Interculturele communicatie

Interculturele Communicatie
Interculturele communicatie
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Interculturele Communicatie
Interculturele communicatie

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij interculturele communicatie

Slide 2 - Woordweb

Wat is interculturele communicatie?
A
Praten over kunst
B
communicatie op hoog niveau (ministers)
C
Communicatie tussen mensen uit verschillende culturen
D
Zingen in klassiek muziekstuk

Slide 3 - Quizvraag

Denkbeelden en gedragsregels uit een cultuur worden vanzelfsprekend voor iemand die in die cultuur opgroeit
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

cultuurverschillen ontstaan altijd door verschillen in levensbeschouwing
A
Juist
B
onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Een moslim uit Egypte heeft dezelfde waarden en normen als een moslim uit Suriname
A
Juist
B
onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Onverwacht langskomen kan voornamelijk in
A
Marokko
B
België

Slide 7 - Quizvraag

Je bord leeg eten is brutaal in
A
Nederland
B
China
C
Marokko
D
Spanje

Slide 8 - Quizvraag

Je kunt interculturele communicatie bevorderen door:
A
je bewust te zijn van je cultuur, waarden, normen en verdiepen in de cultuur van de ander
B
de waarden en normen uit je eigen cultuur als maatstaf te nemen.
C
veel gebaren te gebruiken, want die betekenen in elke cultuur hetzelfde.
D
ervan uit te gaan dat waarden, normen en culturele gewoonten onveranderlijk zijn.

Slide 9 - Quizvraag

Interculturele communicatie

interculturele communicatie = de communicatie tussen mensen van een verschillende cultuur.

Wanneer je met iemand uit een andere cultuur communiceert, kunnen er misverstanden ontstaan door cultuurverschillen of door een andere kijk op de wereld. 

Slide 10 - Tekstslide

Als jij jezelf op dit moment binnen een cultuur zou moeten zetten, welke zou dat dan zijn?

Slide 11 - Open vraag

Culturen waar je deel van kunt uitmaken
(meervoudig kijken, Hoffman)
 Man                            Getrouwd                                Chinees
Vrouw                         Veganist                           LGBTQA+
Belg                          Blank                       ING
Fries                       Werkloos                                       Voetballer
Christelijk                             Puber                        Student      
Moeder                       Single
       Toerist                     80+                                           Docent

Slide 12 - Tekstslide

Als jij jezelf op dit moment binnen een cultuur zou moeten zetten, welke zou dat dan zijn?

Slide 13 - Woordweb

In iedere communicatie dien je besef te hebben 
van deze circulaire werking en je regelmatig af te vragen:
● Wat doe ik dat de ander zo doet?
● Wat doet de ander dat ik zo doe?
● Welke mogelijke invloed is er vanuit heersende sociale representaties op de communicatie van mij en de ander?

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Hoffman, 2018
De systeem- en communicatietheorie gaat ervan uit dat het gedrag, de communicatie van personen slechts begrepen kan worden in de context van alle sociale systemen – ook wel collectieven genoemd – waarin betrokkenen verkeren. 

Slide 16 - Tekstslide

Hoffman, 2018
Taal

  • Taal is het middel waarmee mensen uitdrukking geven aan hun identiteit: aan wie ze zijn en aan de wijze waarop ze de werkelijkheid zien. 
  • Veel mensen grijpen terug naar de eigen moedertaal wanneer ze emotioneel zijn of ziek of oud worden.
  • Voorbeeld: Het Koerdisch komt letterlijk vertaald in het Nederlands bevelend over, terwijl het binnen de Koerdische taalcontext respectvol is. 

Slide 17 - Tekstslide

Hoffman, 2018
Ordening

  • Ordening is de bril waardoor mensen naar de werkelijkheid kijken op basis van hoe ze gesocialiseerd zijn.
  • Een maatschappelijk werkster verweet een moeder dat ze haar kind niet in de gaten hield. Ze zei: “Uw kind speelt buiten en u weet niet waar het is. Dat kan niet.” De moeder, net gevlucht uit een oorlogsgebied, had echter een heel andere zienswijze. Ze antwoordde: “Maar het is toch veilig buiten. Er wordt niet geschoten.”
  • Jouw werkelijkheid is niet dé werkelijkheid.

Slide 18 - Tekstslide

Hoffman, 2018
Personen

  • Gesprekspartners brengen naast inhoudelijke boodschappen altijd gelijktijdig relationele boodschappen over. Z spiegelen zichzelf en de ander: zo zie ik mezelf, zo zie ik u en zo zie ik onze relatie
  • Voorbeeld: Een Marokkaanse vader zoekt contact met de politie, omdat zijn dochter is weggelopen na een ruzie. Hij snapt er niets van en vertelt vóórdat de dienstdoende politieagent iets heeft gezegd, dat hij zijn dochter nooit heeft geslagen en dat hij haar altijd vrij heeft gelaten.

