Lineair verband

Hoofdstuk 3 Verbanden en grafieken
paragraaf 1 en 2
Vwo 4wiA
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3 Verbanden en grafieken
paragraaf 1 en 2
Vwo 4wiA

Slide 1 - Tekstslide

Sleep de volgende woorden naar de juiste plaats in de 2 zinnen:




De lijn y=3 is de                                                          lijn door het punt (0,3). Alle punten op deze lijn hebben de
y-coordinaat 3.

De lijn x=5 is de                                                           lijn door het punt (5,0). Alle punten op deze lijn hebben de x-coordinaat 5.
verticale
horizontale

Slide 2 - Sleepvraag

Welk getal is de richtingscoefficient bij y=1,5x -7?

Slide 3 - Open vraag

Wat is het snijpunt met de y-as bij y=2x+3?

Slide 4 - Open vraag

Wat weet je over de lijn y=7?
timer
0:30
A
Dat is een horizontale lijn door x=7
B
Dat is een verticale lijn door x=7
C
Dat is een horizontale lijn door y=7
D
Dat is een verticale lijn door y=7

Slide 5 - Quizvraag

1 punt+ rc gegeven -> formule opstellen
  • y=ax+b
  • a=rc
  • punt invullen om b te berekenen
  • klaar :-)

Slide 6 - Tekstslide

Gegeven: K=aq+b.
De richtingscoëfficiënt van de lijn is 9.
Voor q=250 is K=2760
Stel de formule van K op.

Slide 7 - Open vraag

Uitwerking
  • K=aq+b
  • a=9
  • voor q=250 geldt K= 2760 dus
       2760=9*250+b
       b=510
  • K=9q+510

Slide 8 - Tekstslide

Richtingscoefficient berekenen van de lijn door A en B
3 naar rechts -> 2 omhoog
1 naar rechts ->      omhoog

dus de rc=

32
xBxAyByA

Slide 9 - Tekstslide

Bereken de richtingscoëfficiënt van de lijn door de punten A(1,9) en B(2,5)

Slide 10 - Open vraag

2 punten gegeven -> formule opstellen
Gegeven: lijn k gaat door punt A(xA,yA) en punt B(xB,yB) 
Vraag: Stel een formule op voor lijn k
  • y=ax+b
  • a=rc=
  • a en punt A(xA,yA) of punt B(xB,yB) invullen om b te berekenen
  • k:y=...x+....
xBxAyByA

Slide 11 - Tekstslide

Stel de formule op van de lijn door de punten C(20,121) en D(60,127).

Slide 12 - Open vraag

Uitwerking
  • y=ax+b


  • punt (20,121) invullen om b te berekenen geeft:
       121=0,15*20+b
       b=118
  • y=0,15x+118


a=6020127121=406=0,15

Slide 13 - Tekstslide

Gegeven: de lijnen l en m
l:y=3,5x+7 en m:y=-1,5x+22
Deze lijnen snijden elkaar in het punt S.
Bereken de coördinaten van S (vb: (2;3,5))

Slide 14 - Open vraag

Uitwerking

3,5x+7=-1,5x+22
5x=15
x=3
x=3 geeft y=3,5*3+7=17,5
S(3;17,5)

Slide 15 - Tekstslide

Lineaire formules in de praktijk
Let op:
In plaats van y of x heb je soms te maken met andere letters.
vb:
Bij een prijs(p) van 5 euro hoort een weekverkoop(q) van 90
Bij een prijs (p) van 8 euro hoort een weekverkoop (q) van 30
De formule wordt dan:
q=-20p+190

Slide 16 - Tekstslide

Uitwerking voorbeeld
  • q=ap+b
  • a=        =
  • 1 punt invullen om b te berekenen-> bijv. bij p=5 hoort q=90
        90=-20*5+b
        b=90+100=190
  • q=-20p+190
δpδq
853090=20

Slide 17 - Tekstslide

Tussen p en q bestaat een lineair verband.
Voor q=150 is p=7,75 en voor q=425 is p=2,25
Stel de formule op van q

