
(Voorkomt dat je hoofd de stoeprand/paal direct raakt.)

 

Slide 30 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen 4.3
veilgheidshelm

Slide 31 - Tekstslide

Airbags zorgen dat een auto bij een aanrijding minder beschadigd raakt.
A
waar
B
niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Welke functie(s) heeft een airbag?
A
botsweg vergroten
B
kracht verdelen
C
kwetsbare lichaamsdelen beschermen
D
kracht verdelen + kwetsbare lichaamsdelen beschermen

Slide 33 - Quizvraag

Auto’s bevatten verschillende voorzieningen die moeten voorkomen dat de inzittenden bij een botsing letsel oplopen. 1 daarvan zit in de CONSTRUCTIE van de auto om te zorgen dat de remweg langer wordt. Welke wordt hier bedoeld?
A
Airbag
B
Veiligheidsgordels
C
Kreukelzone
D
Kooiconstructie

Slide 34 - Quizvraag

Airbags zorgen voor...
A
verhoging van de stopkracht.
B
verhoging van de botskracht
C
verlaging van de stopkracht.
D
verlaging van de botskracht.

Slide 35 - Quizvraag

Welke van de onderstaande veiligheidsvoorzieningen beschermt de bestuurder tijdens een noodstop zonder botsing?
A
airbag
B
kooiconstructie
C
veiligheidsgordel
D
kreukelzone

Slide 36 - Quizvraag

Welke veiligheidsmaatregel in de auto zorgt er NIET voor dat de remweg van de inzittende langer wordt?
A
Airbags
B
Kooiconstructie
C
Autogordel
D
Kreukelzone

Slide 37 - Quizvraag

Bij een crashtest wordt een auto tegen een blok gereden. De voorkant van de auto wordt helemaal samen geperst.

Door welke veiligheidsmaatregel komt dit?
A
Doordat er een kreukelzone aan is gebracht in de voorkant van de auto
B
Door de kooiconstructie in de auto
C
Doordat de auto geen winterbanden had.
D
Door airbags in de auto

Slide 38 - Quizvraag

Veiligheidsmaatregelen 4.3
Huiswerk:
leren 4.3
maken vragen 4.3



Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide