4vwo wiA Rekenregels machten herhalen *H5

Wat is het grondtal in deze macht?
4​2​​
A
4
B
2
1 / 20
volgende
Slide 1: Quizvraag
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat is het grondtal in deze macht?
4​2​​
A
4
B
2

Slide 1 - Quizvraag

Wat is de exponent:

8​5​​
A
8
B
5

Slide 2 - Quizvraag

Welke exponent heeft x?
A
0
B
1

Slide 3 - Quizvraag

Als je een macht tot een macht doet dan mag je de exponenten....

bijv.
(b​4​​)​3​​
A
...met elkaar vermenigvuldigen
B
...bij elkaar optellen

Slide 4 - Quizvraag

Bij een product van machten doe ik de exponenten .... elkaar
A
+
B
-
C
x
D
:

Slide 5 - Quizvraag

Bij het delen van een macht doe ik de exponenten .... elkaar
A
+
B
-
C
x
D
:

Slide 6 - Quizvraag

Schrijf als macht van
x
3√​x​​​
A
3x​​2​​1​​​​
B
(3x)​​2​​1​​​​
C
3x​−2​​
D
Geen van de andere

Slide 7 - Quizvraag

Schrijf als één macht:
a​12​​⋅a​4​​
A
a​48​​
B
2a​16​​
C
kan niet
D
a​16​​

Slide 8 - Quizvraag

schrijf zonder negatieve exponenten
−4⋅(3a)​−2​​
A
−​3a​2​​​​4​​
B
​a​2​​​​−12​​
C
−​9a​2​​​​4​​
D
​9a​2​​​​4​​

Slide 9 - Quizvraag

Het product van machten.
Welke herleiding is juist?
A
2x​3​​⋅3xy​2​​=6x​3​​y​2​​
B
2x​3​​⋅3xy​2​​=5x​4​​y​2​​
C
2x​3​​⋅3xy​2​​=6x​4​​y​2​​
D
2x​3​​⋅3xy​2​​=6x​3​​y​3​​

Slide 10 - Quizvraag

schrijf als macht van a

a​4​​⋅​a​6​​​​1​​
A
a​−24​​
B
a​24​​
C
a​−2​​
D
a​2​​

Slide 11 - Quizvraag

Schrijf als één macht:
A
3​4​​
B
3​7​​
C
3​10​​
D
​3​3​​​​3​7​​​​

Slide 12 - Quizvraag

Schrijf zonder negatieve of gebroken exponent

(a​−​3​​1​​​​)​5​​⋅a
A
​​3​​√​a​5​​​​​​​a​​
B
a​−​3​​5​​​​.a
C
​a​0,67​​​​1​​
D
​​3​​√​a​2​​​​​​​1​​

Slide 13 - Quizvraag

Schrijf
als macht met een gebroken exponent
​3​​√​2​5​​​​​
A
2​​3​​5​​​​
B
2​​5​​3​​​​

Slide 14 - Quizvraag

De macht van een macht
Welke herleiding is juist?
A
(a​2​​)​3​​⋅2a⋅a​4​​=a​5​​⋅2a⋅a​4​​=2a​10​​
B
(a​5​​)​3​​⋅2a​6​​=2a​21​​
C
(p​3​​)​4​​+2p​7​​=3p​7​​
D
(−2x​3​​)​2​​=−4x​6​​

Slide 15 - Quizvraag

Schrijf als één macht:

(x​3​​)​2​​⋅(x​2​​)​3​​=
A
x​6​​
B
x​12​​
C
x​10​​
D
x​36​​

Slide 16 - Quizvraag

Schrijf als één macht

k=2​7x+3​​⋅2​4x−2​​
A
k=2^(3x+5)
B
k=4^(3x+5)
C
k=2^(11x+1)
D
k=4^(11x+1)

Slide 17 - Quizvraag

Schrijf als macht van x.
x√​x​8​​​​​
A
x​9​​
B
x​7​​
C
x​4​​
D
x​5​​

Slide 18 - Quizvraag

Schrijf als macht van x .
​x​3​​⋅√​x​​​​​x​7​​​​
A
x​4,5​​
B
x​2​​
C
x​3,5​​
D
x​5​​

Slide 19 - Quizvraag

Schrijf als macht van a
A
Kan niet, want delen door 0 mag niet
B
a​8​​
C
a​0​​
D
a​​0​​8​​​​

Slide 20 - Quizvraag