Beter Presteren Les 3

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
trainingskundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:00
Welke trainingsmethodes kennen we?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een effect van extensieve duurtraining? (duurtraining 1)
A
Verbeterde en betere verbranding van vetten
B
Geringe verbranding van vetten, meer glycogeen
C
Verminderde lactaat productie bij een zelfde inspanning
D
Kleinere omvang, grote intensiteit

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk effect hebben duurtraining 1,2 & 3?
A
Verhoogde lactaat tolerantie
B
grotere voorraad glycogeen en groter verbruik van glycogeen
C
Verbeterde spiercapilarisatie
D
besparing van de voorraad glycogeen de slow-twitch vezels

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de prikkelintensiteit van intensieve duurtraining?(3)
A
60-70% HFmax
B
70-80% HFmax
C
65-75% HFmax
D
80-90% HFmax

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

In de pauze krijgt het hart een belangrijke trainingsprikkel, die maakt dat het aërobe uithoudingsvermogen wordt verbeterd. De rustperiode tussen de intervals wordt ook wel aangeduid als “lonende pauze”. Dit komt omdat er in de overgang van arbeid naar rust veranderingen optreden in de slagfrequentie en het slagvolume. Tijdens arbeid wordt zoveel mogelijk bloed in de circulatie rondgepompt. Als na het stoppen van de arbeid de hartfrequentie snel daalt, moet het slagvoluime per hartslag groter woden, omdat het bloedaanbod naar het hart nog erg groot is. Met minder slagen wordt dezelfde hoeveelheid bloed rondgepompt. 

Slide 18 - Tekstslide

70-80% HFmax

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de arbeids-rust verhouding bij intensieve intervaltraining
A
1:1
B
1:3
C
1:2
D
2:2

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een verschil tussen de intensieve interval en herhalingsmethode?

Slide 27 - Open vraag

De rustpauze. Bij de herhalingsmethode heb je maximaal herstel.
Wat is een trainingseffect van de extensieve interval methode?
A
matig effect op sporthart, longinhoud, longcapaciteit, lactaattolerantie
B
voorraad creatine fosfaat in spieren stijgt
C
verminderde lactaat productie bij een zelfde inspanning

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem de 4 van de 6 trainingsmethodes

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 voordelen van intervaltraining.

Slide 34 - Open vraag

- Grotere toename van Vo2 max
- Sterke verbetering in lactaatdrempel
- Grotere toename anaerobe drempel
- Grotere toename ruststofwisseling
- Grotere verbetering in lichaamssamenstelling (vetverbranding)
Hoe is de verhouding, intensiteit, omvang en aantal herhalingen bij extensieve interval?
A
Hoge intensiteit, hoge omvang, weinig herhalingen
B
Lage intensiteit, lage omvang, weinig herhalingen
C
Hoge intensiteit, lage omvang, veel herhalingen
D
Lage intensiteit, hoge omvang, veel herhalingen.

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies