Les 4 §1.3 Vermogen en energie

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Welkom in de les
Vandaag:
  • Bespreken opgave 7 § 1.2
  • Uitleg § 1.3
  • Maken § 1.3

 


§ 1.3 Vermogen en energie

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de standaard netspanning in Europese landen?
A
300 volt
B
220 volt
C
120 volt
D
230 volt

Slide 3 - Quizvraag

Hoe zijn de schakelaars en stopcontacten in huis geschakeld?
A
in serie
B
parallel

Slide 4 - Quizvraag

Welke kleur heeft de nuldraad?
A
Rood
B
Blauw
C
Groen
D
Geel

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen kortsluiting en overbelasting?
A
Kortsluiting ontstaat door het gebruik van te veel elektrische apparaten.
B
Overbelasting is wanneer er te veel stroom door een elektrisch circuit gaat.
C
Kortsluiting is een directe verbinding tussen twee elektrische punten.
D
Overbelasting is het gevolg van beschadigde elektriciteitskabels.

Slide 6 - Quizvraag

Vraag 7
a) Teken hoe de stroom door de spanningzoeker en je lichaam loopt.

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 7
b) Kleur de delen die de stroom niet geleiden, blauw.

Slide 8 - Tekstslide

Vraag 7
c) Moet een spanningzoeker een grote of juist een kleine weerstand hebben? 
Licht je antwoord toe.

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoelen 1.3
11 Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met het vermogen van een apparaat.
2 Je kunt berekeningen uitvoeren met spanning, stroomsterkte en vermogen.
3 Je kunt uitleggen hoe het verbruik van elektrische energie in huis wordt gemeten.
4 Je kunt het energieverbruik van elektrische apparaten berekenen in kWh.
5 Je kunt berekenen hoeveel je voor de verbruikte elektrische energie moet betalen.
6 Je kunt uitleggen waarom je een energiemeter nodig hebt om het werkelijke energieverbruik van een apparaat te bepalen.

Slide 10 - Tekstslide

Het vermogen van een apparaat
Op elektrische apparaten staat hoeveel elektrische energie per seconde het apparaat gebruikt:
het vermogen

Slide 11 - Tekstslide

Het vermogen van een apparaat
Op elektrische apparaten staat hoeveel elektrische energie per seconde het apparaat gebruikt:
het vermogen

De eenheid van vermogen is watt (W)

Slide 12 - Tekstslide

Het vermogen van een apparaat
Op elektrische apparaten staat hoeveel elektrische energie per seconde het apparaat gebruikt:
het vermogen

De eenheid van vermogen is watt (W)

1 kW = 1000 W
1 W = 0,001 kW

Slide 13 - Tekstslide

Even oefenen..
6 kW = ........... W
0,025 kW = ............... W

75 W = ................. kW
2025 W = .................. kW
6 kW = 6000W<div>0,025 kW = 25W</div><div><br></div><div>75 W = 0,075 kW</div><div>2025 W = 2,025 kW</div>

Slide 14 - Tekstslide

Vermogen berekenen

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Voorbeeld
Lars stelt de spanningsbron in op 6,0 V. Door de schakeling loopt dan een stroom van 20 mA.
 Hoe groot is het vermogen dat de spanningsbron levert?

Slide 17 - Tekstslide

F |      P = U x I

Slide 18 - Tekstslide

F |      P = U x I
O |    20 mA = 0,02 A

Slide 19 - Tekstslide

F |      P = U x I
O |    20 mA = 0,02 A
B |     P = 6 x 0,02

Slide 20 - Tekstslide

F |      P = U x I
O |    20 mA = 0,02 A
B |     P = 6 x 0,02
A+E | P = 0,12 W

Slide 21 - Tekstslide

Vragen?

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag
Lezen + maken § 1.3

In stilte

 


§ 1.3 Vermogen en energie
timer
10:00

Slide 23 - Tekstslide

Huiswerk maandag 7 sept
Maken § 1.3: 1 t/m 14

Maken § 1.4: 1 t/m 13

Slide 24 - Tekstslide