Module E1, week 4 Het sociale netwerk

MODULE E1 (B1-K1-W5)
Communiceert met de zorgvrager en het sociale netwerk (Communicator)

Week 4 – Het sociale netwerk
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

MODULE E1 (B1-K1-W5)
Communiceert met de zorgvrager en het sociale netwerk (Communicator)

Week 4 – Het sociale netwerk

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud les
  • Lesdoelen
  • Refresh your memory
  • Opstart oefenopdracht B1-K1-W5-V4 (De rol van het sociale netwerk)
  • Theorie:
-  Mantelzorg
- Het sociale netwerk
  • Zelfstandig aan de slag

Slide 2 - Tekstslide



  • Je kunt samenvatten welke rollen het netwerk van de zorgvrager kan spelen in de zorgverlening.

  • Je kunt benoemen welke relatie er bestaat tussen de verpleegkundige en het netwerk van de zorgvrager.

  • Je kunt toelichten welke houding(en) je kunt innemen in de relatie tot het netwerk van de zorgvrager.




  • Je kunt uitleggen waar het netwerk van een zorgvrager uit kan bestaan.

  • Je kunt samenvatten wat de rol van mantelzorg kan betekenen voor de zorgvrager.

  • Je kunt toelichten welke relatie de verpleegkundige kan hebben ten opzichte van de mantelzorger.

  • Je kunt uitleggen welke rol de verpleegkundige kan innemen in de relatie tot de mantelzorger.

Lesdoelen

Slide 3 - Tekstslide

Refresh your memory.
Welke soorten vragen kan je stellen?

Slide 4 - Woordweb

Stelling: Als verpleegkundige kies je altijd zelf voor een bepaalde zorgvrager
A
ja
B
nee

Slide 5 - Quizvraag

Wat helpt om een gelijkwaardige relatie met de zorgvrager op te bouwen?

Slide 6 - Woordweb

Slide 7 - Video

Waar denk je aan bij sociaal netwerk?

Slide 8 - Woordweb

Waar heb je een sociaal netwerk voor nodig?

Slide 9 - Woordweb

Opstart oefenopdracht B1-K1-W5-V4 (De rol van het sociale netwerk)

klik hier om naar de oefenopdracht te gaan. 

Opdracht: 
Ga in tweetallen via de bronnen die in digibieb bij de opdracht staan op zoek naar de uitleg m.b.t. de onderstaande begrippen. beschrijf dit in je eigen woorden.  
- participatie
- draagkracht & draaglast in relatie tot het sociale netwerk. 
Bespreek deze begrippen hierna klassikaal na. 

Slide 10 - Tekstslide

Mantelzorg
Mantelzorg is een vorm van informele zorg. Als je kijkt naar het begrip 'informele zorg', herken je daarin ook het woord zorg. 

Mantelzorgers zijn erg belangrijk binnen het zorgproces van je zorgvrager. Zij voeren werkzaamheden rondom de zorgvrager uit die jij als verpleegkundige ook kan doen. Het verschil is dat zij niet betaald worden en een niet professionele band met de zorgvrager hebben.  


Slide 11 - Tekstslide

Vervolg mantelzorg
Zorgprofessionals en mantelzorgers hebben een bijzondere relatie: de zorgvrager die centraal staat. Ze willen beide het beste voor de zorgvrager, willen de kwaliteit van leven verbeteren en streven naar meer zelfredzaamheid.


Door het grote tekort aan hulpverleners, is het van belang dat we bij elke zorgvrager de sociale kaart goed in zicht brengen, zodat we kunnen bekijken wie welke hulp kan bieden en waar verantwoordelijk voor is.

Slide 12 - Tekstslide

Taak van de verpleegkundige bij werken met sociaal netwerk
Hoe communiceer jij als verpleegkundige met de familie/mantelzorgers?

Wat zijn aandachtspunten voor de communicatie met naasten?
 
Waarmee moet jij rekening houden?


Slide 13 - Tekstslide

(sociaal) netwerk
Een netwerkkaart geeft alle relaties die een zorgvrager op een bepaald moment heeft, schematisch weer. Relaties kunnen hiermee worden beschreven en geanalyseerd.
  
Een netwerkkaart is een handig middel om samen met de zorgvrager snel zicht te krijgen op zijn sociale netwerk.
1. Je ziet duidelijk hoeveel steun en van welke mensen hij steun ontvangt. 
2. Je kunt de kaart gebruiken om uit te zoeken welke nieuwe mogelijkheden iemands sociale netwerk heeft.

Slide 14 - Tekstslide

Sociaal netwerk in kaart
Hoe breng jij een sociaal netwerk in kaart?
  • Welke contacten (wie)
  • Frequentie van contacten (hoe vaak)
  • Wat betekent de relatie voor de zorgvrager

Taak van VPK: het ondersteunen/stimuleren van een zorgvrager in activeren en/of vergroten van zijn/haar sociale netwerk.

