Les 3 - Mijn module 1 - Ken jezelf, jouw kwaliteiten

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
WerknemersvaardighedenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Tekstslide


Werknemersvaardigheden 

Ik ken mijzelf + mijn kwaliteiten

Slide 4 - Tekstslide

Quiz: Ken Jezelf

Slide 5 - Tekstslide

Wie ben jij?
Wat maakt jou nou echt  'jij'? 

Dat kun je op veel manieren uitleggen. 
Bijvoorbeeld door wat je leuk vindt. 

Op de volgende slides geef je voor een heel aantal 
onderwerpen aan wat jij leuk vindt!


Slide 6 - Tekstslide

Wat is jouw favoriete eten?

Slide 7 - Open vraag

Wat is jouw favoriete kleur?

Slide 8 - Open vraag

Wat is jouw favoriete sport?

Slide 9 - Open vraag

Wat is jouw favoriete muziek?

Slide 10 - Open vraag

Wat is jouw favoriete film?

Slide 11 - Open vraag

Wat is jouw favoriete
game of spel?

Slide 12 - Open vraag

Wie is jouw favoriete docent?

Slide 13 - Open vraag

Ik ga het liefste
op vakantie naar...

Slide 14 - Woordweb

Dit hoop ik ooit te doen...

Slide 15 - Woordweb

Ik heb een hekel aan...

Slide 16 - Woordweb

Maar wie ben jij nou? 
Wat je net invulde heeft een beeld wie je bent. Maar het is natuurlijk geen heel goed beeld, want je favoriete eten en de kleur van je ogen zeggen niet zoveel over jou als persoon.

Wat wél heel veel zegt zijn jouw (persoons-)eigenschappen. Dat zijn dingen die je antwoordt op de vraag: 'Wat voor persoon ben jij?'
Wat zou daarop jouw antwoord zijn?

Slide 17 - Tekstslide


Ik ben als persoon vooral ...

Slide 18 - Open vraag

Maar wie ben jij nou?
Wat je hiervoor hebt opgeschreven zijn waarschijnlijk eigenschappen. 

Al jouw eigenschappen bij elkaar vormen je 
karakter. 

Slide 19 - Tekstslide

Jouw persoonseigenschappen
We gaan nu kijken naar jouw eigenschappen. Hoe ben jij?

Om je al een beetje een idee te geven, schetsen we straks een aantal situaties (casussen).
Hoe zou jij reageren op die situaties?
Want... hoe jij bent, bepaalt je gedrag.

Er zijn natuurlijk geen goede of foute antwoorden want dit is geen toets.

Slide 20 - Tekstslide

Wat zou je doen? Kies steeds het antwoord dat het beste bij jou past.

1. STOP POLITIE!
Je fietst door rood omdat je op je telefoon keek.
Een agent stapt voor je de weg op en houdt haarhand omhoog. Jij stopt.
A
Je verzint gelijk een slim excuus. Ze kan dit toch wel door de vingers zien?
B
Je biedt je excuses aan en accepteert de bekeuring.
C
Je wordt boos en werkt niet mee. Ze kan beter boeven gaan vangen.

Slide 21 - Quizvraag

Wat zou je doen? Kies steeds het antwoord dat het beste bij jou past.

1. STOP POLITIE!
Je fietst door rood omdat je op je telefoon keek.
Een agent stapt voor je de weg op en houdt haarhand omhoog. Jij stopt.
A
Je verzint gelijk een slim excuus. Ze kan dit toch wel door de vingers zien?
B
Je biedt je excuses aan en accepteert de bekeuring.
C
Je wordt boos en werkt niet mee. Ze kan beter boeven gaan vangen.

Slide 22 - Quizvraag

Hoe ben jij?
Heb je A gekozen, dan reageer je als een prater, die redt zich overal wel uit.
Heb je B gekozen, dan reageer je verstandig en leer je van je fouten.
Heb je C gekozen, dan reageer je verontwaardigd omdat jezelf vergelijkt met anderen.

