5.3 en 5.4

5.3 en 5.4 NOVA Beweging






                                                                       Gemaakt door: Mevrouw Ester
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

5.3 en 5.4 NOVA Beweging






                                                                       Gemaakt door: Mevrouw Ester

Slide 1 - Tekstslide

5.3 Versneld – constant – vertraagd

Slide 2 - Tekstslide

Henk Angenent won de Elfstedentocht van 1997. Hij schaatste gemiddeld 29,5 km/h voor 6,75 uur lang.
Wat is de afstand van de Elfstedentocht van 1997?

Slide 3 - Open vraag

De versnelde beweging
De versnelde beweging is een beweging waarvan de snelheid steeds groter wordt. 
Voorbeeld: een auto die begint met rijden nadat deze stilstond bij een stoplicht

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

De vertraagde beweging
De vertraagde beweging is een beweging waarbij de snelheid steeds omlaag gaat.
Voorbeeld: een auto die remt voor een stoplicht dat op rood staat

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

beweging met constante snelheid
Een beweging met constante snelheid is een beweging waarbij de snelheid steeds gelijk blijft.
Voorbeeld: een auto die op de snelweg constant 100 km/h rijdt (op cruise control)


Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Een auto rijdt weg bij een verkeerslicht.
Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 13 - Quizvraag

Je moet op de fiets afremmen, omdat de spoorbomen dichtgaan.
Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 14 - Quizvraag

Een marathonloper rent met een constante snelheid.
Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 15 - Quizvraag

Bij welke beweging hoort deze grafiek?

A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 16 - Quizvraag

Bij welke beweging hoort deze grafiek?

A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 17 - Quizvraag

Bij welke beweging hoort deze grafiek?

A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 18 - Quizvraag

Doelen van 5.4:
  • Je kunt uitleggen wat de remweg van een auto is en drie factoren benoemen waarvan de remweg afhangt. 
  • Je kunt aan de hand van een grafiek uitleggen wat het verband is tussen de beginsnelheid en de remweg. (zie boek)
  • Je kunt uitleggen waarom je met een zwaarbeladen auto wat langzamer moet rijden en meer afstand moet houden. 
  • Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met de reactietijd en de reactie-afstand.

Slide 19 - Tekstslide

5.4 Remmen & botsen
Volgende dia is een video met een duidelijk uitleg van de begrippen voor deze paragraaf. Naast deze video komt hierna ook een extra uitleg met wat vragen. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Theorie de remweg
De remweg is de afstand die je nog aflegt vanaf het moment dat je begint met remmen tot je stilstaat.  
 

Slide 22 - Tekstslide

Waar hangt de remweg vanaf?
1. De beginsnelheid: hoe harder je fietst hoe langer het duurt voordat je stilstaat.
2. De totale massa (van de auto): een trekker heeft een grotere massa dan een auto, dus de trekker heeft daardoor een langere remweg.
3. De remkracht: hoe harder je bij je fiets je remmen inknijpt hoe sneller je stil staat en dan heb je dus een kortere remweg. 

Slide 23 - Tekstslide

Bij welke snelheid is de remweg het kortste?
A
200 km/h
B
15 km/h
C
100 km/h
D
20 km/h

Slide 24 - Quizvraag

Wanneer zou je de kortste remweg hebben?
A
Droge weg
B
Nat wegdek door de regen
C
Wegdek met sneeuw
D
Wegdek met ijs

Slide 25 - Quizvraag

Theorie reactietijd, reactieafstand en stopafstand.
De reactietijd is de tijd die je nodig hebt om te reageren op iets wat er gebeurt. De reactietijd is ongeveer 0,7 tot 1 sec.
 Bv: Je ziet het stoplicht op rood gaan, de tijd tussen het zien en remmen is de reactietijd. 
Reactieafstand is de afstand die je aflegt tijdens de reactietijd. 

Stopafstand = reactieafstand + remweg. 

Slide 26 - Tekstslide

Welke afstand is altijd het langste
A
Stopafstand
B
Remweg
C
Reactieafstand

Slide 27 - Quizvraag

Wat kan je reactietijd beïnvloeden?

Slide 28 - Open vraag

Tijdens deze les heb je wat geleerd over:
  • Versnelde, eenparige en vertraagde bewegingen
  • De remweg
  • De reactietijd, reactieafstand en de stopafstand

Slide 29 - Tekstslide