In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Doel van dit keuzedeel
De beginnend beroepsbeoefenaar ontwikkelt middels dit keuzedeel het vermogen (fysiek/mentaal/communicatief) om in moeilijke situaties adequaat te kunnen reageren en dat leidt tot regiebehoud, veerkracht en zelfvertrouwen
Slide 2 - Tekstslide
Mijn ervaring
Slide 3 - Tekstslide
Wat is een belangrijke voorwaarde om weerbaar te kunnen zijn?
A
Je moet niet bang zijn
B
Je moet je eigen grenzen kennen
C
Je moet je lichamelijk kunnen verdedigen
Slide 4 - Quizvraag
Slide 5 - Tekstslide
Noem eens een voorbeeld van het overschrijden van persoonlijke grenzen
Slide 6 - Open vraag
Durf jij je eigen grenzen aan te geven?
JA
NEE
Soms wel,
soms niet
Slide 7 - Poll
Weerbaarheid
Slide 8 - Tekstslide
Mentale weerbaarheid
Alles wat je denkt, wat je denkt bepaalt wat je doet
Iets doen = Gedrag
Gedrag kan veranderen door de omgeving of situatie
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Fysieke weerbaarheid
Fysiek = Je lichaam
Hoe sta je?
Wat doen je armen? Hoe staan je schouders? Wat doen je benen?
Ben je gezond? Ken je je eigen kracht?
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Morele weerbaarheid
Wat is eerlijk?
Wat is belangrijk?
Geweten = Dat wat jij goed of niet goed vindt
Opkomen voor je mening en standpunten
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Waarover gaat morele weerbaarheid?
A
over de mate waarin je geestelijke fit bent
B
over de mogelijkheden om je lichamelijk weerbaar op te stellen
C
over de moed en de kracht om je te houden aan de waarden en normen die jij belangrijk
vindt
Slide 15 - Quizvraag
Wanneer ben je fysiek weerbaar?
A
als je geestelijk in evenwicht bent en lekker in je vel zit
B
als je lichamelijk in staat bent in moeilijke omstandigheden te functioneren zoals je dat wilt
en zoals dat van je verwacht wordt
C
als je de moed en de kracht hebt om je te houden aan de waarden en normen die jij belangrijk
vindt
Slide 16 - Quizvraag
Wanneer ben je mentaal weerbaar?
A
als je geestelijk in evenwicht bent en lekker in je vel zit
B
als je de moed en de kracht hebt om je te houden aan de waarden en normen die jij belangrijk
vindt
C
als je lichamelijk in staat bent in moeilijke omstandigheden te functioneren zoals je dat wilt
en zoals dat van je verwacht wordt