Slide 15 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
  1. Neem in tweetallen de lessonup verder door
  2. Lees in Thieme -> communicatie en begeleiden N4 -> COM2 Communiceren met het sociale netwerk van de zorgvrager
  3. Maak een mindmap met de belangrijkste informatie uit deze twee bronnen. Hierin moeten de volgende punten verwerkt worden:
  • Het belang van een sociaal netwerk
  • Manieren van in kaart brengen sociaal netwerk en waarom
  • Verschil formele- en informele zorg
  • Wat is een mantelzorger, welke taken heeft deze?
  • Waar kunnen mantelzorgers/ naasten tegenaan lopen?
  • Welk aandeel kan zorgtechnologie leveren bij het sociale netwerk van een zorgvrager?
  • Lever een foto ervan in op de bestemde dia op deze lessonup.
  • Maak als laatste de zelftoets bij dit hoofdstuk in Thieme

Slide 16 - Tekstslide

Manieren/ tools om sociaal netwerk in kaart te brengen
  • Een sociogram geeft inzicht in de contacten die je hebt en de mogelijkheden tot sociale contacten

  • Een genogram brengt de familie van een cliënt visueel in kaart in de vorm van een stamboom met meerdere persoonlijke gegevens

  • Het ecogram brengt de omvang en de kwaliteit van het sociale netwerk van de cliënt in beeld.

  • De netwerkcirkel van Lensink brengt het aantal netwerkleden en hun positionering ten opzichte van de cliënt in kaart




Slide 17 - Tekstslide

Ecogram
Met een ecogram brengen we de belangrijke sociale contacten van de cliënt in kaart. Het ecogram houdt rekening met verschillende leefgebieden. Het is als een röntgenfoto van het sociaal netwerk.


  1. Gezin van herkomst (G). Bij ouderen gaat het dan meestal om broers en zusters. Bij jongere generaties ook om de ouders.
  2.  Overige familieleden (F). Dit zijn (klein-)kinderen, zwagers, schoonzussen, neven en nichten.
  3.  Vrienden (V). Het contact is van persoonlijke en emotionele aard en kan een belangrijke steun zijn.
  4. Kennissen (K), (oude) buren, (oud) collega’s, vrijwilligers, maatjes. Het contact is van sociale aard, maar misschien minder persoonlijk en emotioneel van aard dan bij vrienden.
  5. Buren (B). Directe buren, gang- of huiskamergenoten waarmee men een band ervaart.
  6. Zorgverleners (Z), of andere beroepskrachten zoals verpleegkundigen, artsen, therapeut, dominee/pastoor

Op de volgende dia zie je hoe dit er dan uit kan komen te zien

Slide 18 - Tekstslide

Het netwerk in kaart m.b.v. een ecogram

Slide 19 - Tekstslide

Belangrijke aspecten bij het maken van een ecogram
Wat is de reden van contact
E = Emotionele steun. Met wie bespreekt de zorgvrager persoonlijke en vertrouwelijke zaken? Bij wie zoekt hij troost of kan hij stoom afblazen?
P = Praktische steun. Wie helpt met de boodschappen? Wie past op de kinderen? Wie helpt bij vervoer? Wie geeft financiële steun?
G = Gezelschap. Naar wie gaat de zorgvrager voor de gezelligheid? Met wie onderneemt hij iets gezelligs?
A = Advies en informatie. Aan wie vraagt de zorgvrager raad voor het nemen van moeilijke beslissingen?

Hoe is de structuur van het netwerk?
Hoe groot is het netwerk? Is het netwerk onlangs gekrompen of uitgebreid? Hoe gevarieerd is het netwerk? Verschillen de personen in leeftijd, geslacht, cultuur, burgerlijke staat, opleiding, sociale klasse


Slide 20 - Tekstslide

Sociogram
Een sociogram is een plaatje van het netwerk van een bepaalde groep waarin is aangegeven hoe de contacten tussen de groepsleden verlopen. Je ziet wie met wie contact heeft, wie er gemeden wordt en of de verschillende relaties negatief of positief zijn.

Met een sociogram kun je conclusies trekken over de groep en over de individuen in die groep. Je kunt je afvragen wat er veranderd kan worden en welke relaties kunnen worden uitgediept.

Vragen kun je onderverdelen in 2 categorieën: 
- Sociaal emotioneel.  Bijvoorbeeld; door wie zou je getroost willen worden?
- Taakgericht. Bijvoorbeeld; met wie zou je een werkstuk willen maken?


Slide 21 - Tekstslide

Het netwerk in kaart m.b.v. een sociogram

Slide 22 - Tekstslide

Netwerkcirkel van Lensink
De verschillende personen worden aan de hand van vragen naar de aard van het contact ingedeeld in 4 'schillen' rond de cliënt: 
intimi, vrienden, bekenden en diensten. 

De contacten worden daarnaast verdeel over 4 kwadranten: 
familie, medecliënten, professionals en samenleving

Slide 23 - Tekstslide

Lever hier een foto van je mindmap in.

Slide 24 - Open vraag

Literatuur
ThiemeMeulenhoff – Communicatie en begeleiden – Module 2 Communiceren met het sociale netwerk van de zorgvrager:


1. Naasten begeleiden
2. Mantelzorgers en het sociale netwerk begeleiden

Slide 25 - Tekstslide