Slide 19 - Tekstslide

Wat zou hij hiermee kunnen zeggen over zichzelf en over de politieagent?

Slide 20 - Open vraag

Hoffman, 2018
Organisatie
  • Microniveau (de concrete gesprekssituatie: agenda, functies, beschikbare tijd, gespreksprocedure) 
  • Mesoniveau (de instelling: regels, procedures)
  • Maatschappelijke factoren: de samenleving met haar regels en wetgeving.

Voorbeeld: Een bedrijfsmaatschappelijk werker vergeet een cliënte aan het begin van hun gesprek erop te wijzen in welk traject de vrouw zich bevindt (doorverwezen door de consulent), dat het gesprek bedoeld is om te werken aan de belemmeringen voor de cliënt om (weer) aan het werk te gaan en dat het weigeren van medewerking sancties tot gevolg kan hebben. Wanneer de cliënte niet over deze kennis beschikt, kan dit leiden tot misverstanden in de communicatie en is ze bijvoorbeeld minder gemotiveerd de belemmeringen om weer te gaan werken aan te pakken. 

Slide 21 - Tekstslide

Hoffman, 2018
Inzet
  • Inzet omvat de onderliggende motieven, beweegredenen, behoeften, emoties, waarden en spiritualiteit van mensen.  
  • Achter elk gedrag, hoe vreemd, irrationeel en afwijkend ook, zit voor de persoon in kwestie een logische en positieve intentie. 
  • Voorbeeld: De ouders die hun dochter uithuwelijken, willen wellicht het beste voor hun dochter binnen de traditie van hun familie. 

Slide 22 - Tekstslide

Diversiteit
= grote verscheidenheid
Mensen verschillen waarin?

Slide 23 - Tekstslide

Diversiteit 
Mensen verschillen in:
- Culturele afkomst
- Leeftijd
- Sekse
- Nationaliteit
- Seksuele gaardheid
- Religie
- Taalgebruik
- etc.

Slide 24 - Tekstslide

Diversiteit 
UI-model van Geert Hofstede

- Waarden: kernwaarden, normen en grondbeginselen. Deze fundamentele waarden geven aan welk gedrag gepast is en welk gedrag niet.

Slide 25 - Tekstslide

Diversiteit 
UI-model van Geert Hofstede

- Rituelen: Rituelen en tradities bestaan uit activiteiten die niet zichtbaar bijdragen aan het doel van de organisatie maar uiterst belangrijk zijn voor de cultuur. Een voorbeeld is trakteren op je verjaardag. 

Slide 26 - Tekstslide

Diversiteit 
UI-model van Geert Hofstede

- Helden: Helden personen die dienen als
rolmodel voor anderen. 
Een voorbeeld hiervan is Steve Jobs, als oprichter van Apple leeft zijn gedachtegoed voort in elk product wat het bedrijf maakt.

Slide 27 - Tekstslide

Diversiteit 
UI-model van Geert Hofstede

- Symbolen: Bij symbolen moet denken aan, dresscode, haardracht, huisstijl, logo en slogans. 
Een voorbeeld van symbolen zijn de pakken in de bancaire wereld. 

Slide 28 - Tekstslide

Kan je zelf het UI-model uitwerken voor onze school met 1 à 2 voorbeelden per schil.

Slide 29 - Open vraag

Culturele diversiteit
= de verscheidenheid aan culturen binnen een specifieke regio

Slide 30 - Tekstslide

Tips bij interculturele communicatie
  • Probeer je te verdiepen in opvattingen, normen & waarde en omgangsvormen in andere culturen
  • Respecteer andermans mening
  • Luister actief en onbevooroordeeld
  • Spreek duidelijk en niet te snel
  • Gebruik korte zinnen en makkelijke woorden
  • Wees niet te direct of zakelijk

Slide 31 - Tekstslide

Wie weet nog meer gebaren met verschillende betekenissen?

Slide 32 - Open vraag

Vragen

1. Heb jij wel eens iemand geholpen met vertalen als tolk? In welke taal en in wat voor een situatie?

2. Wat voor culturen heb je in je familie? (Dit mag je eigen achtergrond zijn, de achtergrond van aangetrouwde familie enzv.)

3. Welke taal zou jij willen leren spreken? En waarom?


Slide 33 - Tekstslide