cross

Molecuulmassa, de mol en molaire massa

Molecuulmassa, de mol en molaire massa
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Molecuulmassa, de mol en molaire massa

Slide 1 - Tekstslide


Lever hier opdracht 8 in!

Slide 2 - Open vraag

Doelen
  • Weten wat de molecuulmassa is.
  • De molecuulmassa kunnen berekenen (opdracht 8). 
  • De molaire massa kunnen berekenen (opdracht 9). 
  • Weten wat de mol is. 
  • Rekenen van mol naar gram en andersom (10 en 11). 

Slide 3 - Tekstslide

Molecuulmassa
Stoffen hebben massa's, stoffen bestaan uit moleculen, moleculen bestaan uit atomen, dus atomen hebben massa's.
De massa van bijvoorbeeld een waterstofatoom is 1,68x10-27 kg! 

Niet zo handig he? 
Daarom is de atomaire massa-eenheid bedacht, dat is de u. 
1 u = 1,67x10-27 kg.

Slide 4 - Tekstslide

Atoommassa's 
Atoommassa's  van ieder atoom kun je aflezen in het Periodiek systeem.
Het periodiek systeem wat gebruikt wordt bij de rest van de berekeningen staat op de ELO. 

Zo is de massa van element P = 30,97 u. 


Slide 5 - Tekstslide

Molecuulmassa's 
Hier tel je de atoommassa's bij elkaar op van alle atomen in één molecuul .
Voorbeelden: 
De molecuulmassa van NaCl = 1 x 22,990 + 1 x 35,45 = 58,44 u
De molecuulmassa van Al2O3 = 26,98 x 2 + 3 x 16,00 = 101,96 u

Let er wel op dat je juist afrondt. Je bent hier massa's aan het optellen, dus gelden hier de regels van plus!

Slide 6 - Tekstslide

O (zuurstof)
O2
H2O
AgCl
C6H12O6
32,00
18,00
16,00
143,32
180,16 u
18,02

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is de molecuulmassa van
Denk aan een berekening.
KNO3

Slide 8 - Open vraag

Atomaire massa eenheid
  • Molecuulmassa gegeven in u (unit)
  • 1 u = 1,66*10-27 kg 
  • Hiermee kun je uitrekenen hoeveel moleculen aanwezig zijn in een bepaalde massa.
  • Moleculen zijn zo licht, dat je bij een experiment enorm veel moleculen gebruikt. Dit rekent niet handig, daarom is de chemische hoeveelheid, mol bedacht.



Slide 9 - Tekstslide

Begrippen van hoeveelheid

  • Dozijn 
  • Gros 
  • Duo

Een dozijn eiereren, kippen, olifanten of wat dan ook, het is altijd een vaste hoeveelheid.

Slide 10 - Tekstslide

Begrippen van hoeveelheid

  • De mol is ook zo'n vaste hoeveelheid.
  • 1 mol = 6,02*1023 (moleculen) = Constante van Avogadro (NA)

Dus 1 mol water bestaat uit evenveel
moleculen als 1 mol goud!



Slide 11 - Tekstslide

Molaire massa
  • De molecuulmassa druk je uit in u (1 u = 1,66*10-27 kg)
  • De molaire massa (M) druk je uit in gram per mol (g mol-1)
  • Molecuulmassa en molaire massa zijn gelijk, maar met een andere eenheid. (Dankzij Avogadro)

  • Molecuulmassa H2O = 18,016 u
  • Molaire massa H2O = 18,016 g mol-1 


Slide 12 - Tekstslide

Van gram naar mol rekenen
Onthoud van gram naar mol gedeeld door de molaire massa(M) 
en 
van mol naar gram maal (keer) de molaire massa (M).

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld 1
Bereken hoeveel mol overeenkomt met 25 gram water.

Antwoord
Molaire massa H2O = 18,015 g/mol
aantal mol = massa / molaire massa (M)
aantal mol = 25 g / 18,015 g/mol = 1,4 mol


Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeld 2
Bereken hoeveel gram overeenkomt met 0,32 mol stikstof.

Antwoord
Molaire massa N2 = 14,01 x 2=28,02 g/mol
massa = aantal mol x M
n = 0,32 mol x 28,02 g/mol = 9,0 g


Slide 15 - Tekstslide

Hoeveel mol komt overeen met 120 gram ijzer?
A
4,30 mol
B
2,155 mol
C
2,15 mol
D
6,70*10^2 mol

Slide 16 - Quizvraag

Doelen
  • Weten wat de molecuulmassa is.
  • De molecuulmassa kunnen berekenen (opdracht 8). 
  • De molaire massa kunnen berekenen (opdracht 9). 
  • Weten wat de mol is. 
  • Rekenen van mol naar gram en andersom (10 en 11). 

Slide 17 - Tekstslide

Als ik de doelen bekijk, weet ik dat ik ze kan.
Ja
Gedeeltelijk
Nee

Slide 18 - Poll

Wat weet je nu van mol?

Slide 19 - Woordweb

Nu aan de slag
Maak opdracht  9 t/m 11. 
Bij  9 bereken je de molaire massa. 

Dit doe je ook bij 10 en 11, maar dan zit er nog een extra stapje na. 
Gebruik je rekenmachine en het periodieke systeem goed!

Slide 20 - Tekstslide