Slide 23 - Tekstslide

Wat zou je doen? Kies steeds het antwoord dat het beste bij jou past.

1. KRAK!
Je telefoon is kapot, dus je hebt een nieuwe besteld.
Als hij thuis aankomt, laat je het pakketje vallen. Er zitten gelijk al twee grote barsten in het scherm.
A
Je bent zo kwaad dat je de nieuwe telefoon gelijk weggooit.
B
Je doet niets. Een telefoon met barst kun je ook gewoon gebruiken.
C
Je mailt de webshop waar je de telefoon kocht. Misschien heb je garantie.

Slide 24 - Quizvraag

Hoe ben jij?
Heb je A gekozen, dan reageer je nors, omdat je baalt van deze actie.
Heb je B gekozen, dan reageer je zorgeloos omdat je je niet snel ergert.
Heb je C gekozen, dan reageer je als een aanpakker, want voor alles is een oplossing.

Slide 25 - Tekstslide

Wat zou je doen? Kies steeds het antwoord dat het beste bij jou past.

DE GRIEP HEERST!
's Ochtends blijkt dat je alleen het eerste en laatste uur les hebt.
De rest van de lessen zijn uitgevallen.
A
Je gebruikt de tussenuren om huiswerk te maken, dan hoeft dat thuis niet meer.
B
Je gaat wat hangen met klasgenoten op school en probeert er een gezellige dag van te maken.
C
Je gaat naar de docent van het laatste lesuur en vraagt of deze kan vervallen, dan hoeven jullie niet te wachten.

Slide 26 - Quizvraag

Hoe ben jij?
Heb je A gekozen, dan reageer je flexibel, je past je aan aan de situatie.
Heb je B gekozen, dan reageer je sociaal en maak je er een gezellige dag van.
Heb je C gekozen, dan reageer je als een doortastend, en maak je van een nadeel een voordeel

Slide 27 - Tekstslide

Gedrag en eigenschappen
Je hebt kunnen merken dat gedrag wordt bepaald door je (karakter)eigenschappen.

Iedereen heeft net andere eigenschappen. Dat betekent dat jij net anders reageert dan je klasgenoot, ook al is de situatie hetzelfde.

Slide 28 - Tekstslide

Hoe ben jij?
Je zag het vast al aankomen, maar hier komt de vraag:

Welke eigenschappen heb jij? Vind je zelf.

We laten het helemaal aan jou. Jij mag kiezen!

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Hoe ben jij?
Welke hiervan passen zelfs supergoed bij jou?
Kies er maximaal 3

LOB is ontdekken waar je goed in bent en 
ontdekken wat je leuk vindt. Jezelf kennen helpt daarbij!

Slide 31 - Tekstslide

Beschrijf jezelf in 3 woorden!

Slide 32 - Open vraag

Waar kun jij jezelf in verbeteren?

Slide 33 - Open vraag

Waar ben jij echt SUPERgoed in?!?

Slide 34 - Open vraag

Waar zou jij SUPERgoed in willen zijn?

Slide 35 - Open vraag

waarom is zelfkennis
zo belangrijk?

Slide 36 - Woordweb

Maak een selfie die jou typeert!
(en stuur 'm op)

Slide 37 - Open vraag

Kwaliteiten
- Doorzettingsvermogen -creativiteit - gevoel voor humor - flexibel zijn - omgaan met kritiek - betrokken zijn - lef hebben - doelen stellen - communiceren - mening geven - durf te vragen - afspraken nakomen - leergierig zijn - samenwerken - goed met cijfers zijn - weten wat je doet - afspraak is afspraak - initiatief nemen - actief zijn - werk zien liggen.

Slide 38 - Tekstslide

Welke kwaliteit past er bij jou?

Slide 39 - Woordweb

Slide 40 - Tekstslide