Slide 18 - Open vraag

uitwerking
  • q=ap+b 
  • a=        =  
  • bij q=150 hoort p=7,75  
  •  150=-50*7,75+b 
  •  b=537,5 
  • q=-50p+537,5 
 
2,257,75425150=50
δpδq

Slide 19 - Tekstslide

Tussen p en q bestaat een lineair verband.
Voor q=150 is p=7,75 en voor q=425 is p=2,25
Stel de formule op van p

Slide 20 - Open vraag

uitwerking
  • p=aq+b
  • a=        = 
  • bij q=150 hoort p=7,75 
     7,75=-0,02*150+b
     b=10,75
  • p=-0,02q+10,75
δqδp
4251502,257,75=0,02

Slide 21 - Tekstslide

Tussen p en q bestaat een lineair verband.
Voor q=150 is p=7,75 en voor q=425 is p=2,25
Stel de formule op van q

Slide 22 - Open vraag

Er volgt nu een examensom (Havo wiA)

vraag 22 van examen 2015 2e tijdvak



Lees de vraag goed en probeer hem zo goed mogelijk te beantwoorden. Je krijgt 10 minuten de tijd. Daarna kun je je formule invullen.

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Link

Geef de formule voor K

Slide 25 - Open vraag

Uitwerking examensom

Slide 26 - Tekstslide

Lineaire vergelijkingen met 2 variabelen
Algemene vorm: ax+by=c

Slide 27 - Tekstslide

Maak y vrij bij 15x+12y=2520 en geef de richtingscoëfficiënt van de grafiek waarbij deze vergelijking hoort.

Slide 28 - Open vraag

Uitwerking
12y=2520-15x
y=210-1,25x

Slide 29 - Tekstslide

Gegeven 15x+12y=2520, geef een punt dat op de lijn ligt (vb: (0,210))

Slide 30 - Open vraag

Gegeven: ax+by=c 


Horizontale lijn
Verticale lijn
a=0 geeft een...
b=0 geeft een....

Slide 31 - Sleepvraag

Gegeven: l:3x-5y=7

Gevraagd: lijn k gaat door (2,3) en is evenwijdig met l. Stel van k een vergelijking op van de vorm ax+by=c (begin met k:)

Slide 32 - Open vraag

Uitwerking
  • k is evenwijdig met l dus k:3x-5y=c
  • invullen (2,3) geeft: 3*2-5*3=-9
  • dus k:3x-5y=-9

Slide 33 - Tekstslide

Gegeven: l:3x-5y=-4

Het punt A(2,p) ligt op lijn l. Bereken p.

Slide 34 - Open vraag

Uitwerking
  • 3x-5y=-4
  • invullen x=2 en y=p geeft 
      3*2-5*p=-4
      6-5p=-4
     -5p=-10
      p=2

Slide 35 - Tekstslide

Maak een foto van vraag 42 (uit je schrift) en stuur hem door, zodat we kunnen nakijken

Slide 36 - Open vraag

vraag 51a op blz. 129
Bereken het aantal dagbehandelingen per 10000 inwoners in 1999 met lineair interpoleren. Rond af op gehelen

Slide 37 - Open vraag

Vraag 51b op blz 129
Bereken het aantal klinische opnames per 10000 inwoners in 1999 door middel van lineair interpoleren. Rond af op gehelen.

Slide 38 - Open vraag

vraag 51c op blz 129
Bereken het totale aantal ziekenhuisopnames per 10000 inwoners in 1999 met lineair interpoleren. Rond af op gehelen.

Slide 39 - Open vraag

vraag 51d op blz 129
In 2014 telde Nederland 16,9 miljoen inwoners. Bereken met lineair extrapoleren het totale aantal dagbehandelingen in 2014. Rond af op duizendtallen.

Slide 40 - Open vraag

Uitwerking

Slide 41 - Tekstslide

Maak vraag 74 en stuur een foto door

Slide 42 - Open vraag